Jongensdroom cricketers tegen Pakistan snel voorbij

LAHORE, 26 FEBR. Voor de spelers van het Nederlandse cricketteam ging vanmorgen een lang gekoesterde jongensdroom in vervulling. In het met 15.000 tot 20.000 uitgelaten fans gevulde Gaddafi-stadion in Lahore moest Nederland in de strijd om de Wereldbeker aantreden tegen de huidige wereldkampioen Pakistan.

Het was zowel een droom voor de 47-jarige Nolan Clarke, veruit de oudste speler van het toernooi, als voor Ben Zuiderent, de 18-jarige benjamin van het WK, die over enkele weken weer een schoolonderzoek Latijn op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam krijgt voorgeschoteld.

Dat er ruimschoots werd verloren van de Pakistaanse cricketmagiërs, mocht de pret niet drukken. Vooral de ambiance, waarbij de aanmoedigingen voor Pakistan uit duizenden kelen als golven door het stadion spoelden, zal de Nederlanders nog lang heugen. “Wanneer speel je nu in Nederland een wedstrijd waarbij zoveel mensen tegen je zijn”, glunderde Zuiderent. “Bij onze wedstrijden in Nederland staan er amper 25 mensen langs de lijn. Een geweldige ervaring.”

De Pakistaanse bowlers maakten vanmorgen al snel duidelijk dat ze korte metten wilden maken met Nederland, dat zonder de geblesseerde Steven Lubbers moest spelen. Al na 29 runs had Nederland drie batsmen verloren. Tim de Leede, tegen Engeland nog goed voor een respectabele 41 runs, kon na een paar minuten alweer zijn biezen pakken, zonder ook maar één run op zijn naam.

“Ik was nog thuis toen de wedstrijd begon en keek naar de televisie”, vertelt een toeschouwer lachend. “Ik dacht, als ik niet snel ben, zijn al die Nederlanders uit tegen de tijd dat ik in het stadion ben.”

In het stadion, dat na een ingrijpende modernisering is herschapen in een heuse crickettempel die in overeenstemming is met de verheven positie die de sport in dit land inneemt, wist Nederland zich echter weer terug te vechten in de wedstrijd. Dat was vooral te danken aan de inspanningen van de Shrilankees Flavian Aponso, die niet had durven dromen dat hij op zijn 43-ste nog eens voor Nederland uitkomend, 58 runs zou scoren tegen 's werelds beste bowlers. “Ik voel me heel voldaan”, grijnsde Aponso al bij de broodjes in de pauze na de Nederlandse slagbeurt.

Na de pauze ging de Pakistaanse cricketles voor de Nederlanders onverminderd door. Aangemoedigd door het steeds talrijker publiek, grossierden de Pakistaanse slaglieden in vieren en zessen. Slechts hier en daar lieten ze een steekje vallen. Twee van hen waren te gulzig en werden uitgevangen. Maar na 1 uur en 53 minuten en ruim dertig overs ramde Saeed Anwar nog een laatste bal voor zes punten buiten het veld en viel het doek voor Nederland dat in 50 overs niet verder was gekomen dan 145 runs voor 8 wickets.

Hoewel Nederland volstrekt kansloos was tegen de heersende wereldkampioen, toonde Roland Lefebvre zich na afloop toch voldaan over het Nederlandse spel.“We stappen met opgeheven hoofd van het veld af”, aldus de Nederlander. “Ik ben vooral trots op onze batsmen.”

De Nederlanders zijn in het algemeen al dik tevreden over hun verrichtingen in het cricketgekke Subcontinent (in de kleurrijke en geurrijke bazar van Lahore drinken sommigen hun thee nog slechts uit kopjes met het embleem van de Wereldbeker). Zowel tegen Nieuw-Zeeland als tegen Engeland boden ze verrassend goed weerstand en vooral de Engelsen moesten tot het uiterste gaan om de Nederlanders uiteindelijk met 49 runs te verslaan. Dat Nederland juist tegen de Engelsen zo verdienstelijk speelden, schonk captain Lubbers, met zijn 42 jaar eveneens een veteraan, veel voldoening. “Die Engelse coach had voorspeld dat Engeland een land als Nederland toch zeker met 200 tot 180 runs verschil zou moeten kunnen verslaan. Die Engelsen leven nog steeds op een wolk.”

De bittere gevoelens van de Nederlandse cricketers over de stamvaders van de gentlemensport dateren niet van vandaag of gisteren. “De Engelsen hebben ons steeds geminacht”, aldus Lubbers. Bij herhaling klopte Nederland, met zijn circa 500 cricketers een dwerg in de cricketwereld, tevergeefs aan om hulp bij de Engelsen.

De Nederlandse cricketers zijn zeer te spreken over de erkeninning die zij in India en Pakistan hebben gekregen. Na jaren van modderen in de anonimiteit worden de sportieve prestaties eindelijk op waarde geschat. Op het Subcontinent hoeven de spelers niemand uit te leggen wat cricket is. Cricket is hier leven. Op straat worden de Nederlanders plotseling herkend na televisiewedstrijden en cricketfans vragen om hun handtekening. “Nederland speelde werkelijk heel goed”, aldus een jonge Pakistan die Nolan Clarke aanspreekt in de lobby van zijn hotel. “En ik kon m'n oren niet geloven toen ik uw leeftijd hoorde.”

In de pers in India en Pakistan zijn lovende verhalen over Nederland verschenen. Bescheiden herinnerde de deftige Times of India er zaterdag op zijn voorpagina aan dat ook het thans zo machtige India voor 1983 maar een quantité négliable was geweest in de cricketwereld. Verder nam niemand nog maar enkele jaren geleden landen als Nieuw-Zeeland en Sri Lanka serieus, maar nu zijn beide wel degelijk kanshebbers voor de titel. Na lof aan het adres van Tim de Leede, Karel-Jan van Noortwijk en Bas Zuiderent, vervolgde het blad: “En gelet op de benijdenswaardige staat van dienst van Holland in de internationale sport, of het nu om voetbal, hockey of zelfs tennis gaat, zou het niet overdreven zijn van hen te verwachten dat ze binnen tien jaar een factor zullen zijn om rekening mee te houden.”

Zulke woorden klinken Lubbers als muziek in de oren. “Zo'n steun en respect als we hier in drie weken tijd in India en Pakistan hebben gehad, hebben we de laatste 30 jaar nog niet gehaald in Nederland en Engeland”, zegt Lubbers.

De spelers verwachten dat hun deelname aan het WK waartoe ze tijdens een kwalificatietoernooi in Kenya in 1994 het recht verwierven, een belangrijke impuls zal zijn voor hun sport in Nederland, die daar nog altijd een stoffig imago heeft. “Als ik vertel dat ik cricket, zegt men in Nederland al gauw: hé, speel jij zo'n oude lullensport. Ze hebben er geen idee van hoe interessant het in werkelijkheid is”, aldus Zuiderent.

“Sins we die kwalificatie hebben afgedwongen, zijn onze sponsorbedragen zeker verviervoudigd”, zegt Lubbers, in het dagelijks leven gymnastiekleraar en jeugdcoach van de cricketbond.

“Nu is het moment om te oogsten. Ook onze jeugd tot vijftien jaar ziet er goed uit. We moeten nu proberen om de aansluiting met de top te behouden. Dan kan er een mooie toekomst voor Nederland liggen.”