Sprinter Perri verdringt dopingverleden

DEN HAAG, 26 FEBR. Als een kind zo blij danste Frenk Perri over de baan na zijn overwinning op de zestig meter bij de Nederlandse Kampioenschappen indoor. In alle euforie vergat hij bijna de emotionele betekenis van zijn zege te onderstrepen. De schlemiel van de nationale atletiek had zojuist in 6,74 seconden afgerekend met zijn beladen verleden en iedereen die dat na afloop mocht weten. “Vorig jaar was dus toch geen foutje”, glunderde de 29-jarige atleet veelbetekend.

Zelden vierde iemand zijn overwinning zo uitbundig als Perri zaterdag op de eerste dag van de overdekte nationale titelstrijd in de Haagse Houtrusthal. Wie niet beter wist, meende van doen te hebben met een zelfingenomen sprinter die kort daarvoor het wereldrecord op de korte afstand had aangescherpt. In werkelijkheid kwam Perri echter vierhonderdste seconde tekort om zich te verzekeren van deelname aan de EK indoor in Zweden.

Die gemiste kwalificatie betekende geen domper op de feestvreugde van Perri en zijn volgers. Begeleider en fysiotherapeut Rayen Bindraban: “Frenk heeft met de overwinning aangetoond dat wat er vorig jaar allemaal is gebeurd, niets meer is geweest dan een gigantisch incident. Het afgelopen jaar liep hij er zo nu en dan behoorlijk gefrustreerd bij. Wraak dreigde op gegeven moment zijn belangrijkste drijfveer worden. Ik denk dat deze overwinning een bevrijding voor hem is.”

Vertrouwensman Bindraban schreef Perri ruim een jaar geleden het voedingssupplement BioLean voor. Beiden verkeerden in de veronderstelling dat het produkt, bestaande uit drie tabletten met een oriëntaals kruidenmengsel (Ma Huang) en een capsule met aminozuren, een onschuldig middel was. Maar Bindraban en zijn pupil kwamen bedrogen uit. Bij de NK van vorig jaar troffen dopingcontroleurs sporen aan van de verboden stof efedrine in de urine van de Rotterdammer van Surinaamse afkomst.

Na Edward de Noorlander (1968) en Erik de Bruin (1993) kende de Nederlandse atletiek haar derde dopingschandaal. De atletiekunie (KNAU) ontnam Perri zijn zojuist veroverde sprinttitel, maar hield de affaire binnenskamers. Ruim twee maanden later doorbrak de KNAU alsnog het stilzwijgen. De bond zag zich gedwongen de kwestie voor te leggen aan de tuchtcommissie, die de zondaar met terugwerkende kracht voor drie maanden uitsloot van deelname aan (inter)nationale wedstrijden.

Volgens Perri was hij het slachtoffer van de omstandigheden. Hoe kon hij immers vermoeden dat BioLean de bewuste verboden stof bevatte? “Op de bijsluiter stond niets vermeld over efedrine of iets dergelijks. Het is neusdruppelrotzooi. Ze moeten dat middel zo snel mogelijk van de lijst halen. Want het is natuurlijk vreemd dat het wel is toegestaan tijdens de trainingen, maar vervolgens niet bij wedstrijden.”

De schorsing vormde het begin van een zwarte periode in Perri's loopbaan, mede omdat hij van blessure naar blessure sukkelde. Frustraties over vermeend onrecht, angst om zijn sponsors te verliezen en ergernis nagewezen te worden als dopinggebruiker ontnamen Perri verder plezier in zijn sport. “Die hele affaire heeft me lang achtervolgd. Het tekent je, vooral mentaal.”

Afleiding vond Perri vooral in zijn werk als boekhouder bij een automatiseringsbedrijf in Amsterdam en als parttime-medewerker in het kinderopvangverblijf van zijn vriendin. “Je leert relativeren. Sprinten is en was geen hoofdzaak voor mij. Gewoon leuk lopen. Ik heb het immers druk zat met andere dingen.”

Toch staan de komende maanden voor Perri in het teken van de sprint. Kwalificatie voor de Olympische Spelen in Atlanta is ook voor hem het ultieme doel. De plaatsingseis van NOC*NSF voor de 100 meter is gesteld op 10,25 seconden, wat een evenaring van het Nederlands record zou betekenen.

Niets is onmogelijk, oordeelde Perri zaterdag in al zijn geestdrift. Zijn herwonnen zelfvertrouwen kende geen grenzen. “Ik moest hier iets rechtzetten. Ook dat is gelukt. Met deze overwinning is er een spanning van me afgevallen. Zo van: zie je wel, zie je wel, ik kan het wel. Het is niet de doping, maar Frenk Perri zelf die het heeft gedaan.”

Eén ding wist Perri daarom zeker: vanmorgen kon hij eindelijk weer eens met opgeheven hoofd het kantoor van zijn werkgever betreden. Een wens resteert. “Doe me een lol. Maandag geen kop boven het verhaal waarin het woord efedrine voorkomt.”