'Nieuwe bewijzen voor afluisteren in Frankrijk'

PARIJS, 26 FEBR. Het illegaal afluisteren van advocaten, journalisten en opsporingsambtenaren gebeurde in Frankrijk op grotere schaal dan tot nu toe werd aangenomen. Dat heeft het blad Le Journal du Dimanche gemeld.

De openbare aanklager in Parijs onderzoekt al enige tijd of een speciale antiterrorisme-eenheid, die tijdens het presidentschap van wijlen François Mitterrand onder verantwoordelijkheid van het Elysée viel, met afluisteren de wet heeft overtreden. Het onderzoek richt zich met name op een serie gevallen uit het midden van de jaren tachtig.

Volgens Le Journal du Dimanche was afluisteren door geheime diensten gangbaar gedurende een veel langere periode, van 1987 tot 1993, en gebeurde het zowel onder premiers van socialistische als niet-socialistische signatuur. Ook onder het premierschap van de huidige president, Jacques Chirac, zouden veiligheidsdiensten illegaal telefoongesprekken hebben afgeluisterd. De krant baseert zich daarbij op een aantal schriftelijke verslagen van bandopnames.

Le Journal du Dimanche kwalificeert de bandopnames als illegaal omdat een Franse wet, uit 1991, afluisteren alleen toestaat als de nationale veiligheid in het geding is of ter bescherming van vitale wetenschappelijke en economische informatie. Ook is het niet toegestaan om rechters, advocaten, journalisten en politici af te luisteren en om schriftelijke verslagen te maken van opnamen die niet aan bovengenoemde criteria voldoen.

Volgens de krant werden onder andere de telefoons afgeluisterd van de advocaat Jacques Vergès, die faam verwierf met de verdediging van linkse activisten en de terrorist Carlos en de voormalige politie-functionaris Paul Barril, die onderdeel uitmaakte van de antiterrorisme-eenheid die zelf van illegaal afluisteren wordt verdacht. Tot de doelen behoorden ook de journalisten Hervé Brusini van tv-zender France-2 en Edwy Plenel van het dagblad Le Monde.

Afgaand op de schriftelijke verslagen gaan de afgeluisterde gesprekken volgens de krant niet over onderwerpen die de veiligheid van de staat bedreigden. In sommige gevallen gaat het om zuiver persoonlijke gesprekken, zoals over afspraken voor diners.

De krant gaat niet zo ver de betrokken premiers - Michel Rocard, Edith Cresson, Pierre Bergovoy, Balladur, Chirac - direct van illegaal handelen te betichten. Wel wordt de naam van Maurice Ulrich genoemd, nu medewerker van Chirac, die in het verleden illegaal afluisteren zou hebben goedgekeurd. Een woordvoerder van Chirac wilde niet op de kwestie ingaan. (AFP, AP, Reuter)