Nederland moet gebruik 'fout' hout ontmoedigen; Nederland verdient fors aan de handel in tropisch hout

De gevolgen van de kap van het tropisch regenwoud zijn algemeen bekend, maar de Nederlandse overheid laat de bestaande, desastreuze situatie goeddeels ongemoeid. In plaats van onhaalbaar gebleken beleidsvoornemens te blijven nastreven, dient zij concrete activiteiten te bevorderen. De middelen daartoe zijn de BTW en de Rijksgebouwendienst.

In 1991 stelde de Nederlandse overheid zich tot doel het gebruik van tropisch hardhout vanaf 1996 te beperken tot hout uit landen enregio's die gekozen hebben voor bosbescherming en duurzame produktie. Het grootste deel van de houthandel schaarde zich achter die doelstelling middels een convenant met diezelfde overheid.

In 1995 gaven beide partijen hun mooie doelstelling op. De oorzaken daarvan zijn duidelijk: onwil van overheden in houtproducerende landen om op korte termijn duurzame produktie te realiseren, tè ambitieuze Nederlandse beleidsdoelstellingen en gebrek aan coördinatie tussen de ministeries van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).

Eén van de problemen waarachter de overheid en de houthandel zich verschuilen is de geringe beschikbaarheid van duurzaam geproduceerd hout. De producenten van dat hout bedienen immers slechts een klein deel van de markt. Gemakshalve wordt daarbij vergeten, dat er wereldwijd maar weinig is gedaan om duurzame houtproduktie te stimuleren.

Verantwoorde houtproduktie wordt onder andere gestimuleerd door Swift, een aan de kerk verbonden organisatie uit de Salomons Eilanden, in de Stille Oceaan. Swift volgt het principe van 'eerlijke handel': een zo groot mogelijk deel van de inkomsten komt ten goede aan de producent. Alleen wanneer de arme bewoners van het tropisch regenwoud een goede prijs voor hun hout ontvangen, kunnen zij immers weerstand bieden aan de verleiding om hun bos te verkopen voor een eenmalige, grootschalige kap.

Bij Swift aangesloten dorpen krijgen een veertig keer hogere prijs per kubieke meter dan van de grote houtkapmaatschappijen. Dat moet ook wel, want er mag alleen selectief gekapt worden onder strenge controle van onafhankelijke, professionele instanties. Swift heeft in juni 1995 een eigen verkoopmaatschappij in Nederland opgezet: Swift Hout in Dieren. De Nederlandse consument betaalt voor het hout van Swift evenveel alsvoor Europees hardhout van vergelijkbare kwaliteit.

Er zijn weinig grote houtgebruikers in Nederland die de moed hebbenmet een nieuwe partner in zee te gaan. Ze eisen bovendien standaardmaten en -soorten, op standaardtijden. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt bezien is dat begrijpelijk. Voor kleine producenten in het Zuiden is het echter geen sinecure om aan al die eisen te voldoen. De verlangde grote partijen, bijvoorbeeld, maken duurzaam bosbeheer moeilijk haalbaar: er moeten te veel bomen op een klein oppervlak gekapt worden.

Naast gemotiveerde gemeenten, woningbouwverenigingen en dergelijke, zijn individuele afnemers dus voorlopig de geëigende doelgroep van organisaties als Swift. De consument kijkt echter de kat uit de boom. Daarom is het van belang dat voor de beginperiode een gegarandeerd afzetkanaal wordt gevonden voor een deel van het hout. Dat biedt producentengroepen een basisomzet en een basisinkomen. Met die zekerheid zijn zij beter in staat om hun verkoopapparaat uit te bouwen en een eigen marktaandeel te verwerven.

Er is één partij op de Nederlandse markt die veel hout gebruikt en het benodigde afzetkanaal kan bieden: de Nederlandse overheid, onder andere via haar Rijksgebouwendienst. Diezelfde overheid verdient flink aan invoerrechten en BTW op 'fout' tropisch hout. In 1990 was dat zo'n 350 miljoen gulden. De 3 miljoen gulden die toen via Ontwikkelingssamenwerking werd besteed aan bosbeschermingsmaatregelen steekt daar schril bij af. Sindsdien is de import van tropisch hout gedaald en zijn de beschikbare middelen voor het behoud van het tropisch regenwoud vergroot. Maar nog steeds verdient de Nederlandse schatkist forse bedragen aan de handel in 'fout' hout.

Als de Nederlandse overheid ernst wil maken met haar beleidsvoornemens ligt het voor de hand een boycot van 'fout' hout op Europees niveau na testreven. Nationaal lijkt een boycot niet haalbaar, gezien de te verwachten sancties van landen als Maleisië en Indonesië. Zolang een Europese boycot nog niet gerealiseerd is, zouden de op 'fout' hout geïnde rechten en belastingen aangewend moeten worden voor het bevorderen van het gebruik van 'goed' tropisch hout. Dat kan bijvoorbeeld door dergelijk hout vrijstelling te geven van invoerrechten en BTW. Dat kan óók door het produkt aan te laten kopen door onder andere de Rijksgebouwendienst, die ressorteert onder VROM.

Langs beide wegen kan en moet de Nederlandse overheid haar verantwoordelijkheid nemen, als belastinginner en grote marktpartij.

    • Robert J. Wiggers