Havenwethouder Smit over stadsprovincie Rotterdam; 'De overheid laten we maar 'n beetje aanmodderen'

ROTTERDAM, 27 FEBR. “Krankzinnig. Buitengemeen teleurstellend”, zegt de scheidende havenwethouder René Smit over zijn collega Kombrink (PvdA). Deze verweet Smit “politieke spelletjes” na de persconfentie waarbij de havenwethouder zijn aftreden aankondigde. Kombrink had in de hoek van zaal zeven van het Rotterdamse stadhuis het betoog van Smits gevolgd met een blik alsof diens aftreden een persoonlijke belediging was.

Smit oogt nu ontspannen. Terwijl zijn collega's crisisberaad op crisisberaad stapelen en de Rotterdamse coalitiepartners elkaar de wethouderszetels betwisten, wacht hij op het moment dat hij zijn bureau kan ontruimen en “wat zaken in de vuilcontainer kan kieperen”. Politieke spelletjes? “Als het een spelletje is uit de macht weg te stappen, is dat wel een heel atypisch politiek spelletje.”

Smit heeft lang nagedacht of hij niet moest aanblijven, zegt hij. De VVD verweet hem dat hij juist in deze moeilijke tijd het schip verliet. “Dat is een van die rederingen waardoor in ons bestel niemand politieke verantwoordelijkheid neemt”, vindt hij. “Het besturen gaat door en er is altijd wel iets moeilijks te doen. Ik mis de overtuiging om opnieuw aan een regiobestuur te werken. Je moet mensen niet vragen twee keer hetzelfde te doen, dan wordt het een chagerijnige vertoning”.

Hij zat zich te verbazen bij het debat over de stadsprovincie in de Tweede Kamer. “De PvdA heeft, met D66 in het kielzog, een fnuikende rol gespeeld. Rotterdam heeft na het referendum niet gezegd: opdeling nevernooit. We besloten de stadsprovincie snel te laten komen, de deelgemeenten te versterken en na vier jaar te kijken of opdeling van de stad nog nodig was. Het amandement Van Heemst (PvdA), dat opdeling van de stad voor altijd uitsloot, werd pas op het allerlaatste moment ingediend. Kok antwoordde meteen dat het wetsvoorstel voor de stadsprovincie dan werd ingetrokken. Ik geloof best in paars dualisme, maar dat het zo hard gaat, geloof ik niet. Daar is iets kapotgemaakt.”

Dat de PvdA in de stadsprovincie Rotterdam sterk aan invloed zou inboeten, is een feit. Smit weet niet of dit van “overwegende invloed” was. “Iedereen zei de stadsprovincie te willen en het sneuvelde op onverklaarbare wijze. We lezen het misschien in de memoires van meneer Kok.”

De scheidende wethouder wijst naar de havenkaart die een hele muur van zijn kantoor bestrijkt. Rotterdam ver inlands, de haven die zich tientallen kilometers tussen de grenzen van buurgemeenten richting zee slingert. “Is het niet krankzinnig dat we nog de grenzen van vijftig jaar geleden hanteren?

U zei vorige week een voorstel te hebben om de stadsprovincie alsnog uit het slop te trekken.

“Ik heb geen voorstel uitgewerkt of aangeboden. Bij terugkomst uit Roemenië vorige week vond ik een brief van het college. Die zei: 'we gaan even zitten en luisteren eens goed, met alle bescheidenheid die ons past'. Van die bescheidenheid merkte ik weinig het laatste jaar. Maar als dat de gemoedshouding is, heeft het geen zin met iets te komen. De stadsprovincie is dood.”

Zijn er geen alternatieven?

“Wel honderdvijftig, boekenkasten vol. Daar hebben we het de afgelopen dertig jaar allemaal over gehad. Versterking van de provincie. Agglomeratiegemeenten. Prachtig, maar we hadden hier iets waar alle partijen mee konden instemmen. We hebben een kans laten lopen om de overheid effectiever te maken. Met een gemoedsrust van: goh, dat hebben we dan ook weer om zeep geholpen.

“Nu is het: pas op de plaats. Maak de provincie wat steviger. Vraagt niemand zich af waarom dat de afgelopen vijftig jaar lang niet hielp? Waarom passen bedrijven hun organisatie steeds aan? Omdat ze willen overleven in een agressieve markt. Dat denken is bij de overheid afwezig. Een overheid die toch nog altijd vijftig procent van ons Bruto Nationaal Produkt door zijn handen laat glijden. Die laten we maar een beetje aanmodderen.”

Was die opdeling van de stad zo'n gelukkig idee?

“Het is niet de kern, maar het paaltje waar iedereen tegen aan stond te schoppen. Versterking van de deelgemeenten is niet anders dan de voortzetting van een trend. In onderhoud zijn kleine gemeenten goed, wij niet. Rijd je de grens over van Rotterdam naar Barendrecht dan ga je van een soort achtbaan over op een gladde asfaltpiste. Of kijk naar de Coolsingel. Rotterdams hoofdboulevard, in Monopoly een van de duurste straten van Nederland. Dat is toch geen vertoning?”

Wat betekent het ontbreken van een stadsprovincie voor de haven?

“Er zijn nu vier overheden die met de haven te maken hebben. Rotterdam doet het beheer, de provincie is bevoegd over het milieu, de stadsregio geeft jaarlijks 650 miljoen gulden uit, de gemeenten en het rijk hebben ook iets te vertellen. Het gaat goed zolang iedereen het eens is. Het gaat fout zo snel er een licht verschil van oriëntatie is. Wij worden afhankelijker van onze omgeving. De files staan niet in Rotterdam, maar langs de rand. Het onbreekt ons aan ruimte voor huizen en bedrijven. Die ruimte ligt aan de andere kant van de gemeentegrens. Dat praat moeilijker.”

De havenwerkgevers (SVZ) zijn geporteerd voor een grotere rol van het rijk. Zij zouden de haven van Rotterdam het liefst als mainport zien, zoals Schiphol. Dat valt tenslotte ook niet onder gemeente Haarlemmermeer.

“Ik heb altijd sterk de nadruk gelegd op de faciliterende rol van de overheid. Het moet voor investeerders aantrekkelijker worden te investeren. Een andere positie van het Havenbedrijf, losser van Rotterdam, kan de overheden misschien beter integreren. Vroeger was de schaal van Rotterdam voldoende. Nu moet je vaststellen dat de gemeente Rotterdam nog weinig te vertellen heeft.”

U sloeg de laatste jaren vaak alarm over de achterblijvende ontwikkeling van Rotterdam.

“De feiten deden de schrik om mijn hart slaan. Waar de werkgelegenheid elders fors groeit, bleef die in Rotterdam op een nulniveau. De vestiging van bedrijven blijft achter. Ambities die we hadden voor vestiging van kantoren in het centrum zijn niet gerealiseerd. Het bouwen van duurdere woningen blijft fors achter. De hele zuidrand van de Randstad zakt weg.”

Wat vindt het bedrijfsleven van dit gebied?

“Ze klagen over onvoldoende ruimte en over slechte bereikbaarheid. Allemaal zaken waarin wij als overheid tekort schieten ten opzichte van andere gebieden in Nederland. Waar vestigen bedrijven zich nu? Langs de snelwegen in Gelderland en Brabant. In de kaartjes van Economische Zaken over vestigingsdynamiek zitten de rode vlekken niet meer hier, maar in de periferie. Maar wij hebben wel honderdduizend werklozen. Wij moeten concurreren, bewijzen dat bedrijven zich beter hier vestigen dan in Ede-Wageningen.”

    • Coen van Zwol
    • Marc Serné