Zapman

Jules de Corte is dood. Jules de Corte is dood. Jules de Corte is dood. En Staatsen leeft nog. Jules de Corte had een voornaam. Zijn zolder stond vol wekkers. Hij hield van de verschuivende ritmiek van hun getik. Staatsen houdt nergens van. Zou je langer blijven leven als je nergens van houdt? Staatsen heeft geen voornaam en had hij er een, dan zou ik hem niet willen weten.

Deze week ging een vrouw achter mij staan. Ik lag op een bed en staarde naar het plafond. De vrouw boog voorover en legde beide handen op mijn ogen. Ik zag niets meer en de vrouw zei: “Zie geen kwaad”. Haar handen bleven een tijdje op mijn ogen liggen. Toen verhuisden ze naar mijn voorhoofd (denk geen kwaad) en naar mijn oren (hoor geen kwaad). Het laatst kwamen ze bij mijn mond. De vrouw sprak: “Spreek geen kwaad”.

Ook niet over Staatsen? Mag er geen kwaad worden gesproken over Staatsen? Wat zal ik me ook druk maken om die man. Achter de schermen zijn de wapens al gesmeed die hem ten val zullen brengen. Nog een paar weken mag hij voor schuim spelen dat komt aanrollen op de golven van een nieuwe marketing-trend. Als het te laat is om het tij te keren, zal Staatsens hoofd het zoenoffer worden dat een woedende massa voetballiefhebbers genoegdoening moet verschaffen.

De onderste helft van hun beeldbuis zeven dagen per week in groen gehuld. De bovenste helft gevuld met lege stoelen. Op het scheilijn een bal die lusteloos heen en weer wordt getikt. Niemand is komen kijken. Later zal men zich herinneren dat de voorzitter van Ajax het allemaal heeft zien aankomen. Hoe hij op een landelijke vergadering in vertwijfeling naar een microfoon greep: “Wat doen we de mensen thuis, de voetbalconsumenten, allemaal aan!”

Van Staatsen komt het kwaad niet, het kwaad komt van de marketing. Sinds wanneer kan voetbal geconsumeerd worden? Sinds de softste sector uit de samenleving zich erover heeft ontfermd. Wie heeft voor het eerst voetbal een produkt genoemd? Ik ben bang dat dat de trainer van Ajax was. Ik heb een zwak voor die man. Hij heeft een voornaam (Louis). Er wordt naar hem geluisterd, men praat hem na. Inmiddels denken alle trainertjes en voorzittertjes van Nederland dat voetbal een produkt is. Ze denken dat ze klantgericht moeten denken. Voor die anderhalve man en een paardekop die naar hun wedstrijden komen kijken, gaan ze klantgericht denken. Ze denken dat de 2,9 miljoen waarmee ze naar het sportkanaal zijn gelokt, hun produkt zal verbeteren.

    • Hans Aarsman