Nederlander tegen geslachtskeuze

ROTTERDAM, 26 FEBR. Weinig Nederlanders wensen het geslacht van hun eerste kind te bepalen door vóór de bevruchting zaadselectie toe te passen. Dit blijkt uit een enquête van het Rathenau Instituut en het Platform Wetenschap en Ethiek onder 669 mensen van 18 jaar en ouder. Van de ondervraagden overweegt slechts 6 procent deze methode bij een eerste kind toe te passen. Daartegenover overweegt 13 procent geslachtskeuze toe te passen als ze al twee zoontjes zouden hebben.

Na de opening van het zogeheten gendercentrum in Utrecht in oktober 1995 kwam geslachtsbepaling door middel van kunstmatige inseminatie in opspraak. Het gendercentrum claimt dat echtparen die een zoon willen, via spermascheiding bijna tachtig procent kans hebben. Bij de voorkeur voor een meisje ligt de kans iets lager. Een behandeling kost bijna 2.000 gulden, een tweede behandeling 1.200 gulden.

Het Rathenau instituut en het Platform Wetenschap en Techniek legden de respondenten een aantal gevallen voor. Daaruit blijkt dat zaadselectie bij een eerste kind op weinig begrip kan rekenen, maar dat begrip neemt toe naarmate een echtpaar meer kinderen van hetzelfde geslacht heeft. Bijna alle ondervraagden wijzen abortus van de hand, indien het geslacht van de embryo een echtpaar niet zint.

De instellingen hebben ook allochtonen ondervraagd. Daaruit blijkt dat Creoolse Surinamers en Antillianen afwijzend staan ten opzichte van geslachtsbepalende technieken. Turken en Marokkanen stellen zich daarentegen minder terughoudend op tegen bijvoorbeeld het gendercentrum. “Bij hen is de druk om zonen te krijgen dan ook het hoogst”, zo schrijft het Rathenau instituut. Wel zeiden ze te zullen proberen het gebruik ervan geheim te houden.

Het gendercentrum in Utrecht heeft sinds oktober 26 behandelingen uitgevoerd. Volgens directeur B. van Delen is 80 procent van de geïnteresseerden van Nederlandse afkomst, 20 procent is allochtoon.