Ontstemde Stephen Frears: ja, nee, zo is het nu eenmaal

BERLIJN, 26 FEBR. Stephen Frears, de Engelse regisseur van Mary Reilly, heeft er de pest in. Op wie en waarom, dat wordt niet helemaal duidelijk, omdat hij op zijn persconferentie in Berlijn en tijdens een gesprek de volgende ochtend met enkele journalisten op de meeste vragen antwoordt met 'ja', 'nee', 'dat zal dan wel' of 'zo is het nu eenmaal'. Frears (54) zou, volgens berichten in de Amerikaanse pers, grote problemen hebben gehad met de Tri-Star-studio, die de in Edinburgh en de Londense Pinewoodstudio opgenomen film over de dienstmeid van Dr. Jekyll en Mr. Hyde financierde. Dat bericht wil hij wel ontkennen: “U moet niet alles geloven wat 'Premiere' schrijft. Het is niet zo dat we op het laatste moment, na een proefvoorstelling, het einde hebben veranderd. Er waren wel honderd denkbare eindes, en we hebben heel lang gepuzzeld wat het beste werkte. Mary Reilly was een moeilijke film om te maken, maar dat lag niet aan de Amerikaanse studio.”

Voor Mary Reilly, gebaseerd op een recente Amerikaanse bestseller van Valerie Martin, verzamelde producente Norma Heyman opnieuw het succesteam van Dangerous Liaisons: regisseur Frears, scenarist Christopher Hampton, cameraman Philippe Rousselot, ontwerper Stuart Craig en acteurs als John Malkovich en Glenn Close, die dit keer in de schaduw moeten blijven van superster Julia Roberts in de titelrol. Vaak maakt Frears na een problematische Hollywoodfilm (“over het budget mag ik niets zeggen, ontdekte ik gisteren toevallig toen ik mijn contract nalas”) direct daarna een low-budget-film in Engeland of Ierland: The Snapper na Accidental Hero en het eveneens op een roman van Roddy Doyle gebaseerde The Van, die wellicht klaar is voor het festival van Cannes in mei, na Mary Reilly: “Maar denk nu niet dat dat zo eenvoudig was om te doen. De ambiguïteit van het scenario van The Van vereiste precisie en Ierland is geen land waar je bij uitstek naar toe gaat voor precisie.”

Mary Reilly is niet alleen een film die met grote precisie gemaakt is, maar ook een voor Hollywoodbegrippen tamelijk compromisloze, sobere en sombere film, die zich bovendien voor het grootste deel in het donker afspeelt. Dat Tri-Star ontevreden zou kunnen zijn over het resultaat - op video en televisie zal er van Rousselots clair obscur weinig overblijven - is eerder voor te stellen dan Frears, die juist heel trots zou moeten wezen op deze ongebruikelijk strenge Hollywoodproduktie. In vergelijking met andere recente moderniseringen van griezelklassiekers, de Dracula van Coppola en de Frankenstein van Branagh, is de Dr. Jekyll and Mr. Hyde van Frears geen lawaaiige staalkaart van wat de 'special effects'-afdeling zoal vermag, maar een psychologisch drama over repressie en fascinatie door het kwaad. Pas tegen het einde wordt slechts een keer spectaculair zichtbaar hoe Malkovich' Hyde letterlijk uit de huid van Jekyll komt gekropen. Ook in de keuze voor Edinburgh, de stad waar auteur Robert Louis Stevenson vandaan kwam, is een dichotomie aangegeven: de New Town waar de nette families woonden, en de sloppen en stegen van de Old Town, waar Hyde 's nachts zijn slachtoffers maakt.

Frears wil nog wel beamen dat Mary Reilly een cerebrale film is. Maar wat hem precies aansprak in het thema of waarom er in ons 'fin de siècle' weer zo veel aandacht is voor de 'gothic' klassiekers, dat weet hij allemaal niet: “Hoor eens, mij is gevraagd om deze film te maken, en dat heb ik zo goed mogelijk proberen te doen”.