Dirigent Eduard Flipse herdacht met stampende klanken

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jan Latham Koenig, met Sepp Grotenhuis, piano. Werken van Jeths, Bokelmann/De Graaff/Sauer, Van Vlijmen en Roussel. Gehoord: 26/2 De Doelen Rotterdam.

Het extra concert door het Rotterdams Philharmonisch Orkest gisteravond in De Doelen eerde de honderdste geboortedag van zijn voormalige chef-dirigent Eduard Flipse, die in zijn jaren het orkest gedurfd programmeerde. Vandaar een tweetal wereldpremières: Throb van Willem Jeths en Discharge van het drietal Huba de Graaff/ Rijnhard Bokelmann/Arthur Sauer. Jan van Vlijmens Pianoconcert (Rotterdamse première) kwam na de pauze en als uitsmijter werd nog een twintigste-eeuwse compositie opgevoerd: Roussels suite Bacchus et Ariane. Een interessant programma, werd Flipse maar wat vaker geëerd.

Een kenmerk van zowel Jeths als Sauer cum suis is de hevigheid een uitdrukking, de fortissimo-radicaliteit, het laten dreunen en knallen. Throb verwijst naar het kloppen en bonken van hart en aderen, naar interferendende stampende pulseringen. Discharge is een soort van eerbetoon aan de hardcore-pop als uiterste consequentie van de punk-rock.

Duidelijk werd intussen dat het ene forte niet het andere is. Discharge is een experiment om de sterk vervormde klank van elektrische gitaren te vertalen naar het symfonieorkest toe, nog eens uitgebreid met een kopersectie opgesteld boven het ensemble in de buurt van het orgel. Door de vervorming ontstaan nieuwe klanken, wat weer lijkt op het interferentie-idee van Jeths.

Maar hoe opwindend al die stampende en schurende klankmassa's op zichzelf zijn, wat het is dat blijft het. Discharge is een prothese en Throb een krachtig gebit, want Jeths is geïnteresseerd in kleuraspecten, zoals in het hogere register van twee mondharmonica's, in een afebben van het orgel, of in het lagere register van de lions roar en het bekloppen van kopermondstukken, alweer in een inkleuring van interfererende pulseringen.

Aldus ontstaat een ruige compositie van exquise kwaliteit. Alles is terug te voeren op enkele basisgegevens: het schuren van een kleine seconde in het laagste octaaf van een 32-voets orgelregister, een uitbouw horizontaal daarvan in het chromatisch B-A-K-H motief en verticaal in het eveneens chromatische negenstemmige 'doodsakkoord' uit Mahlers Tiende symfonie. Dan is er nog een dalende toonladder, die meer ontspanning beoogt. Veel beter dan in voorgaande werken bouwt Jeths hiermee een spannend organisch geheel op. Mijn enige bezwaar betreft tegen het slot het wat te melodisch uitgevallen materiaal: Fremdkörper binnen die ruig exquise clusters.

Vermeldenswaard was ook de uitvoering van Van Vlijmens Pianoconcert uit 1991, door Sepp Grotenhuis in onderkoelde passie prachtig vertolkt, als een waardig opvolger van Theo Bruins. Maar het meest bijzonder was dat ditmaal het orkest, enigszins groezelig op de première, nu glas- en glashelder klonk. Zodat de belangrijke hoge houtblazers- en slagwerkpartijen opeens voor veel meer stuwing zorgden.

Het gevaar van een niet perfecte première was Eduard Flipse zich terdege bewust. Hij bracht niet alleen 101 premières, maar trachtte ook waar mogelijk nieuwe werken die hij de moeite waard vond, opnieuw te programmeren.

    • Ernst Vermeulen