Jules de Corte

Jules de Corte: Voor de lui daar tussen in. Mercury 528 783-2.

Jules de Corte schreef zoveel liedjes - en zoveel daarvan zijn nog steeds het herbeluisteren waard - dat ook een cd met “zijn 30 mooiste liedjes” hem nietvolledig recht kan doen. Op de collectie die vorige week verscheen onder de titel Voor de lui daar tussen in, ontbreken bijvoorbeeld het prachtige nummer over de hemelpoort waarmee hij in 1967 zijn roomse achterban liet weten dat er van een God op een troon niets te zien was, en het smalende Wie in Nederland wil zingen... Ook is niets opgenomen van de cd, die De Corte in 1991 nog maakte met oud en nieuw repertoire.

Maar samensteller Marcel Slabbaert kon, toen hij de selectie maakte, niet weten dat het verschijnen van de cd zou samenvallen met de dood van Jules de Corte, en dat deze compilatie dus het karakter van de definitieve afsluiting zou krijgen. En van de dertig liedjes die er wel op staan, afkomstig van platen uit de jaren vijftig en zestig, had ik er trouwens ook bijna geen willen missen. Hooguit misschien zo'n luchtig nummertje als Dromen zijn bedrog uit 1958, waarvan de grappig bedoelde meligheid intussen een beetje gedateerd is geworden.

De Corte schreef unieke liedjes, gaaf als weinig anderen en bedachtzamer dan iedereen. In veel gevallen zijn ze bovendien tijdloos geworden. Nog steeds groeit uit zo'n door hem bezongen 'naar, dom jongetje' waarschijnlijk een geslaagd machthebber, nog altijd heersen 'de reuzen van de middelmaat' en nog onverminderd heeft 'Koning Onbenul' veel te zeggen over de smaak van het volk: “Het eet en drinkt en existeert. / En wie er al dan niet regeert, / dat kan het volk niet zoveel schelen. / Het volk wil brood en spelen.” Jules de Corte voelde zich vaak een zingende in de woestijn, maar hij zong door, “voor hen die ik kan boeien, voor hen die mij verfoeien / en voor de lui daar tussen in.”

    • Henk van Gelder