Meredian Arts speelt drank en jetlag weg

Concert: Meridian Arts Ensemble. Gehoord: 24/2 BIMhuis Amsterdam. Verder 29/2 Conservatorium, Arnhem

Passen Scarlatti en Captain Beef- heart in één programma? Volgens het Meridian Arts Ensemble wel, en dat geldt ook voor King Crimson en Claude Debussy. Terwijl het Kronos Kwartet al jaren strijkend de muren tussen de genres slecht, doet Meridian Arts dat koperblazend.

Via de cd's Smart Went Crazy en Prime Meridian was dat al tot de hoofdstad doorgedrongen maar zaterdag stond Meridian Arts er 'live'. Tussen aanhalingstekens, want het ensemble leek aanvankelijk meer dood dan levend. Onderweg uit New York iets teveel gedronken, meldde leider Jon Nelson.

Op de automatische piloot voer vooral drummer John Ferrari die ongenuanceerd en hardhandig de voorgeschreven accenten sloeg. Maar ook de koperblazers waren nog niet 'together' genoeg om aan de droge noten iets toe te voegen. Van Go Ska van tubaïst Raymond Stewart tot Tropical Hot Dog Night van Captain Beefheart was het vooral ijverig pompen, zonder een zweempje zomerzotheid. Pas tijdens drie stukken van Frank Zappa, nog onder het oog van de meester ingestudeerd, werd de band helemaal wakker met als resultaat een pittige versie van Hungry Freaks.

Na de pauze lijkt er een andere groep te spelen. Drummer John Ferrari doet een tukje, de vijf anderen zijn er bij gaan zitten. De microfoons staan uitgeschakeld evenals het wahwah-pedaal van trombonist Benjamin Herrington. En ineens is alles daar wat ontbrak: concentratie, aandacht voor details en gevoel voor kleuren en dynamiek.

Heel puntig klinkt het kwintet in een bewerkt klavecimbelstuk van Scarlatti en prettig dwaas in de enorme glissandi van een stuk waarvan de titel door de bandleden aan het eind luid wordt gescandeerd: Lekkere Stroopwafels! Het is een compositie van de jonge Nederlandse componist Martin Fondse die momenteel in New York verblijft en eerder van zich liet horen met zijn cd De Achtbaan. Na een wat kleur betreft Ellington-achtig stuk van Jason Forsythe overtreft het kwintet zichzelf met een prachtig uitgebalanceerde compositie van hoornist Daniel Grabois waarin alle leden zich kunnen onderscheiden. Vooral leider Jon Nelson maakt daarvan gebruik met een schitterend beheerste toon.

Ook in het meer populaire materiaal, zoals twee stukken van de groep King Crimson, hoeft het nu niet meer van kracht te komen. Zelfs pianissimo spelen blijkt mogelijk doordat de drummer zijn bollen en brushes heeft ontdekt. Maar om de maat vast te houden, zou een drumtape wel zo handig zijn, jet-lag bestendig bovendien.