'Nou ajuus, de balle, groetjes van de hele klas'

BREDA, 26 FEBR. De leraren Nederlands aan het Stedelijk Gymnasium in Breda weigeren dit jaar de verplichte CITO-toets af te nemen bij leerlingen die de basisvorming afsluiten. De docenten vinden dat de wettelijk voorgeschreven toets aan het eind van de basisvorming voor het vak Nederlands niet deugt en voor VWO'ers veel te gemakkelijk is.

Met deze toetsen verdoen we onze tijd, zegt J. van der Mark, leraar Nederlands op het gymnasium. “De toetsen zijn voor onze leerlingen waanzin, net als de basisvorming. We hebben op het VWO wel iets nuttigers te doen. De vragen zijn om je rot te generen zo gemakkelijk. En de normering slaat volledig de plank mis. Want beheersing van de moedertaal mag in de beoordeling nauwelijks tot uitdrukking komen, terwijl het daar volgens ons in ons vak werkelijk om gaat. Dat hierdoor ook intelligentieverschillen worden gecamoufleerd is meer dan waarschijnlijk.”

Het CITO legt vooral de nadruk op de inhoud, terwijl taalgebruik, spelling en stijl relatief weinig gewicht in de schaal leggen. Ter illustratie schreef Van der Mark twee brieven op basis van de opdracht waarmee zijn tweedeklassers vorig jaar het onderdeel schrijfvaardigheid Nederlands van de basisvorming afsloten. De eerste brief lijkt correct, maar voldoet nauwelijks aan de inhoudelijke eisen van de opdracht. Bovendien zijn de conventies niet punctueel toegepast. De tweede brief bevat wel alle vereiste informatie, maar hier laat de formulering ernstig te wensen over; bovendien is er bijna geen woord correct gespeld. Volgens de CITO-normering, waarin de informatie-inhoud van de brief de helft van het punt bepaalt, is de eerste brief zwaar onvoldoende (ongeveer een 2), de tweede brief ruim voldoende (ongeveer een 8).

E. Kremers van het CITO onderschrijft de berekening van Van der Mark. “We hechten zo zwaar aan de inhoud omdat de kerndoelen van de basisvorming dat ook doen”, verklaart hij. Maar zo'n extreem slecht geschreven brief als de tweede heeft het CITO bij zijn weten nooit gezien, zelfs niet bij de “slechtste leerlingen van het individueel voorbereidend beroepsonderwijs”. Kremers: “Dit is spijkers zoeken op laag water.”

Opdracht:

Namens de klas moeten de leerlingen informatie opvragen over alternatief straffen bij het bureau Halt, t.a.v. mevrouw A. van Hees, Schiedamsevest 89, 3012 BG Rotterdam. 1. Informeer naar materiaal: videobanden, dia's, brochures, lesbrieven e.d. 2. Informeer of er een spreekuur is voor als je nog vragen hebt. 3. Laat het materiaal naar je eigen huisadres sturen. 4. Leg uit waar je het materiaal voor nodig hebt. 5. Vermeld dat jullie klas niet meer dan 20 gulden kan betalen. 6. Vraag wat de kosten zijn van het materiaal.

De eerste brief:

Geachte mevrouw Van Hees

In onze klas, 2E van het Stedelijk Gymnasium te Breda, zijn we onlangs begonnen met een discussie over alternatieve straffen. Kunt u ons in dit verband helpen aan informatie over het werk van bureau Halt? Het materiaal mag niet te duur zijn, want ons budget is beperkt. Bij voorbaat dank.

Hoogachtend

Jan Klaasen

Tilburgse weg 91

4817 BB Breda

De tweede brief:

Hoi stome trud!

In onse klas hebben we ofer alternatife straffe gepraat maar we wete er niks van. geen bal. geen enen moer.

zeg hebben gulli matriaal voor ons. viediobande, dias, brosjeurs, les briefe. het geefd nie wad ast maar over bero hald gaat.

wat kosd die rommel ijgelijk. we kenne niemeer as twinteg balle betale. stuurt de heele rotsooi maar na mij toe.

he dat zauw ik noch vergete, hebben gulli zoms een sprekuur.

nou ajuus, de balle, groetjes van de hele klas

    • Wubby Luyendijk