Marktwaarde van Kamerlid moeilijk vast te stellen...

“Kamerleden verdienen wat de gek er voor geeft.” Hier spreekt een kenner, Martin Ratelband van Hay Management Consultants uit Zeist, een bureau dat is gespecialiseerd in het adviseren over salarissen. Vorige week debatteerde Tweede Kamerleden over hun eigen inkomen en stuitten op de vraag wat eigenlijk een redelijk salaris is voor een Kamerlid.

De Griekse wijsgeer Plato vond dat een politicus van elk bezit moest worden uitgesloten. Het streven naar bezit maakt een bestuurder immers vatbaar voor knevelarij. Machiavelli betoogde om deze reden het tegenovergestelde: 'zijn' Heerser diende over zeer ruime financiële middelen te beschikken, waardoor het streven naar nog meer geen zin zou hebben. De Tweede Kamer koos voor een positie tussen Plato en Machiavelli in met een netto-jaarinkomen van 92.783,33 gulden.

Geeft dit salaris echter wel de juiste marktwaarde aan van een Kamerlid? Ratelband speelt die vraag terug: “Alle stoelen zijn toch bezet, er lopen toch geen mensen weg?” Zo bezien is er helemaal geen markt voor Kamerleden.

Dan draaien we het om: hoe verhoudt het inkomen van een Kamerlid zich tot het bedrijfsleven? Volgens voorzitter Ans Fagel van de Organisatie van Adviesbureaus voor Werving en Selectie is het Kamerinkomen vergelijkbaar met dat van een goede manager in het middenkader die de capaciteiten heeft om door te stoten naar het hogere management. Voor een juiste vergelijking moet het Kamerlid dan wel beschikken over 'sociale vaardigheden', 'een interessant netwerk van contacten' en 'ingewikkelde materie snel kunnen doorgronden', zoals de werving- en selectiebranche werkzoekenden kwalificeert.

“Ervaren Kamerleden komen gauw terecht in de 'not for profit'-sector, het gebied tussen overheid en bedrijfsleven”, legt Fagel uit. Elco Brinkman geeft met zijn part-time voorzitterschap van het Algemeen Verbond Bouwbedrijven een indicatie van de marktwaarde van een uitgewerkt Kamerlid. Fagel schat het full-time jaarsalaris voor een functie als die van Brinkman op twee à drie ton bruto.

Maar een Kamerlid zal zich wel drie keer bedenken voordat hij of zij naar het bedrijfsleven overstapt, want de bijkomende arbeidsvoorwaarden zijn volgens kenners van de markt vrijwel onbetaalbaar voor het bedrijfsleven.

    • Mark Kranenburg
    • Kees van der Malen
    • Robert Giebels