Het einde in zicht

DE JORDAANSE KONING sprak dit weekeinde een waar woord: het kan niet langer zo doorgaan. De vorst reageerde op de “walgelijke” moorden op Saddam Husseins naar Irak teruggekeerde schoonzoons. Maar koning Hussein had even goed de moordaanslagen door Hamas in Jeruzalem en Ashkelon op het oog kunnen hebben.

De drie bloedige uitspattingen zijn evenzovele uitvloeisels van het ergerlijke radicalisme, voortkomend uit een hoge graad van morele verloedering, dat het Midden-Oosten nog steeds in zijn greep heeft. Met de uitkomst van de Golfoorlog tegen Saddam mag de regionale vrede een nieuwe kans hebben gekregen, de extremisten blijven zich weren om de vredeskansen waar mogelijk te torpederen. Dat zij daarbij niet kansloos zijn, blijkt uit de golf van haat die gisteren uit Israel opwelde.

Hoe verschillend de giftige bronnen zijn waaruit Saddam en de Hamasbeweging putten, beide vormen een beslissend beletsel voor hetzelfde vredesproces, ofwel voor de gezondmaking van de verhoudingen in het Midden-Oosten. Het Westen heeft destijds op instigatie van president Mitterrand maar onder Amerikaanse leiding de uitkomst van de Golfoorlog aangegrepen om een weg te zoeken naar duurzame vrede tussen Israel en de Palestijnen. Hoewel die oorlog in eerste instantie uit een inter-Arabische ruzie om olie-inkomsten was voortgevloeid, was er een logische connectie. Niet alleen had Saddam Israel bestookt met Scud-raketten, hij had dat vooral gedaan om de jonge alliantie tussen het Westen en Saddams Arabische tegenstanders uiteen te drijven. Israel, zo toonde de Golfoorlog ten overvloede aan, is een constante in praktisch alle conflicten die het Midden-Oosten teisteren. HET IS LANGZAMERHAND een open vraag of Israel en de PLO aan de zegen van het Westen genoeg hebben om onderling een echte vrede te bereiken. PLO-leider Arafat heeft de aanslagen in Jeruzalem en Ashkelon onmiddellijk in niet mis te verstane woorden veroordeeld. Maar hoe lang zal de bereidheid van de Israelische en Palestijnse leiders zich niet van de wijs te laten brengen, de politieke gevolgen van de geweldsspiraal binnen zekere perken kunnen houden? Het antwoord op die vraag wordt met iedere aanslag onzekerder. Temeer omdat de extremen aan Israelische en Palestijnse kant elkaar in zinloze, bloedige en massale vernietiging van mensenlevens steeds weer proberen te overtroeven en bovendien voor liquidaties in eigen kring niet terugschrikken.

De voedingsbodem van het Arabische extremisme in Israel is meer en meer buiten het omstreden gebied komen te liggen. Wie werkelijke vrede in het Midden-Oosten wil, zal dan ook niet alleen de symptomen in Israel zelf en in zijn onmiddellijke omgeving maar ook de verder afgelegen oorsprongen van die symptomen moeten aanpakken. Dat is een taak die de krachten van Israel en de PLO te boven gaat. De in het Westen aan invloed toenemende beweging om uit zakelijke overwegingen extremistische regimes in het Midden-Oosten juist te ontzien, komt dan ook hoogst ongelegen. De gebeurtenissen van dit weekeinde wijzen in een tegenovergestelde richting. Omdat het, om met de koning van Jordanië te spreken, zo niet langer kan.