Moskous stamkroeg is nu een ijspaleis

Maksim Maksimitsj is afgebrand. Nee, Maksim Maksimitsj is geen persoon. Toch voelt het alsof er een bekende verloren is gegaan, sinds de brand. Maksim Maksimitsj was een 'kloeb', zoals de Russen dat noemen. En het was er eentje die dicht in de buurt kwam van wat in Nederland een stamkroeg heet.

Stamkroegen zijn er weinig in Moskou. Er zijn hoe dan ook weinig kroegen en cafés. Niet meer dan een stuk of tien, als een kroeg een plek is waar je gezellig zittend iets kunt drinken en waar de geregelde bezoeker mensen tegenkomt die hij kent. Eén op elke miljoen inwoners. Het nog uit de Sovjet-tijd resterende 'kafé' en de 'eetzaal' kunnen buiten beschouwing blijven. Daarbij moet worden gedacht aan sobere cafetaria's en bedrijfskantines, en die zijn trouwens aan het verdwijnen.

Wat er sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wel aan horeca opbloeit, zijn nachtclubs en casino's. Het aantal casino's in Moskou alleen wordt al op 150 geschat. Het gaat hier om gelegenheden - en dat geldt ook voor de meeste nieuwe restaurants - waar de bezoeker niet op een paar honderd gulden meer of minder moet kijken. In 'Up & down' en 'Nightflight' wordt zichtbaar hoe sinds de economische hervormingen het verschil tussen arm en rijk is toegenomen. Daar hoeft niks tegen te zijn, maar een stamkroeg zonder striptease is gewoon iets anders.

Het gaat bij de brand natuurlijk niet alleen om het verlies van Maksim Maksimitsj, het gaat ook om Irina Papernaja. Deze 54-jarige voormalige theaterprogrammeur was met vijf mede-eigenaren - allen de helft jonger dan zij - de drijvende kracht achter de club. Irina geldt als typisch voorbeeld van de manier waarop leden van de liberale intelligentia uit de Perestrojka-jaren zich door de ruwe veranderingen van het Jeltsin-tijdperk heen slaan. Met ups en downs.

Irina Papernaja heeft al eens in het Cultureel Supplement gestaan, eind 1994, als moeder en manager van Ljosja. Die leidde een voor Rusland nogal avantgardistische theatergroep die onder Gorbatsjov was opgebloeid maar onder Jeltsin problemen kreeg. Theaterdirecteuren begonnen, gedwongen door teruglopende budgetten, de voorkeur te geven aan traditionelere programma's.

Irina en Ljosja vonden destijds een geldschieter met wiens hulp zij een eigen 'theatercafé' openden. Het was Moskous eerste, en het werd zo'n succes dat de groep erdoor uiteenviel. Sommigen besloten horeca-ondernemer te worden, Ljosja ging met vijf muzikanten door als band. Hij haalde het televisieprogramma van Sonja Barend nog, tijdens een Nederlandse tournee.

De Witte Kakkerlak, zoals het keldercafé heette, heeft zijn deuren moeten sluiten na een schietpartij. Tabula Rasa, een volgende poging, begon veelbelovend in een voormalig 'paleis van cultuur' met nachtconcerten en goedkope maaltijden. Het werd al snel één van de meest besproken plekken van de stad. Voor de jonge eigenaren was dat aanleiding om 25 gulden entree te gaan heffen. Het publiek verloor zijn gemengde karakter en de club verloor Irina.

Een halfjaar geleden hoorde Irina van een oude bekende dat in zijn gebouw nog wel een kelder leeg stond. De oude bekende was onderdirecteur van Moskonsert, de overheidsorganisatie die in de Sovjet-tijd de concerten in de hoofdstad organiseerde. Sinds de opkomst van het particulier initiatief heeft Moskonsert minder te doen. De huur voor de kelder bedroeg 2.500 dollar per maand. De helft ging naar Moskonsert, de andere helft rechtstreeks naar de onderdirecteur zelf.

Zo'n transactie is maar voor de helft illegaal. Alle culturele instellingen in Moskou hebben de bevoegdheid gekregen eigen inkomsten te werven om teruglopende subsidies mee aan te vullen. Voorwaarde is slechts dat de oorspronkelijke functie van het gebouw bewaard blijft. Zo heeft het Stanislavski-theater de foyer verhuurd aan een discotheek. In de Rusland-bioscoop zitten twee nachtclubs.

Op 3 november werd onderin het gebouw van Moskonsert Maksim Maksimitsj geopend. De naam was geleend van een karakter uit Michail Lermontovs klassieke boek 'Een held van onze tijd'. De televisie was gekomen, het uitgaansblad 'Niet Slapen' had een fotograaf en verslaggever gestuurd, Ljosja's band trad op. “Mijn leven is eindelijk op orde”, zei een uitgelaten Irina. “Ik ben eigen baas en mijn zoon speelt zijn muziek.”

De club leek uniek. Geen metaaldetectoren of portiers in gevechtspakken bij de deur. Geen kreeft of Chablis op het menu. Er waren dagschotels, er was elke avond levende muziek. Soms Ljosja, soms een jazz- of rock-band van studenten, soms het Joeri Gagarin Ensemble voor Sovjet-liedjes, dat pophits uit de jaren zestig en zeventig speelde.

Het publiek bestond uit de verzameling acteurs en regisseurs die Irina nu eenmaal om zich heen heeft, uit studenten, uit beginnende ondernemers en uit andere overwegend jonge tot zeer jonge Russen die door optimisten als het begin worden gezien van een nieuwe middenklasse. Telkens als het nieuws werd gedomineerd door misdaad, monetaire crises, of de mogelijke terugkeer van het communisme, kon je naar Maksim Maksimitjs gaan en denken: zó slecht gaat het niet met Rusland.

Dat kan nu dus niet meer. Het begon dinsdagmiddag met kortsluiting elders in het gebouw. De brandweer werd gebeld, maar kwam niet. De brandweer werd nog een keer gebeld, en kwam nog niet. Pas na het derde telefoontje, zo vertelde Irina later, kwamen ze. En hoe. De tien brandweerwagens blusten zo grondig, dat na afloop bleek dat het gebouw meer schade had geleden van het water dan van het vuur. Het vriest en in Moskou staat nu een onbewoond ijspaleis.

Maksim Maksimitsj was niet verzekerd. De jonge ondernemers beschouwden, zoals de meeste Russen, het betalen van verzekeringspremies en belastingen als geldverspilling. Ten eerste kun je het lot toch niet met polissen bedwingen, zo gaat deze Russische redenering, ten tweede betaalt de verzekeringsmaatschappij als het erop aan komt vast niet uit.

Maksim Maksimitsj was ook nog opgericht met geleend geld. Het interieur, ontworpen door Pjotr Pasternak, de kleinzoon van de schrijver, had alles bijelkaar 40.000 dollar gekost. Elk van de zes eigenaren had daarvan een deel bij vrienden en bekenden geleend. De rente onder vrienden en bekenden in Moskou is tien procent per maand. Dat is hoog, maar bij de banken is het nog hoger.

“Ik ga mijn appartement onderverhuren, weet je nog iemand?”, vroeg Irina gisteravond. Een andere manier om haar schuld af te lossen zag ze niet. Zelf zou ze dan wel bij een vriendin intrekken.

O ja, als er een artikel zou komen, kon er dan iets over Ljosja in? Juist de avond van de brand zou de uitgever van de zakenkrant Kommersant komen luisteren om te beslissen of hij opnamen voor een compact disc zou financieren. Dat dit niet is doorgegaan vindt Irina nog wel het ergste. Haar zoon is een groot talent. Over haarzelf zegt ze dezer dagen telkens weer: “Ik? Ik ben afgebrand.”