Beleid Verenigde Staten inzake Cuba blijft gespleten

WASHINGTON, 27 FEBR. De beperkte strafmaatregelen tegen Cuba die de Amerikaanse president Clinton gisteren heeft afgekondigd, geven aan dat hij het conflict over de twee neergehaalde vliegtuigjes niet wil laten escaleren. De Verenigde Staten verscherpen hun meer dan dertig jaar oude economische embargo enigszins. Maar het recente beleid om individuele contacten tussen Amerikanen en Cubanen te bevorderen - door telefoonverkeer en het overmaken van geld te vergemakkelijken, door Amerikaanse journalisten toe te staan in Cuba te werken - wordt niet opgegeven. En de opschorting van alle chartervluchten mag lastig zijn, voor wie bereid is over te stappen op bijvoorbeeld de Bahama's is het probleem overkomelijk.

Ook al is Cuba strategisch geen bedreiging meer voor de VS, in de Amerikaanse politiek ligt alles wat met het communistische regime te maken heeft nog altijd erg gevoelig. President Clinton, die zich daar terdege van bewust is, heeft er veel voor over om de emoties die over Cuba soms hoog oplopen in toom te houden - zeker in een verkiezingsjaar. Zijn probleem is echter dat hij met zijn Cuba-beleid twee groepen tevreden wil stellen die tegengestelde opvattingen hebben.

De Amerikaanse gespletenheid inzake Cuba bleek duidelijk toen Fidel Castro het afgelopen najaar in New York was voor de vijftigste verjaardag van de Verenigde Naties. President Clinton en de andere Amerikaanse politici vermeden zorgvuldig een ontmoeting met de Cubaanse leider. De gemeenschap van uit Cuba afkomstige Amerikanen is omvangrijk (bijna een miljoen) en bepleit sinds jaar en dag het omverwerpen of politiek afzonderen van het communistische regime. In staten als New Jersey en vooral Florida vormen de Cubanen een belangrijke politieke factor waar niemand aan voorbij kan gaan.

Maar terwijl de politici hun uiterste best deden Castro te ontlopen, wilden Amerikaanse zakenlieden de Cubaanse leider juist graag ontmoeten. Met lede ogen hadden ze de afgelopen jaren aangezien hoe concurrenten uit andere landen profiteerden van de voorzichtige openingen in de Cubaanse economie. Door het Amerikaanse handelsembargo konden Amerikaanse bedrijven bijvoorbeeld niet meedingen naar de opdracht voor modernisering van het Cubaanse telefoonnet: een Mexicaans bedrijf was de gelukkige. En ook van de opbloeiende toeristenindustrie op het eiland kon het Amerikaanse bedrijfsleven niet meeprofiteren.

De ondernemers hoopten op een spoedige opheffing van het embargo, en staken dat niet onder stoelen of banken. Een van de meest uitgesproken voorstanders van opheffing is Dwayne Andreas, niet alleen bestuursvoorzitter van het graanverwerkende bedrijf ADM, maar ook een van de grootste sponsors van politici van beide partijen.

In de eerste jaren van zijn presidentschap leek Clinton niet te kunnen besluiten wat zijn Cuba-politiek moest zijn. In 1994 raakten de betrekkingen tussen beide landen in een crisis, toen tot schrik van Washington in totaal zo'n 35.000 Cubanen in schepen, bootjes en op vlotten overstaken naar de VS. In september van dat jaar kwamen de twee landen overeen dat de VS niet langer alle illegale Cubaanse immigranten automatisch zou opnemen. Toekomstige illegale immigranten zouden worden teruggestuurd. Jaarlijks nemen de VS nu wel 20.000 legale immigranten uit Cuba op.

Sindsdien trad een dooi op in de betrekkingen. Een aantal Amerikaanse onofficiële delegaties bezocht Havana. Zakenlieden voerden informele besprekingen, zelfs twee neven van de voormalige president Kennedy kwamen eerder dit jaar naar Cuba en twee Amerikaanse delegaties bezochten een kerncentrale op het eiland, waarvan de veiligheid Washington grote zorgen baart. En dat het Democratische Congreslid Bill Richardson erin slaagde drie politieke gevangen los te krijgen werd helemaal gezien als teken dat de minder afwijzende houding van de Amerikaanse regering effectief was.

Ook onder de Cubaanse Amerikanen zijn er voorstanders van die opstelling te vinden. Dat het embargo - van kracht sinds 1962 - het bewind van Castro nog niet omver heeft geworpen maar de bevolking wel veel last heeft bezorgd, heeft bij gematigde groeperingen tot begrip geleid voor de politiek van toenadering, die mikt op ondergraving van het regime door intensivering van de contacten.

Maar de Republikeinen in het Congres, en de Amerikaanse Cubanen die verbolgen waren over de immigratiebeperkingen, hebben daar steeds weinig vertrouwen in gehad. Een wetsvoorstel dat buitenlandse investeringen op Cuba moet bemoeilijken is al goedgekeurd door Huis van Afgevaardigden en Senaat - zij het in verschillende formuleringen, die nog op elkaar moeten worden afgestemd.

Deze zogenoemde Helms-Burton Bill, ingediend door senator Jesse Helms en Afgevaardigde Dan Burton, zal waarschijnlijk vlak voor de belangrijke voorverkiezing in Florida, op 12 maart, door het Congres naar president Clinton worden gestuurd. Aanvankelijk leek die te neigen naar een veto. Maar gisteren kondigde hij aan met het Congres te willen samenwerken aan de wet, mits één bepaling eruit wordt gehaald: een artikel dat Cubaanse Amerikanen in staat stelt voor Amerikaanse rechtbanken te procederen tegen buitenlandse ondernemingen die hun in Cuba geconfisqueerde bezit hebben verworven.

Na maanden lijkt het wetsvoorstel nu goedgekeurd te gaan worden, in de nasleep van het neerhalen van de twee vliegtuigjes door de Cubaanse luchtmacht. “Fidel Castro heeft bij het doorvoeren van deze nieuwe wetgeving de doorslaggevende stem gehad”, zei de fel anti-Cubaanse Afgevaardigde Torricelli uit New Jersey spottend.

    • Juurd Eijsvoogel