Ex-leiders Zuid-Korea samen voor de rechter

SEOUL, 27 FEBR. Twee voormalige presidenten van Zuid-Korea, Chun Doo Hwan en Roh Tae Woo, zullen op 11 maart gezamenlijk terecht moeten staan wegens hun mogelijke betrokkenheid bij de militaire staatsgreep van 1979 en een bloedbad in de stad Kwangju in 1980. Dat heeft een rechtbank in Seoul vandaag bepaald. Beide voormalige leiders verblijven sinds eind vorig jaar in de gevangenis in verband met een andere kwestie: corruptie tijdens hun regeerperiodes.

Chun (64) en Roh (63) kunnen de doodstraf krijgen indien zij schuldig worden bevonden aan muiterij (die leidde tot de staatsgreep) en het geven van orders aan het leger in Kwangju, maar algemeen wordt aangenomen dat ze er met gevangenisstraffen van af zullen komen.

Het proces tegen Chun en Roh kwam tot verrassing van velen eind vorig jaar op gang na een aantal wetswijzigingen die de corruptie moesten beteugelen. Leden van de parlementaire oppositie kwamen in de zomer van 1995 met bewijzen van grootscheepse corruptie tijdens de regeringen van Chun (1980-1988) en Roh (1988-1993). De Zuidkoreaanse justitie besloot tot aanhouding van de twee voormalige viersterrengeneraals. Het proces wegens corruptie tegen Roh begon in januari, dat tegen Chun gisteren.

De huidige president, Kim Young Sam, aarzelde aanvankelijk om zijn twee voorgangers te laten vervolgen, maar de veranderde wetgeving en de vele onthullingen dwongen hem ertoe. Kim was vroeger een opposant van de militaire regimes, maar in 1990 fuseerde zijn partij met die van Roh en Chun. Kims aanvankelijke uitgangspunt: 'Laat de geschiedenis over hen oordelen', veranderde in 'Helaas was deze stap (arrestatie van Roh en Chun) noodzakelijk om de geschiedenis recht te zetten.' Het Zuidkoreaanse parlement nam in december een initiatiefwet van Kim aan waarin Chun en Roh ook ter verantwoording werden geroepen voor de gebeurtenissen uit de jaren 1979-80.

Na de moord op de autoritair regerende president Park, in oktober 1979, werd een interimpresident aangesteld die door legerofficieren enkele maanden later werd afgezet. Naar altijd is aangenomen - maar nooit bewezen - was Chun Doo Hwan het brein achter de coup en werd hij geholpen door zijn klasgenoot op de militaire academie, Roh Tae Woo. In de lente van 1980 trok Chun alle macht aan zich en in mei van dat jaar liet hij een volksopstand in de zuidelijke stad Kwangju neerslaan. Daarbij kwamen naar schatting 200 mensen om het leven. In 1987 liet Chun democratische verkiezingen houden - de eerste in decennia - die werden gewonnen door Roh. Pas met het aantreden van president Kim Youg Sam in 1993 kreeg Zuid-Korea weer een burgerpresident. (AP, Reuter)