'Zo'n baardje is eigenlijk vreselijk'

Tino: “Sinds kort moet ik weer dagelijks de vraag aanhoren of mijn scheerapparaat kapot is. Niet dus. Naar het voorbeeld van Canadese ijshockeyers laten ook dit jaar weer de meeste jongens in onze selectie tijdens de play-offs om het kampioenschap een baard staan. Omdat we met baard ook de vorige twee seizoenen kampioen werden. Als je 'm niet zou laten staan, denk je toch dat het fout gaat. Dan heb je ook een te makkelijk excuus als het inderdaad fout gaat: ik ben me blijven scheren, daar zal het dus wel aan gelegen hebben.”

Martin: “Zo'n baardje is eigenlijk vreselijk. Het jeukt, ik loop constant te krabben. Maar uit bijgeloof laat je 'm toch staan. Vorig seizoen liet ik 'm zelfs tot een maand na de play-offs staan, omdat ik toen met Oranje deelnam aan het WK. Dan denk je: de play-offs gingen goed met die baard, dan zal het op het WK ook wel goed gaan met een baard. Het ging ook goed, maar dit jaar gaat hij er na de play-offs toch mooi meteen af. Ook al is daarna weer het WK. Ik heb gewoon teveel last van die jeuk.”

Bram: “Ik heb een representatieve baan en kan daardoor geen baard laten groeien. Maakt me niet uit, ik speel er heus niet minder door. Binnen de selectie val ik ook niet echt uit de toon. We hebben een jonge ploeg, bij veel jongens zie je niet eens dat ze zich al dik een week niet scheren.”

Theo: “Ook ik heb een representatieve baan. Maar omdat ik een vaste klantenkring heb, is die baardgroei gelukkig geen probleem. De meeste klanten vragen rond deze tijd van het jaar ook gewoon of het weer zover is. Dat is heel leuk.”

Dit is de achtste aflevering van een serie over sporters en bijgeloof.

    • Paul de Lange