De gemartelde lappen van Koopman verwerkt tot mode

Tentoonstelling: Ella Koopman, Stof in Vorm. T/m 27 mei. Haags Gemeentemuseum, Stadhouderlaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u.

Landschappen zijn het, de doeken van 'textielkunstenaar' Ella Koopman. Ze doen denken aan ribbelige stranden of winderige grasvlaktes. 'Ritmische velden' worden ze ook wel genoemd. De lappen krimpen en rekken - vaak ook door toevoeging van lycra - als harmonica's en kunnen in de huidige mode perfect worden toegepast.

Dat is dan ook gedaan door een aantal couturiers: Louis Féraud, Claude Montana en Jean Charles de Castelbajac uit Frankrijk, en Frans Molenaar en Mart Visser uit Nederland. De avondjurken, jassen en mantelpakken die zij van de beschilderde, geplooide Koopman-stoffen maakten, zijn nu te zien op de expositie 'Stof in Vorm' in het Haags Gemeentemuseum. Daarnaast hebben ook ontwerpers van badpakken, tassen, stoelen, kamerschermen en hoeden zich uitgeleefd op Koopmans lappen.

Ella Koopman (1947), opgeleid als schilder en beeldhouwer, maakte lange tijd textiele schilderijen en installaties - deze hangen ook in Den Haag. Maar ze gebruikte haar lappen steeds meer voor (eigen) kleding, sjaals en woningdecoraties. Enkele jaren geleden reisde ze met balen stoffen naar Parijs, wat resulteerde in een nauwe samenwerking met de Franse mode-ontwerpers.

Koopman is niet lief voor haar stoffen; ze martelt, mangelt, stikt, vouwt en smeert met verf, laag op laag. Een procédé dat ontstond toen ze ooit per ongeluk een kwast afveegde aan een coupenaad en zag hoe dat het uitstaande effect versterkte. Ze verfijnde de techniek door de ingestikte en naar buiten gelegde plooien aan iedere zijde met verschillende verf te behandelen, waardoor de stof al naar gelang de richting waarin ze gestreken wordt, een andere kleur krijgt.

Zó bewerkt lijkt luchtige zijden voile - in avond- en zomerjaponnen van Féraud - te dansen. Dezelfde techniek toegepast op katoen of linnen, eventueel bewerkt met latexverf, geeft een stug en leerachtig karakter waarvan tassenontwerpster Gilberthe Akkermans dankbaar gebruik maakt. Dan weer oogt een stof als dik fluweel - uitstekend geschikt om stoelbekleding van te maken.

Ook voor hoedenontwerpster Mirjam Nuver dicteert het karakter van de stof de vorm van de hoed: de vochtig glanzende greep van mosgroene latexdoeken moest wel leiden tot ingenieus geknoopte 'tropische' hoofddeksels, en van zwarte halftransparante zijde - dun en stijf als papier - maakte ze zwierige hoeden en uitwaaierende kappen.

Koopmans methode is kostbaar. In een van Vissers jurken is maar liefst 36 meter zijde verwerkt en volgens een meubelontwerper blijft er door Koopmans intensief geplooi van 8,5 meter zijde effectief maar 3 meter over. De ontwerpster besteedt het stikwerk uit aan een paar vrouwen. “Je ziet het als ze moe worden”, zegt Koopman. “Dan gaan de stiksels scheef lopen. Maar dat is juist mooi, uitdrukking van het menselijk tekort.”

Hoewel Koopman zelf niets heeft tegen “een zware en moeizame dracht”, is een van de weerkerende vragen van de kleding-ontwerpers: soepeler stoffen graag. Expressief beschilderde lappen laten soms weinig ruimte voor het eigen handschrift van de ontwerper. Daarom wilden Frans Molenaar en Mart Visser wel plooien, ribbels en stiksels, maar geen kleuren. Molenaar hield het voor zijn architectonisch vormgegeven mantelpakken bij ivoorwit, Visser vroeg voor zijn soepele en elegante avondjurken om nachtzwart. En zo lijdt niemand gezichtsverlies.

De geometrische vlakverdelingen van Molenaars jasjes benadrukken de licht- en schaduwwerking van de minimal-art-structuur die Koopman in de stof aanbracht. En Vissers in elkaar gedraaide mouwen vormen dankzij Koopmans plooitechniek sculpturale slakkenhuizen.

Recentelijk experimenteerde Koopmans meer met primaire kleuren. Schoenontwerper Jan Jansen liet zich daardoor allerminst afschrikken en buitte het ritme van rood-blauw-geel optimaal uit in een hoekige, lage laars. Dezelfde stof levert, diagonaal gesneden, in een paar ellenlange lieslaarzen juist een elegante stroomlijn op.

De conclusie moet zijn dat de eigenzinnig en ritmisch vormgegeven stoffen van Koopmans in handen van geïnspireerde ontwerpers een tweede leven gaan leiden, zonder dat het oorspronkelijke karakter verloren gaat. Performance-kunstenaar Piet Jan Blauw ontdekte dat er zelfs letterlijk muziek in zit. Hij spande koperglanzende doeken van Koopmans in een elektronisch instrument en liet zo, bij de opening van de tentoonstelling, de ribbels van de stof hóren.

    • Edith Schoots