Akzo Nobel heeft te kampen met lagere economische groei in Europa

ARNHEM, 27 FEBR. Een jaar van mixed blessings, zo typeerde de voorzitter van de raad van bestuur van Akzo Nobel, mr. C.J.A. van Lede, gisteren het voorbije 1995. De resultaten over vorig jaar sloegen weliswaar alle records van het Nederlands-Zweedse chemieconcern, maar het had allemaal nog veel beter gekund.

De netto winst bedroeg 1,314 miljard gulden en passeerde daarmee behoorlijk het resultaat over 1994 dat 136 miljoen gulden lager lag. Het zag er in het begin van vorig jaar echter nog veel rooskleuriger uit. Over het eerste kwartaal nam het bedrijfsresultaat toe met 19 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 1994. Maar het tweede kwartaal zakte die groei terug naar drie procent. In het derde kwartaal was er nog sprake van een marginale 1 procent groei. Het laatste kwart van '95 gaf de klap en liet een verlies zien van 16 procent ten opzichte van het laatste kwartaal van '94.

“Die neerwaartse trend zet gelukkig niet door”, meent van Lede. “De situatie lijkt zich nu te stabiliseren en wij verwachten dat het tweede halfjaar van '96 weer groei te zien zal geven”.

Akzo Nobel ging de laatste twee kwartalen van het vorig jaar mee met de teruglopende economische groei in Europa. Terwijl het de chemie-bedrijven die sterk zijn in bulkproduktie vorig jaar buitengewoon voor de wind ging, heeft een concern als Akzo, dat zelf een marginale produktie van bulkgoederen heeft, te maken met hoge grondstofprijzen voor bijvoorbeeld verven en lakken. De hogere inkooprijs van grondstoffen kan vervolgens niet zomaar worden doorberekend aan de afnemer van het eindprodukt, zodat de marges onder zware druk komen te staan. De omzet van Akzo's chemie liep dus terug met zeven procent. Maar naast die conjuncturele tegenvallers was er bijvoorbeeld een zachte winter in de Verenigde Staten en kon Akzo daar weinig zout kwijt. Bovendien ontstond er in de VS bovendien een probleem met een zoutmijn die moest worden gesloten. Dat kostte het bedrijf een paar forse voorzieningen. Bij de raffinage (kraakinstallaties) is het al niet veel beter. Er is wereldwijd overcapaciteit, zodat er verlies wordt gemaakt. Bij de produktie van polymeren kreeg het bedrijf ook “de wind van voren”, zoals Van Lede zegt, doelend op een staking die zes weken duurde.

In de verven en lakken ging het Akzo ook minder dan was gehoopt. De kosten van grondstoffen stegen met vijf procent, een factor die niet kon worden opgevangen. Er zijn 300 man uitgegaan, maar dat heeft niet tot gunstige resultaten geleid. Hoewel Akzo marktleider is in het Verenigd Koninkrijk waar iedere burger met een verfkwast in de hand wordt geboren, gaat het ook daar niet best. De rentabiliteit van de coatings blijft duidelijk achter.

Op het gebied van de farmaceutische industrie is Van Lede beduidend optimistischer. De afzet steeg vorig jaar met negen procent. Door de valutaschommelingen werd daar weer zes procent van afgeknabbeld, maar gerekend in termen van het bedrijfsresultaat is de farma-poot met 750 miljoen gulden belangrijker dan de chemie, die 608 miljoen gulden realiseerde. In 1994 lag dat nog anders. Toen boekte Akzo's farmacie 655 miljoen gulden, tegen de chemie 712 miljoen.

De vezelpoot van Akzo stelt binnen het totale bedrijfsresultaat van Akzo niet heel erg veel voor, maar wordt wel steeds belangrijker. Bedroeg het aandeel van de vezels in '94 nog 80 miljoen van het bedrijfsresultaat, vorig jaar is dat bijna verdubbeld tot 158 miljoen gulden. Zowel afzet als prijzen stegen over geheel '95 met vier procent. Ook dat had beter gekund. Het eerste halfjaar ging het buitengewoon goed, maar de laatste helft liet stagnatie zien. Veruit het belangrijkste bij de vezels zijn de industriële produkten, waarbij de auto-industrie de belangrijkste afnemer is. “De concurrentie is daar absoluut moordend, maar we kunnen ze aan”, aldus Van Lede.

Behalve een teruglopende groei van de economie en hogere prijzen voor grondstoffen heeft Akzo vooral ook problemen met de zwakke valuta, of anders gezegd: met de keiharde Duitse mark en de Nederlandse gulden. Stijgende prijzen van eigen produkten leverden het bedrijf 600 miljoen op, de hogere afzet 400 miljoen. De klap van de lage wisselkoersen begrootte Van Lede gisteren echter op 1,1 miljard gulden, veruit de belangrijkste factor in het geheel.

“We zijn geneigd om het dan steeds over de Amerikaanse dollar te hebben, maar we moeten niet vergeten dat de helft van die tegenslag moet worden toegeschreven aan de lage lire, peseta en pond sterling.”

Akzo Nobel produceert in Nederland en Duitsland voor een waarde van 9 miljard gulden. Daarvan wordt slechts de helft in deze twee landen afgezet. De andere helft wordt geëxporteerd naar bijvoorbeeld Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Ook de Verenigde Staten zijn voor Akzo Nobel nog altijd belangrijker als exportland dan als produktieland.

Ondanks de recordwinst van het bedrijf zijn er ook vorig jaar door reorganisaties weer werknemers op straat gezet. Bij de chemie gingen er 700 mensen uit, bij de verven en lakken 100. In de farma-industrie kwamen er 200 banen bij en bij de vezels gingen er 100 uit. Uiteindelijk had Akzo Nobel op oudejaarsdag 1995 69.800 mensen op de loonlijst, tegen 70.400 precies een jaar daarvoor.

Hoewel Akzo Nobel probeert te ontkomen aan 'cyclische gevoeligheden' die de chemiefondsen zo nadrukkelijk typeren, heeft het bedrijf ondanks allerlei inspanningen toch te maken met invloeden waar het niets aan kan doen. Maar de licht klaaglijke Van Lede benadrukt wel dat vergelijkbare concurrenten van een zelfde omvang het slechter doen. Met een winst van 16 procent op het geïnvesteerd vermogen durft hij de aandeelhouders met een gerust hart tegemoet te treden, zo maakte hij gisteren duidelijk.

Voorzichtigheidshalve voorspelde hij dan ook dat dit jaar mogelijk hetzelfde resultaat oplevert als het vorige. Van Lede gaat er dan wel vanuit dat de economie in Europa vanaf juni weer behoorlijk zal aantrekken. En wat ook van belang is: de discussie over de orale anticonceptie, het grootste produkt van Akzo's dochter Organon, moet spoedig “bevredigend worden opgelost”. Die opmerking wekt geen verbazing, gezien het feit dat Akzo's farmaceutische industrie nu - als deel van het bedrijfsresultaat - belangrijker is dan de activiteiten in de chemie.

    • Bram Pols