Gasmuntjes, 'valse joden' en verdachte pamfletten

Op gezette tijden houdt de Amsterdamse politierechter 'discriminatiezittingen'. Dan verschijnen er verdachten voor het hekje die mensen zouden hebben beledigd of gediscrimineerd wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging.

Wat is discriminatie? “Het onderscheiden van mensen op grond van kenmerken die ze niet zelf hebben kunnen kiezen”, zegt de rechter, mr. A. Josephus Jitta.

Er zitten routinezaken tussen op zo'n dag - dronken kroeglopers die zich hebben overschreeuwd - maar er zijn ook zaken waarbij de emoties begrijpelijkerwijs hoog oplopen.

Dan is Nederland opeens weer dat landje dat 'de bezetting' achter de rug heeft, en dat volgens sommigen nu opnieuw bezet dreigt te worden, zij het door mensen met een donkerder huidskleur dan een halve eeuw geleden.

Daar hebben we meneer X., een 55-jarige marktkoopman te Amsterdam. Op een morgen, tijdens de loting voor de vrije marktplaatsen, was er heibel ontstaan tussen meneer X. en meneer Y., een joodse collega. Meneer X. had gezegd: “De gasmuntjes waren zeker op in de oorlog en daarom ben je er nog.”

De ironie wil dat meneer X. dezelfde naam draagt als een beruchte NSB'er. Dat bood meneer Y. een kans voor open doel. “Die familie van jou was ook al zo slecht in de oorlog”, voegde hij meneer X. toe.

Meneer Y. diende een klacht in tegen meneer X. Hij was diep geschokt en kon er nachten niet van slapen. Als kleuter had hij met zijn familie in een concentratiekamp gezeten.

Meneer X. ontkent dat hij van 'gasmuntjes' heeft gerept - hij zou het bij 'muntjes' hebben gelaten. “Er wordt zoveel gedold op de markt. Hij is al zo vaak over mijn familienaam begonnen, terwijl mijn familie niets te maken heeft met die oorlogsmisdadiger. Wij kennen elkaar al 24 jaar. Ik heb in een joodse club gevoetbald, hij stond op doel.”

De officier van justitie, mr. H. de Graaff, vraagt verrassenderwijs vrijspraak. De tenlastelegging was foutief, constateert hij. De koopman was beschuldigd van belediging van een groep mensen, maar hij had gezegd: “En daarom ben je er nog.” De rechter hononeert het verzoek om vrijspraak.

Zo gemakkelijk komt de publicist van enkele antisemitische artikelen in een Goois advertentieblad er niet af. Het is een slonzige man van tegen de zeventig, vergezeld door zijn vrouw en zijn uitgever. Hij beschouwt zichzelf niet als antisemiet, integendeel, in zijn vriendenkring schijnt het te wemelen van de joden. Humoristische luitjes.

Hij vindt alleen dat er 'goede' joden en 'slechte' joden zijn, en helaas, die laatste groep overheerst de eerste. Het zijn die slechte, corrupte joden die de eeuwen en de kampen hebben overleefd. Deze 'valse joden' beschuldigde hij in twee artikelen van 'ontucht, goddeloosheid, moord en bedrog'.

“Ik had iets diplomatieker kunnen zijn”, zegt hij tegen de rechter. Maar hij neemt niets terug. “Mijn bedoeling is zuiver geweest. Ik heb niet de joden willen beledigen, maar zij die het niet zijn.”

Wie het zijn die het niet zijn? Daar heeft hij een hele bijbelstudie van gemaakt. “De valse joden zijn die personen die niet behoren tot de edele stam van Juda. Zij gingen zich vermengen met joodse groepen en hebben de ware joden een slechte naam bezorgd. Zij hebben het antisemitisme veroorzaakt.”

“Is het niet gemakkelijk om de schuld van het antisemitisme bij de joden te leggen?” vraagt de rechter.

“Ik leg de schuld bij mensen die niet bij het jodendom horen”, zegt de publicist parmantig.

De officier legt hem nog een ander citaat voor. “U vindt dat de jaarlijkse dodenherdenking verworden is tot een jodenherdenking.”

“Er is een complete herdenkingsindustrie ontstaan”, zegt de publicist. “Waarom worden die andere miljoenen niet herdacht? Bij de dodenherdenking zie je alleen maar de trieste beelden van de kampen. Er zijn mensen die daar een dikke boterham aan verdienen. Daar maak ik me boos over.”

De man beschouwt zich als een soort Salman Rushdie. Zijn artikelen werden in de plaatselijke krant neergesabeld door de burgemeester van zijn woonplaats. Sindsdien kijkt men hem en zijn gezin met de nek aan. “Het is een hetze”, zegt hij. Zijn advocaat voegt eraan toe: “We moeten oppassen dat de gevoeligheid ten opzichte van de joden niet doorslaat naar overgevoeligheid.”

De officier eist een boete van 1.500 gulden waarvan 750 gulden voorwaardelijk, maar de rechter vindt dat te mild. “De verdachte voedt de suggestie dat de teruggekeerde joden uit de kampen de verkeerde waren. Beledigender kan het niet. Ik vind dit van zeer ernstige aard, ook gezien de hardnekkigheid waarmee hij aan zijn opvattingen vasthoudt.” Hij veroordeelt hem tot een maand voorwaardelijk en een boete van 750 gulden. De uitgever krijgt later 1.000 gulden boete.

Eindelijk is meneer Sliedrechts aan de beurt. Het is een 81-jarige man die zijn forse, zeer Nederlandse gestalte in een kaftan heeft gehuld. Hij is zó geëmotioneerd dat het even duurt voordat we de draad van zijn verwarde verhaal te pakken hebben.

Sliedrechts had pamfletten voor de ramen van zijn huis hangen, die volgens een passerende, Marokkaanse politieagent discriminerend waren. De bejaarde man werd in zijn huis aangehouden en voor verhoor naar het politiebureau overgebracht. Toen hij weer vrijgelaten was, krabbelde hij thuis op het afschrift van het bevel tot inverzekeringstelling achter de naam van de bewuste politieman: “Marokkaan amper Nederlander”. Dit papier stuurde hij naar het bureau. Daar werd het als belediging van een ambtenaar opgevat.

“Het was tegen de overheid gericht, niet tegen die jongen”, zegt Sliedrechts. “Het is vreselijk dat ik 21 maanden later nog steeds onder de terreur van deze zaak zit. Deze officier zou ik graag alle hoeken van de zaal laten zien, ook al ben ik dan 81. Ik zit hier door het misdadige optreden van de politie!”

De rechter en de officier zijn het met hem eens dat hij nooit aangehouden had mogen worden. De pamfletten voor zijn ramen bleken onschuldig. “Maar wie draagt de consequenties?” schreeuwt Sliedrechts. “Zij gaan vrij over straat.”

De officier blijft erbij dat Sliedrechts zich schuldig heeft gemaakt aan belediging, maar hij wil genoegen nemen met 'bewezenverklaring zonder strafoplegging'. De rechter gaat nog een stapje verder. Hij ontslaat Sliedrechts van rechtsvervolging. “Het bewezene is niet strafbaar.”

“Ik eis tien mille smartegeld”, zegt Sliedrechts.

“Daar heb ik geen ruimte voor”, zegt de rechter.

“Dan wil ik excuses van de politie.”

“Dat zal ik laten uitzoeken. U heeft er recht op.”

Sliedrechts bedankt hem uitvoerig. “Weet u waarom ik deze kleren heb aangetrokken?” zegt hij. “Om te laten zien hoe ik vroeger met Turken en Marokkanen omging. Maar na mijn arrestatie heb ik mijn deuren gesloten. De politie heeft al het mooie kapotgemaakt met haar stomme gebrul over racisme.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.