'Geijkt drama' kan nog steeds dramatisch zijn

Twee grote dramaseries volg ik op dit moment: Our Friends in the North (BBC2, maandagavond) en Tijd van leven (de KRO op dinsdag). In beide gevallen zijn fictie-figuren geplaatst tegen de achtergrond van een aanzienlijk tijdvak in de recente geschiedenis: de BBC-serie begon in de jaren zestig en gaat de komende weken nog door tot halverwege de jaren negentig, terwijl de KRO-serie meteen na de oorlog begon en halverwege de jaren tachtig zal ophouden. Intussen wordt de één steeds spannender, en bij de ander zakt de spanning - voor zover die er ooit is geweest - steeds meer weg.

Our Friends in the North is het geladen relaas van vier jeugdvrienden, die vier verschillende kanten opgaan. Net als in Tijd van leven begint elke aflevering in een ander jaar, maar het verhaal wordt dóórverteld zonder gebruik te hoeven maken van samenvattende slottitels als: “Ans en Henk verloofden zich eerste paasdag 1963 tegelijk met Agnes en Theo.” Wat zich in de tussentijd heeft afgespeeld, blijkt duidelijk genoeg uit de handeling. Maar wat de serie des te pakkender maakt, is het feit dat de hoofdpersonen voortdurend voor politieke en morele keuzes komen te staan die worden gedicteerd door de tijdgeest. Gisteravond bijvoorbeeld tijdens de grimmige mijnwerkersstaking van 1984, toen niet alleen de Thatcher-regering op voet van oorlog stond met de vakbonden, maar ook de arbeiders onderling als vijanden tegenover elkaar stonden.

In zijn scenario legt Peter Flannery de mechanismen van de macht bloot aan de hand van de contemporaine geschiedenis: corruptie in de jaren zestig, deceptie in de jaren zeventig en het keiharde eigenbelang van de jaren tachtig. En daar valt veel van op te steken, al was het maar de ontdekking dat de leuzen van Labour op dit moment dezelfde zijn als in 1964.

Tijd van leven bestrijkt een nog veel langer deel van de recente vaderlandse geschiedenis, maar leren we daar óók iets van? Integendeel. Ja, er komt televisie in het dorp - en er verandert niets. Ja, er komen auto's en de smid opent een benzinepomp - en er verandert niets. Ja, ook gewone mensen beginnen met vakantie te gaan - en er verandert niets. Ergens ver weg van Oud Greffel moet er iets zijn dat veranderingen teweegbrengt, maar we merken daar niets van. We zien alleen mensen die we niet echt leren kennen, en om wier wederwaardigheden we ons daarom nauwelijks kunnen bekommeren. Af en toe wordt ons nog wel gesuggereerd dat we getuige zijn van een belangrijke dramatische wending (als bijvoorbeeld de zoon des huizes een halve aflevering vult met een trip op de brommer naar België), maar van een wezenlijk conflict is geen sprake.

De makers hebben zich gisteren in de Volkskrant verdedigd door te zeggen dat ze iets anders wilden maken dan het geijkte drama dat van de ene crisis naar de volgende gaat. Ze wilden juist de momenten daartussen laten zien. Dat doen ze dan ook, zonder zich af te vragen of hoe wij in vredesnaam met zo'n dramaloos drama zouden moeten meeleven. Dat ik nog kijk, komt alleen door het oja-effect: oja, zo zagen wij en onze wereld er destijds uit - en niet omdat ik Wim en Rietje intussen heb leren kennen. Ik hoop van harte dat Our Friends in the North binnenkort ook op de Nederlandse televisie wordt vertoond, al was het maar om te laten zien hoe dramatisch dat zogenaamde geijkte drama nog steeds kan zijn.

    • Henk van Gelder