Lelijke Kamer (1)

In kleuren op de voorpagina van 17 februari was het 'nieuwe gezicht' afgebeeld van de balzaal die stadhouder Willem V in 1777 liet bouwen en waar tot voor kort de Tweede Kamer vergaderde. Dat nieuwe gezicht bestaat uit een vloerkleed van rechthoeken in contrasterende kleuren en verlichtingsornamenten die zijn samengesteld uit vijfhoeken van geperforeerde metaalstrippen.

De stadhouderlijke feestzaal is echter openbaar nationaal cultuurbezit. In landen waar van de overheid nog enig stijlbesef verwacht wordt, zou men een Louis XVI-interieur waarvan de ruimtewerking en de wanden nog origineel zijn, bij een restauratie hebben gecompleteerd met een bijpassende vloer en verlichting.

Hier hebben lieden die zich ambtshalve met culturele zaken bezig houden maar één drijfveer, dat is de angst om voor niet genoeg modern, grensverleggend, progressief of gedurfd te worden aangezien. Het is de ontwerper - om de in diskrediet gebrachte beroepsnaam 'kunstenaar' te vermijden -, niet te verwijten dat zijn vloerkleed en ornamenten luidruchtig tegen de stijl van de zaal botsen. Hij had een opdracht en daarvan heeft hij zich kennelijk tot tevredenheid van zijn opdrachtgevers gekweten. Kunnen we binnenkort regeringsopdrachten verwachten om delen uit een Mozart-symfonie te vervangen door popmuziek? En kent niemand meer het Andersen-verhaal over de nieuwe kleren van de keizer?

    • Geurt Brinkgreve Amsterdam