De meester en de leerling

DEN HAAG/AMSTERDAM. Sinds vorige week hebben vijftien Haagse middelbare scholen een speciale gesubsidieerde 'veiligheidsfunctionaris' in dienst. Ze moeten een 'veiligheidsplan' opstellen en zorgen dat brand, vandalisme, bedreigingen, diefstal en andere vormen van 'ongewenst gedrag' afnemen. Al eerder hadden negentien scholengemeenschappen in Amsterdam-West een convenant met de politie ondertekend om gezamenlijk de agressie en het wapenbezit op scholen te lijf te gaan. Ook op het Amsterdamse Mondriaan-lyceum is een 'veiligheidsplan' opgesteld, nadat een leraar, een amanuensis en een vrijwilliger van het boekenfonds door een zestal leerlingen compleet in elkaar waren geslagen. Volgens een onderzoek van de Nijmeegse universiteit onder bijna tweeduizend middelbare scholieren gaf één op de zes toe binnen een half jaar tijd wel eens bij school fysiek geweld te hebben gebruikt, en meestal waren daar wapens bij betrokken. Eén op de tien zei een slag- of steekwapen mee naar school te nemen. Einde bericht.

Een atelier op een schip in de Amstel. De namiddagzon komt in grote stralen door de ramen zetten, en in de lichtplassen op de houten vloer beweegt het water mee. Tegen de wanden Franse landschappen, maar ook blokken en kubussen. Het licht vastgelegd.

Paul Versteeg (52) en Eleanor Brunnen (22) zitten aan de thee. Samen vormen ze het kleinste opleidingsinstituut van Nederland, de meest klassieke onderwijssituatie die maar denkbaar is: één meester, één leerling. “Ik wilde op een ouderwetse manier een ambacht leren,” zegt Eleanor, een Engelse studente in de antropologie. “Ik wilde die oude leersituatie opnieuw meemaken en bestuderen. Ik wilde in de buurt van een vakman rondhangen, hem helpen, zijn gedrag afkijken, en zo het ambacht leren.” “Niet alleen in het schildersvak was zo'n leersituatie tot eeuwenlang heel normaal, maar ook in allerlei andere beroepen,” zegt Paul Versteeg. “Alle gilden werkten vroeger zo. Zelfs de bakker in mijn oude dorp nam dertig jaar geleden nog een hulpje. Zo'n jongen begon met vloeren vegen, en een paar jaar later was het een volleerd bakker.” Zelf was hij ooit leerling, van de Franse glazeniers Charles Marq en Brigitte Simon, en van Marc Chagall. “Ook dat waren hele andere lessen dan je op school leert. Het was eerder een sfeer van concentratie waarin je werkte, net zoals je in de muziek het fenomeen ,masterclass' hebt. Je was werkend aan het leren, met je hele persoonlijkheid.” Wat heeft de ene extreme leersituatie met de andere te maken? Alles, omdat de balans verbroken is. De ene vorm, de massaschool, wordt steeds meer regel, en de andere vorm, meester en zijn leerling, zijn bijna vergeten. Toch kunnen alle hekken, pasjes en veiligheidsplannen één ding niet verhelen: hoe groter een school, des te groter de eenzaamheid, de vervreemding, het isolement, de onbekendheid en alles wat verder agressie en vandalisme doet groeien en bloeien. Dankzij het fusiebeleid van de opeenvolgende ministers en staatssecretarissen van Onderwijs is sinds 1992 het aantal middelbare scholen bijna gehalveerd. De gevolgen kent iedereen die wel eens een kantine van zo'n mammoetschool van tweeduizend leerlingen bezocht heeft: hier herkent geen direkteur nog zijn leerlingen, hier kan geen leraar meer orde houden, hier moeten pasfoto's komen, en een man met een pet. Hoe het met efficiency van deze massascholen staat bleek uit het Onderwijsverslag 1994: terwijl op middelbare scholen gemiddeld 5,6 procent van de lessen uitvalt door ziekte, vergaderingen, excursies en dergelijke, is dat percentage op scholen met meer dan duizend leerlingen maar liefst 7,2. Een verschil dat de onderwijsinspectie onder meer toeschrijft aan de ingewikkelde organisatie en het vele vergaderwerk op de grotere scholen. Paul Versteeg en Eleanoor Brunner werken nu een half jaar samen, vijf dagen per week, zeven uur per dag. Heel persoonlijk, en volgens beiden heel effectief. “Het is een constant bombardement van lessen,” zegt Eleanor. “Alleen zit Paul hier niet als leraar. Hij werkt gewoon, en ik help hem, ik maak zijn kwasten schoon, en ik werk voor mezelf. Het is geen theoretische situatie zoals op school, hier leer ik door afkijken. Ik pik bijvoorbeeld op hoe Paul zich door het atelier beweegt. Of hoe hij zijn kwasten vasthoudt. Of hoe hij zijn tempo regelt. En ik leer veel van zijn stijl, van de verschillen in generaties.”

Paul Versteeg zegt dat hij van die glazeniers op z'n zestiende duizend keer meer leerde dan al die jaren op de kunstacademie bij elkaar. “Ze leerden me zien hoe mooi kleur kan zijn, hoe subtiel met toon gewerkt kan worden, hoe leuk tekenen is. En bij Chagall - we werkten toen aan het plafond van de Opéra - zag ik zag ik hoe je kleuren kunt afstemmen over een groot vlak, hoe je aan een geheel kunt werken, hoe je van de ene hoek naar de andere bezig kunt zijn.”

“Kopieergedrag”, noemt hij de motor achter deze ouderwetse lesvorm, een buitengewoon nuttig vermogen om te leren dat ieder mens is aangeboren, maar dat bij veel vormen van onderwijs vergeten lijkt te zijn. “Leren kijken, leren je te concentreren, leren inschatten, het goede van een vakman overnemen en integreren met je eigen persoonlijkheid, het zijn allemaal dingen waar weinig woorden bij horen. Het lijkt zo gemakkelijk wat er in een meester-leerling situatie gebeurt, het is eigenlijk niks, maar ondertussen draait het daar wel om in het onderwijs.” Het zijn deze bijna vergeten waarden die maken dat de jongeren in de planscholen, de bezuinigingsscholen, de fusiescholen en de massascholen op dit moment dubbel wordt gepakt. Hun persoonlijke vorming wordt meer en meer overgelaten aan het gezin - maar zulke ideale gezinnen zijn er zoveel niet meer. Bovendien wordt vergeten dat ook in de brave tijd van Ot en Sien en de bakker de buitenwereld een minstens zo belangrijke rol speelde in de vorming van jongeren. Al was het alleen maar door leermeesters te leveren, en duizend en één leersituaties te scheppen.

Het kwaad dat de massascholen aanrichten ligt daarom niet alleen op het vlak van de eenzaamheid en de criminaliteit. Het systeem heeft de leerlingen bovendien iets ontnomen waar geen veiligheidsplan tegenop kan: hun persoonlijke leermeesters.

    • Geert Mak