Koschnick legt het hoofd in de schoot

Hans Koschnick legt het hoofd in de schoot en treedt af als EU-bestuurder van Mostar. De energieke ex-burgemeester van Bremen grijpt de hereniging van de verdeelde stad, eerder deze maand, dankbaar aan als aanleiding om op te stappen.

Het verdeelde Mostar werd in juli 1994 onder EU-bestuur geplaatst. Na de beëindiging van de oorlog tussen de Bosnische Kroaten en de Bosnische moslims in februari van dat jaar moest Koschnick beide bevolkingsgroepen in de stad aan de Neretva weer nader tot elkaar brengen.

Die pogingen zijn openlijk gesaboteerd door de Bosnische Kroaten, die niet van plan waren het getto met tienduizenden ingesloten moslims op te heffen en die nog minder heil zagen in de terugkeer van moslim- (en Servische) vluchtelingen naar hun huizen. Voor de oorlog telde Mostar 120.000 inwoners, onder wie 32 procent moslims, 29 procent Kroaten en 19 procent Serviërs. Het nu Kroatische West-Mostar is voor 95 procent Kroatisch, in het oostelijke getto is ruim 99 procent van de bevolking moslim, en die etnische deling komt de Kroaten best uit.

Slechts voortdurende internationale druk heeft de Bosnische Kroaten uiteindelijk tot concessies bewogen: deze maand is aarzelend de bewegingsvrijheid van de moslims hersteld. Maar hoe de Kroaten over Koschnick denken maakten ze op 7 februari duidelijk. Op die dag werd hij fysiek aangevallen door woedende Kroaten, die protesteerden tegen zijn verdelingsplan voor Mostar in drie Kroatische en drie moslimwijken, met vrijheid van beweging voor iedereen, en een gemeenschappelijke wijk. In die laatste wijk zijn nu Kroaten de baas maar hebben de moslims een numerieke meerderheid en zouden ze dus wellicht de dienst kunnen gaan uitmaken.

Koschnick werd op 7 februari in zijn auto anderhalf uur ingesloten en met de dood bedreigd. De menigte, bijeengeroepen door de burgemeester van Kroatisch Mostar en opgestookt door extremisten, schold hem uit voor communist en alcoholicus en eisten zijn executie. Betogers dansten op de motorkap en het dak van zijn auto. Zijn kantoor werd geplunderd. De Kroatische politie greep niet in en Koschnick constateerde later dat zijn gepantserde auto door tien kogels was geraakt.

Die straatterreur was een daad van politiek vandalisme van de kant van de Bosnische Kroaten, maar het heeft er alle schijn van dat Koschnick niet alleen daarom is opgestapt. Op 17 en 18 februari paste in Rome de uitgebreide internationale contactgroep voor Bosnië Koschnicks verdelingsplan aan. Zijn kaart van Mostar werd gewijzigd en de gemeenschappelijke wijk werd aanzienlijk ingekrompen. Dat betekende in concreto dat de Bosnische Kroaten alsnog hadden gewonnen en dat de internationale gemeenschap Koschnicks maandenlange inspanningen had gedesavoueerd. Volgens medewerkers voelde Koschnick zich na de top van Rome teleurgesteld en in de steek gelaten, vooral door de EU, die steeds had volgehouden niet te zullen toestaan dat aan zijn plan zou worden getornd.

Die zwakte van de internationale gemeenschap is een belangrijk signaal, vooral naar de Kroaten. Kennelijk, zo kan worden geconcludeerd, is de EU niet werkelijk vastbesloten de druk op partijen die in het vredesproces dwarsliggen, tot het uiterste te handhaven. Sindsdien zijn de Kroaten zich steeds dreigender gaan uiten jegens de Bosnische regering en de moslim-Kroatische federatie in Bosnië. Zondag zei de Kroatische minister van defensie, Gojko Susak, de drijvende kracht achter de oorlog van 1993-1994 tussen moslims en Kroaten, dat “de ongecontroleerde bewapening van het Bosnische leger de grootste bedreiging van het vredesakkoord betekent”.

De Kroaten hebben de moslims ook beschuldigd van “het bespioneren van Kroaten”. Dat zou de hoofdopgave zijn van een nieuw documentatiecentrum in Sarajevo, dat volgens de Kroaten niets anders is dan “een parallel ministerie van binnenlandse zaken”. Het Kroatische blad Vjesnik verweet de moslims “te vergeten wie hen heeft bevrijd”. Ook onthoudt Kroatië de Bosnische federatie nog steeds de al twee jaar geleden bij de oprichting van de federatie beloofde toegang tot de Kroatische haven Ploce - de enige commercieel zinvolle uitgang van Bosnië naar zee. Gisteren kondigde premier Matesa van Kroatië de vorming van de zoveelste commissie aan die moet uitzoeken hoe de belofte moet worden ingelost.

Het vertrek van Koschnick kan de Kroaten sterken in het denkbeeld dat dit beleid van stille sabotage loont. Sterker: ze kunnen het zien als een beloning voor hun inspanningen, na de 'beloning' van Rome. De burgemeester van Kroatisch Mostar reageerde gisteren verheugd op Koschnicks vertrek. Dat was, zei hij “na de recente gebeurtenissen [van 7 februari] de beste oplossing”.

    • Peter Michielsen