Boete voor Philips in VS na levering ondeugdelijk materiaal

NEW YORK, 27 FEBR. Philips zal de Amerikaanse overheid 65,3 miljoen dollar boete betalen wegens het leveren van ondeugdelijke condensatoren en weerstanden. Het Amerikaanse departement van justitie maakte de schikking gisteren bekend.

Philips heeft zich schuldig gemaakt aan het verkopen van condensatoren en weerstandjes die niet geproduceerd en getest waren volgens de specificaties van de militaire autoriteiten. De produkten waren afkomstig van fabrieken van Philips in Jupiter, Florida en Mineral Wells, Texas. Ze zijn deels via derden terechtgekomen in militaire vliegtuigen, raketsystemen, satellieten en radars. Volgens de openbare aanklager, Frank W. Hunger, is het een van de grootste schikkingsbedragen in de defensiesector.

Niet bekend

Philips Noord-Amerika gaf gisteren een verklaring uit die stelde dat Philips de zaak zelf aanhangig heeft gemaakt. Ook zei het bedrijf dat er “voldoende maatregelen zijn genomen om te zorgen dat de schikkingen in deze zaken geen invloed hebben op de activiteiten van Philips”. De daden worden toegeschreven aan inmiddels voormalige werknemers. Een woordvoerder in New York zei geen enkele vraag over de schikking te kunnen beantwoorden.

Philips heeft al eerder na een vergelijkbare affaire in 1992 9,6 miljoen dollar boete betaald voor de verkoop van ondeugdelijke condensatoren. Dat bedrag zal worden afgetrokken van de 65,3 miljoen dollar. Vorig jaar juni bekende Philips schuld in een achttien punten tellende aanklacht wegens levering van de ondeugdelijke weerstandjes en betaalde toen 9 miljoen dollar boete. Dat bedrag staat los van de gisteren overeengekomen boete.

De schikking voorkomt dat de regering Philips kan aanklagen voor elk geleverd ondeugdelijk produkt en afzonderlijk voor vervalsing van een beschermde merknaam. Veel condensatoren en weerstandjes kregen het stempel 'Joint Army Navy' of 'JAN', een beschermd keurmerk.

Niet bekend