'Bij huiseigenaren zullen harde klappen vallen'

Omdat het proces van de hertaxatie van al het onroerend goed op dit moment nog in volle gang is, kan de Vereniging Eigen Huis nog niet beschikken over een compleet overzicht van de gevolgen daarvan voor de huiseigenaren. Maar het staat voor adjunct-directeur F.A.P.M. van Loon vast dat er volgend jaar 'harde klappen' zullen vallen. Vooral het onmiddellijke effect op het huurwaardeforfait zal er inhakken, zo voorziet hij.

Van Loon: “We hebben in de praktijk kunnen zien dat veel mensen die de waarde van hun eigen woning moesten opgeven, proberen om bijvoorbeeld nog net onder die grens van 200.000 gulden te blijven. In die prijsklasse zitten zeer veel woningen. Bij die 'bescheiden' raming van het eigen bezit scheelt dat een hele schijf in de tabel voor het huurwaardeforfait. Maar de onafhankelijke taxateur van de gemeente heeft daar natuurlijk geen boodschap aan. De prijzen van de woningen zijn de laatste jaren fors gestegen, en als peildatum voor de nieuwe taxatie geldt de waarde per 1 januari 1995. Menigeen zal daardoor in een hogere schijf voor het huurwaardeforfait terechtkomen.”

Op basis van een 'voorzichtige raming' en uitgaande van de 3 miljoen eigen-woningbezitters houdt Van Loon er rekening mee dat een kwart van hen, 750.000 eigenaren, na de hertaxatie in een hogere schijf voor het huurwaardeforfait zal belanden. Voor de grote meerderheid van de woningbezitters zijn dat schijven van 1.400 gulden. Nemen we aan dat deze extra bijtelling bij de inkomstenbelasting in het 50-procentstarief valt, dan betekent dat per eigenaar een extra netto belastingverhoging van 700 gulden per jaar. In totaal leidt deze rekensom dan tot een extra belastinginkomst voor het rijk van 750.000 maal 700 gulden, ofwel 525 miljoen gulden in één jaar.

In individuele gevallen kan de stijging van het huurwaardeforfait, en daarmee het bedrag aan te betalen inkomstenbelasting, nog hoger uitpakken, als in een lange reeks van jaren de eigen taxatie verder is achtergebleven bij de waarde zoals die per 1 januari 1995 geldt in het vrije economische verkeer. Dan kan zo'n eigenaar te maken krijgen met een sprong over twee schijven, waardoor hij bijvoorbeeld netto per jaar 1.400 gulden extra belasting moet betalen.

Van Loon verwacht 'pijnlijke verrassingen' voor ouderen met een klein pensioen, of ouderen zonder pensioen, die na tientallen jaren sparen in een huis wonen dat niet langer bezwaard is met een hypotheek. Zij kunnen straks, na de hertaxatie van hun huis, in de termen komen te vallen voor de vermogensbelasting. Het tarief voor de vermogensbelasting bedraagt 8 gulden per duizend gulden vermogen. Dat bedrag is niet aftrekbaar, maar een netto lastenverhoging. Deze huiseigenaren staan dan voor een cumulatie van lastenverzwaringen, zo voorziet Van Loon. Deze ouderen, die vaak een zeer bescheiden inkomen hebben maar wel een eigen huis, moeten dan meer onroerende-zaakbelasting betalen, plus meer inkomstenbelasting ten gevolge van het sterk gestegen huurwaardeforfait, plus vermogensbelasting. Overigens kan ook Eigen Huis niet in de inviduele portemonnee kijken. Het is denkbaar dat de gevolgen voor deze categorie in inviduele gevallen zullen meevallen op grond van de oudedagsvrijstelling.

Van Loon wijst erop dat de wet WOZ als doel had dat er een uniforme waardering van alle onroerende zaken zou komen. “Dat was de ratio van die operatie, en dat doel wordt ook bereikt.” Maar het was volgens hem uitdrukkelijk niet de bedoeling om langs deze weg een meeropbrengst binnen te halen. De gemeenten kunnen besluiten om het tarief te verlagen, als ze zien dat er te veel geld binnenkomt bij het innen van de ozb, maar het is voor hem de vraag of het rijk dat ook zal doen met de meeropbrengst van de inkomstenbelasting.

In de vorige kabinetsperiode is een motie van deze strekking door de Kamer aangenomen, maar Van Loon vraagt zich af wat er nu zal gaan gebeuren. Op voorhand, en op basis van zijn voorzichtige raming van de meeropbrengst, vindt de adjunct-directeur van Eigen Huis dat die extra opbrengst aan de belastingplichtigen moet worden teruggegeven. Hij kan zich voorstellen dat er politici zijn die een dergelijk bedrag graag zouden gebruiken voor een verdere verlaging van het financieringstekort. Van Loon: “ Als het die kant op gaat, wordt hoog tijd om met de Tweede Kamer te gaan praten.”