In 'luxe-bajes' is aandacht voor iedereen

Voor psychiatrisch gestoorde gevangenen bevindt zich in de Bijlmerbajes een crisiscentrum. Tweede deel van een korte serie over speciale afdelingen in gevangenissen.

AMSTERDAM, 27 FEBR. De sleutelbos gaat de deuren langs en paviljoen 2 komt tot leven. Het is kwart over zes, de patiënten hebben hun avondeten op en mogen tot half negen hun cel uit. 'De Chileen', verdacht van poging tot moord op zijn vriendin, ijsbeert over de afdeling, een goeiige maar idiote uitdrukking op zijn gezicht. Carel, een Antilliaan van een jaar of dertig die al vaker in de FOBA is geweest, gaat pingpongen met een van de begeleiders.

De drie Hindoestanen van de afdeling klitten bij elkaar op de bank. Winston, klein, mager en somber, staart naar beneden. “Ik heb steken in mijn hoofd”, zegt hij toonloos. Marvin en Stanley maken een versufte indruk. Stanley heeft geen idee hoe lang hij hier al zit. Hij stoot Marvin aan. “Vertel jij eens wat.” “Ik heb niets te vertellen”, zegt Marvin. “Ik ook niet”, zegt Stanley. Stilte.

Dit is het enige huis van bewaring waar de gevangenen patiënten heten en de cipiers 'forensisch begeleiders'. Op de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling, landelijk crisiscentrum voor psychiatrisch gestoorde gevangenen, is tachtig procent van de bewoners schizofreen. De meesten zijn veroordeeld voor een geweldmisdrijf en door de rechter ontoerekeningsvatbaar verklaard. In gewone huizen van bewaring zijn ze nauwelijks te handhaven. Ze weigeren hun medicijnen in te nemen, zijn niet bestand tegen het gevangenisregime, niet opgewassen tegen de 'echte' criminelen en vervallen in agressie of juist totale apathie. Als zelfs het zachtere regime van een 'Individuele Begeleidingsafdeling' niet meer helpt wordt een beroep gedaan op de FOBA. De 54 plaatsen zijn altijd bezet en er is een wachtlijst.

De FOBA, gehuisvest in een van de zes torens van de Bijlmerbajes, is een luxepaardje binnen het gevangeniswezen, geeft directeur Belksma toe. Er zijn drie begeleiders op negen patiënten; in een gewoon huis van bewaring is de verhouding tussen bewaarders en gevangenen twee op 24. De begeleiders zijn niet in uniform en mogen bij de voornaam worden genoemd. De patiënten verblijven maar een klein deel van de dag 'op cel'. De FOBA beschikt over drie psychologen, drie artsen en drie maatschappelijk werkers en biedt rust, structuur en aandacht. Patiënten worden overreed hun medicijnen weer in te nemen. Als een patiënt blijft weigeren en medicijngebruik noodzakelijk wordt geacht, past de FOBA-psychiater dwangmedicatie toe. Dat is eigenlijk verboden, net als in andere huizen van bewaring.

Paviljoen 5, de overdracht. De patiënten zijn ingesloten, de twee verzorgteams vergaderen in de 'huiskamer', waar de televisie staat. Een nette, huiselijke ruimte, als de hele afdeling geverfd in zachte tinten rose, groen en geel. 'Heren, laat geen rommel achter', staat op een bordje op de muur. Uit een van de cellen komt muziek: 'We are spirits in a material world', een nummer van The Police.

Cel 1 heeft met Kerstmis in het psychiatrisch ziekenhuis in Ermelo een verpleegkundige neergestoken met een mes. Poging tot doodslag. “Hij wil geen pillen nemen”, leest Kees voor uit het verslag. “Fors psychotisch, je hebt vrij snel conflicten.” Cel 2, een Syriër die op de nominatie staat om uitgezet te worden, verdenkt het personeel van seksuele handelingen met zijn vrouw. Cel 3 hoort stemmen, heeft last van bevelshallucinaties. “Hij is somber”, zegt Robert. “Maar het helpt als je enige tijd bij hem gaat zitten. Het is echt een scheetje.”

Niet bekend

Het personeel van de FOBA is deels afkomstig uit de psychiatrie en deels uit andere gevangenissen. Ze zeggen zich veilig te voelen in de FOBA omdat ze altijd met zijn drieën zijn en elkaar goed kennen. “Als het misgaat druk je op de alarmknop en dan staan er binnen de minuut vijf, zes mensen achter je”, zegt Jaap, een begeleider van paviljoen 2. Het grootste verschil met een gewoon huis van bewaring is de afwezigheid van drugs, zegt hij. “Dat speelt daar in elk gesprek, in elk ruzietje, bij elk bezoek. Dit is een verademing.” Zijn teamgenoot Joke vindt de werkdruk in de FOBA minder groot dan in de psychiatrie, waar ze voorheen werkte als verpleegkundige. “Hier is genoeg aandacht voor iedereen, in de gezondheidszorg heb je nooit tijd voor mensen. Eigenlijk vind ik dat raar. Die mensen hebben daar toch evenveel recht op als deze.”

De zes paviljoens van de FOBA zijn verdeeld naar type patiënt. De hoogste drie verdiepingen in de toren zijn 'inkomstenpaviljoens', daar komen de gevangenen-in-crisis het eerst terecht. Als ze weer aanspreekbaar zijn gaan ze naar een van de 'schakelpaviljoens'. Paviljoen 1 bereidt hen voor op terugkeer naar een huis van bewaring, 2 op een verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis en 3 op het regime van een tbs-kliniek. Waar ze terechtkomen is afhankelijk van het vonnis van de rechter. Een speciale afdeling is 'het dak'. Hier bevinden zich zes 'separeercellen' (met alleen een matras en een wc-pot) voor extreem gewelddadige of suïcidale patiënten. Het vervoer per lift van een gewelddadige man is een crisis op zich waarin een aantal verzorgers speciaal is getraind. In extreme gevallen komen er helmen en schilden aan te pas.

Op paviljoen 2 verschijnt Willem in de deuropening van het kantoortje van de begeleiders. “Het is vrede met mijn familie”, deelt hij mee vanuit het niets en blijft staan, alsof hij ergens op wacht. Hij heeft een starende, harde blik. 'Defect-schizofreen', zei het afdelingshoofd eerder over hem. “Niet invoelbaar. Het ene moment lacht hij, het volgende is hij agressief.” Willem weet, net als iedereen, dat de drempel van het kantoortje heilig is. De deur staat de hele dag open maar je mag er niet in. Hij blijft staan, zwijgend. “Ik ga mijn oma bellen”, zegt hij na enige tijd en loopt weg.

Carel heeft Jaap verslagen met tafeltennissen en valt neer op de bank. Hij draait een shaggie. “Dit is the best”, zegt hij: “Gewoon een beetje zitten en roken.” Carel komt uit de gevangenis van Vught en daar had hij het best naar zijn zin. “Daar word je gewoon met rust gelaten, hier moet je van alles doen.” Volgens hem hoort hij niet thuis in de FOBA, en zeker niet in de psychiatrische kliniek waar hij binnenkort naar wordt overgeplaatst. Maar hier neemt hij medicijnen, en als hij dat niet doet (in Vught weigerde hij), wordt hij achterdochtig en agressief. Carel is iemand die vaak is betrapt bij diefstal en dan reageerde met excessief geweld.

Verblijf in de FOBA is altijd tijdelijk. Als de crisis bezworen is moeten de patiënten weer weg. Een gemiddeld verblijf duurt dertien weken, maar in enkele gevallen loopt het uit tot twee jaar, want de FOBA kampt met 'verstopping'. Een groot probleem zijn de 'tbs-passanten' die wachten op plaatsing in een tbs-kliniek. Volgens L. de Groot, hoofd psychiatrie van de FOBA, is in Nederland bovendien een 'transhospitalisatie' aan de gang van de psychiatrische naar de penitentiaire zorg. Oorzaak is onder meer de in 1994 in werking getreden Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen, die voorschrijft dat een psychiatrische patiënt 'gevaarlijk' moet zijn voor hij tegen zijn zin kan worden opgenomen. Maar op het moment dat hij gevaarlijk is, wil of kan een psychiatrische inrichting hem vaak niet meer hebben. Zo komt deze groep steeds vaker bij justitie terecht. “Wij mogen geen nee zeggen”, zegt Belksma.

De FOBA heeft nog een probleem: veel patiënten willen niet meer weg. Tbs-passant Mark van paviljoen 2, die zijn vrouw heeft gedood, moet binnenkort terug naar een huis van bewaring. Hoewel hij geplaatst wordt op een Individuele Begeleidingsafdeling ziet hij zijn vertrek met angst en beven tegemoet. “Eigenlijk ben ik detentie-ongeschikt”, zegt hij. “In het huis van bewaring zat ik 22 van de 24 uur achter de deur. Daar kan ik slecht tegen. Je voelt je eenzaam, alleen gelaten. Hier is het veel beter. Je hebt hier een enorme vrijheid.” Hij lacht om wat hij zelf zegt. “Je zit natuurlijk vast, maar je mag vrij rondlopen. Dat is een enorme verbetering bij wat ik heb meegemaakt.” Mark heeft in de FOBA veel gelezen en geschilderd. In zijn cel, die volhangt met foto's van zijn kinderen, luistert hij veel naar Herman van Veen.

Om redenen van privacy zijn de namen van de patiënten veranderd.