PIET DERKSEN (1913-1996); Rooms-katholiek in zaken

Door het overlijden, afgelopen zaterdag, van Piet Derksen (83) heeft Nederland een van de markantste zakenlieden van na de oorlog verloren. De grondlegger van Sporthuis Centrum, later Center Parcs, liet tot op hoge leeftijd met grote regelmaat van zich spreken, tot vorig jaar augustus zijn vrouw Trude op 77-jarige leeftijd overleed. Derksen zelf tobde al enkele jaren met zijn gezondheid.

Inspirator van het zakelijke genie van Derksen was zonder twijfel diens vader, die ver voor de Tweede Wereldoorlog meende dat zijn zoon een ongezond soort boekenwurm was. Piet Derksen werd door zijn vader gedwongen te gaan tennissen. Meer dan in racket en bal bleek Derksen geïnteresseerd in het zakelijk gewin dat aan de sport vastzat. Met leninkjes van zijn vader en andere familieleden kocht hij in de jaren veertig in het Rotterdamse Kralingen een tennisbaan. Hij verhuurde de sportfaciliteit en breidde zijn negotie al snel uit met het repareren en opblazen van tennisballen. Gaandeweg zag hij in dit ondernemerschap meer dan in zijn baan bij Unilever.

Derksens activiteiten leidden tot de oprichting van Sporthuis Centrum, een winkelketen in sport- en campingartikelen. Om de slappe wintermaanden door te komen besloot hij daarnaast vakantiehuisjes aan te bieden, nabij grote overdekte complexen waar kon worden gezwommen en aan andere sporten kon worden gedaan. Toen de bungalowparken commercieel interessanter bleken dan zijn winkelketen, verkocht Derksen de winkels die daarna verdergingen onder de naam Perry Sport.

Derksen concentreerde zich vanaf 1978 op Center Parcs, waarvan hij de succesformule ook in het buitenland exploiteerde. In 1982 ging Derksen naar de beurs, waar hij 30 procent van de aandelen verkocht voor zo'n 200 miljoen gulden. De resterende zeventig procent bleef bij Derksen en zijn stichting Levend Water, opgericht om “in overeenstemming met de leer van de rooms-katholieke kerk en geïnspireerd vanuit de katholieke gemeenschap binnen en buiten Nederland het evangelie uit te dragen”.

Derksen verkocht het zeventig-procents belang in 1989 voor ongeveer een miljard gulden aan de Schotse brouwerij Scottish & Newcastle. Van die opbrengst ging tweederde naar Levend Water. Met dit kapitaal werden de activiteiten gefinancierd van de stichting Getuigenis van Gods Liefde, die zich richtte op geloofsverkondiging en hulp aan de allerarmsten. Voor enkele honderden miljoenen guldens werden rooms-katholieke evangelisatieprojecten in vele landen ter wereld mogelijk gemaakt.

In eigen land was Derksen onder meer betrokken bij de oprichting van het Katholiek Nieuwsblad in 1983 en het familieblad Manna, in 1988. In Brussel opende Derksen in 1990 het Robert Schuman Instituut voor journalistiek “omdat er geen goede RK-journalisten meer zijn”.

Dat laatste was volgens hem vooral te merken bij de “antikatholieke” KRO. Plannen voor de oprichting van een behoudende Rooms-Katholieke Omroep (RKO) werden echter gedwarsboomd door de bisschoppenconferentie, die vasthield aan de samenwerking met de KRO. Vooral de toenmalige mediabisschop Bär was voor Derksen de kwaaie pier.

Derksen kon het beste opschieten met kerkelijke leiders die duidelijk voor hun mening uitkwamen, aldus Ed Arons, hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad en daarvoor jarenlang naaste medewerker van Derksen. Hij vereerde paus Johannes Paulus en moeder Teresa, maar hij had ook veel bewondering voor moeder Angelica uit de Verenigde Staten. Hij steunde haar financieel bij de oprichting van EWTV, de tv-zender van het Eeuwige Woord, die zo conservatief was dat de Amerikaanse bisschoppenconferentie weigerde de programma's over te nemen.

In eigen land ging Derksen enkele jaren geleden in zee met bisschop Bomers van Haarlem. In een door Levend Water aangekocht voormalig klooster in Nieuwe Niedorp richtte mgr. Bomers een gemeenschap voor buitenlandse priesterstudenten op die verbonden is met de behoudende katholieke beweging Neo-Catechumenaat. Dit besluit van Bomers leidde in het bisdom Haarlem tot hevige commotie, waaraan nog steeds geen einde is gekomen.

Derksen leefde de laatste jaren zeer sober - in een vakantiewoning - maar kon het speculeren niet laten. Volgens insiders heeft hij - 'macho als hij was' - de laatste jaren tientallen miljoenen guldens verspeeld op de aardappeltermijnmarkt in Amsterdam. Hoewel het aantal contracten dat hij mocht aangaan gelimiteerd was, zag hij er geen been in te speculeren via stromannen. Dat kwam hem op procedures tot bij de Hoge Raad te staan.

Twee jaar geleden kwam hij in serieuze problemen. Drie kinderen en twee voormalige zakenpartners spanden een proces tegen hem aan omdat hij een deel van zijn resterende vermogen - ongeveer 300 miljoen - had overgeheveld naar een trust op Gibraltar, Chilston Investment Ltd. Hij had zijn vermogen aan de trust verkocht voor een gulden. Op die manier kon hij het Nederlands erfrecht omzeilen en zorgen dat niet zijn kinderen, maar zijn goede doelen na zijn overlijden over het kapitaal konden beschikken.

Zijn gespeculeer leidde niet alleen tot processen met zijn kinderen, die ook bestuursleden van de stichting waren, maar vorig jaar ook tot de financiële ondergang van Getuigenis van Gods Liefde. De meeste projecten die zichzelf inmiddels konden bedruipen gaan gewoon door. Vorig jaar werd duidelijk dat Derksen ook met zijn drie procederende kinderen, die overigens al miljoenen guldens hadden gekregen, een schikking had getroffen.

Het praktische einde van zijn geloofsimperium wist Derksen, die goed kon incasseren, wel te verwerken. Volgens naaste medewerkers kon hij enerzijds onmenselijk hard zijn voor zijn ondergeschikten en anderzijds buitengewoon geestig. “Bid me de hemel in”, placht hij laatstelijk vaak te zeggen. “Wat voor ieder mens geldt, geldt ook voor Piet Derksen.”