Haarlems Toneel speelt 'List en liefde' van Fr. Schiller; Melodrama zonder afgrond

Voorstelling: List en Liefde, van Friedrich Schiller, door het Haarlems Toneel. Vertaling: Hans Voeten; regie: Krzysztof Babicki; muziek: Stanislaw Radwan. Decor: Mirjam Grote Gansey; kostuums: Tarn. Spel: Arthur Boni, Teuntje de Klerk ea. Gezien: 24/2 Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 22/5. Inl 023-5420875.

Twee gelieven die elkaar niet kunnen krijgen: zoiets doet het goed op het toneel, da's lekker tragisch. Het is het thema van Shakespeares Romeo en Julia en ook van List en Liefde, een drama van Friedrich Schiller uit 1784. Schillers jonge protagonisten houden hartstochtelijk van elkaar, maar standsverschillen maken hun liefde onmogelijk. Want Louise, de dochter van stadsmuzikant Miller, is een burgermeisje terwijl Ferdinand tot de adel behoort. Pa Miller haat alle niet-burgerlijke mannen en waakt met argusogen over de kuisheid van zijn enige kind. En vader Von Walter, eerste minister aan het hof van de hertog, heeft voor zijn zoon een andere vrouw in gedachten: een dame met aanzien en invloed, dus passend in pa's carrièreplanning.

In zijn enscenering bij het Haarlems Toneel zet regisseur Krzystof Babicki (volgens het programmaboekje een in Duitsland bekende Schiller-specialist) de zuiverheid van het jonge liefdespaar tegenover de corruptie van de oude Von Walter en de bekrompenheid van de oude heer Miller. Niet zozeer de klasseverschillen staan hier het geluk in de weg, maar eerder de verschillen tussen jong en oud, tussen verzet en aanpassing. Dat universele conflict zou op de bühne een tragische dimensie kunnen krijgen wanneer de acteurs lieten zien hoezeer die verbitterde oudjes hun best doen de jongeren naar hun evenbeeld te herscheppen. Wanneer ze lieten zien hoe die onder druk gezette jongeren van sympathieke wezens veranderen in op z'n minst twijfelachtige types.

Tot een dergelijk genuanceerd spel is de cast van het Haarlems Toneel helaas niet in staat. Jules Hamel speelt weliswaar keurig volgens het boekje een corrupte eerste minister, maar daar blijft het dan ook bij. Dat Von Walter senior uit berekening een wig tussen de twee gelieven drijft, weten we al bij zijn eerste opkomst. Wat zou Hamels personage aan zeggingskracht winnen wanneer het dorre kereltje zich ook door emoties liet leiden, door jaloezie op het idealisme van zijn zoon bijvoorbeeld! En de andere vader, vertolkt door Arthur Boni, barst wel zoals het hoort van de vooroordelen - alleen ergert hij ons daar niet mee. Een haast karikaturale figuur zet Boni neer, een dommige recht-voor-z'n-raap-vent inplaats van een misschien helemaal niet zo oprechte slimmerik die meer om z'n eigen eer geeft dan om het welzijn van zijn teerbeminde dochter. Omdat Miller hier zo'n goudeerlijke lobbes is die ook nog eens prachtig cello kan spelen, vinden we Louises hondse aanhankelijkheid aan hem niet meer dan vanzelfsprekend.

Het probleem van deze voorstelling is dat ze niet problematisch genoeg is. Ferdinand (Vastert van Aardenne) blijft de hele tijd een knappe opstandige held, terwijl hij bij Schiller toch ook verblind is: door zijn rebellie en door zijn... ja door zijn vooroordelen, jegens sommige leden van zijn eigen klasse. Ronduit saai is de Louise van Irma Hartog, op wie het publiek wel verliefd móet worden. Haar blonde paardestaart, haar blauwe jurkje, haar pittige, eerlijke blik: het oogt allemaal even schattig. Ook al wordt Louise het slachtoffer van gekonkel en intriges, toch houdt haar liefde stand, zowel die voor haar vader als die voor haar minnaar; haar onder dwang gemaakte fouten vergeven we haar onmiddellijk. Jammer: een heldin die meer vragen oproept is boeiender.

Marianne Vloetgraven als Lady Milford, de vrouw aan wie de oude Von Walter zijn zoon wil koppelen, is de enige die af en toe het eendimensionale spel ontstijgt. Deze Lady aarzelt tussen haar politieke eerzucht en haar integriteit, en die aarzeling maakt haar menselijk. Maar ook de in een prachtige satijnen japon gestoken Vloetgraven ontkomt niet aan het euvel waaronder de hele voorstelling lijdt: aan een misplaatste behaagzucht. Aan mooispelerij die tot oppervlakkig medeleven dwingt en niet tot nadenken; aan typecasting die het melodrama accentueert en de afgronden handig omzeilt.