Onderzoek naar mogelijkheden homohuwelijk

DEN HAAG, 26 FEBR. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) zal uitzoeken of homoparen in de toekomst een wettelijk huwelijk kunnen sluiten. De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 willen die mogelijkheid creëren.

Het kabinet stelde in 1995 voor homoseksuele paren de mogelijkheid te bieden zich als samenwonenden te laten registreren. Daarmee zouden zij nagenoeg dezelfde rechten krijgen als gehuwden. De drie regeringsfracties vinden dat zo'n samenlevingscontract niet ver genoeg gaat. Hun overweging is van principiële aard, zegt het Kamerlid M. van der Burg (PvdA). “Het gaat om het gelijkheidsbeginsel.” Een praktisch verschil tussen de partnerregistratie en het huwelijk is de juridische relatie tussen de niet-biologische 'ouder' en het kind van zijn of haar partner.

Schmitz heeft geen principiële bezwaren tegen het homo-huwelijk. Zij vindt dat het huwelijk om praktische redenen voorbehouden moet blijven aan heteroseksuelen. Eén daarvan is, aldus Schmitz, dat Nederland internationaal een uitzonderingspositie zou innemen als het huwelijk voor homoseksuelen officieel wordt erkend.

Als de meerderheid van de Tweede Kamer zijn zin krijgt, wordt Nederland het eerste land ter wereld waar homoseksuelen in het huwelijk kunnen treden. De wetgeving in Denemarken en Zweden, die internationaal het verst gaat, sluit huwelijken voor homoseksuelen nog steeds uit.

Afgezien van de principiële weerstand die binnen het kabinet bestaat tegen de mogelijkheid van homo-huwelijken, zijn er ook een aantal praktische bezwaren aangevoerd door Schmitz. Eén daarvan is dat het huwelijk in de internationale regelgeving is voorbehouden aan heteroseksuelen. Of Nederland zich daaraan zou kunnen onttrekken is nog onduidelijk. Schmitz zal dat laten uitzoeken.

Een ander punt is de regeling voor adoptie van buitenlandse kinderen. Volgens de wet kan een echtpaar kinderen adopteren, homoseksuelen kunnen dat niet. Regeringen van andere landen zouden algemene bezwaren kunnen maken tegen adoptie van kinderen door Nederlandse paren, denkt het kabinet. Die landen staan dan Nederland mogelijk helemaal geen adoptiekinderen meer af. Maar dat bezwaar is volgens de drie 'paarse' fracties te omzeilen als Nederland bilaterale afspraken maakt met landen waarmee dergelijke nieuwe adoptie-overeenkomsten wel mogelijk zijn, aldus Van der Burg.

De regeringsfracties verwachten dat de mogelijkheid tot een homo-huwelijk rond de eeuwwisseling in de wet verankerd kan zijn. “Het is niet iets wat morgen is geregeld”, zegt Van der Burg. “Het zal wel enige tijd duren voordat is uitgezocht hoe dit in internationaal verband past.” Zij verwacht dat landen als België, Zweden en Denemarken veel interesse zullen hebben in de ontwikkelingen in Nederland.

Kamerlid Apostolou (PvdA) heeft principiële bezwaren tegen het voorstel van zijn fractie en vindt dat het voorstel van het kabinet ver genoeg reikt.