'Libische fabriek chemische wapens bijna klaar'

Libië is dicht bij completering van een grote, ondergrondse chemische-wapenfabriek. Dat meldt de New York Times, die functionarissen van Amerikaanse inlichtingendiensten citeert.

Het bericht betreft een installatie in Tarhuna, 65 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Tripoli. Berichten over de bouw daarvan doen al jaren de ronde. Libië heeft stelselmatig ontkend dat het om een chemische-wapenfabriek gaat - volgens Tripoli wordt hier gewerkt aan een waterproject.

Volgens de in de New York Yimes geciteerde bronnen is de fabriek vermoedelijk in 1997 of 1998 gereed. Het grootste deel van de Libische chemische wapens zou er al liggen opgeslagen. Libië heeft de in 1993 tot stand gekomen chemische-wapenconventie van de Verenigde Naties niet ondertekend. Het is volgens de Amerikaanse centrale Inlichtingendienst een van de 18 landen in de wereld die aan chemische wapens werken.

De VS en Libië leven al jarenlang in conflict over het Libische chemische-wapenprogramma, waarbij Tripoli spreekt van “psychologisch terrorisme”. De eerste Amerikaanse beschuldigingen dateren uit de jaren tachtig, en betroffen de bouw van een chemische-wapenfabriek in Rabta, eveneens in de buurt van Tripoli. Volgens de Libiërs ging het hier om een farmaceutische industrie.

Overigens zijn Europese, met name Duitse, bedrijven direct betrokken geweest bij de bouw van beide installaties. De directeur van Imhausen Chemie werd in 1990 tot vijf jaar gevangenis veroordeeld wegens levering van plannen en goederen voor de installatie in Rabta. In 1993 werden twee Duitse bedrijven door de regering ervan weerhouden goederen te leveren ten bate van het project in Tarhuna. Grootste uitvoerder van dit project was een Thaise bouwonderneming. Toen de regering in Bangkok onder Amerikaanse druk tegen dit bedrijf maatregelen nam, stuurde Libië duizenden Thaise gastarbeiders naar huis terug.