HERMANOS AL RESCATE; Zwemvesten uit de lucht

MEXICO-STAD, 26 FEBR. De tegen Fidel Castro gerichte Cubaanse ballingengroepering Hermanos al Rescate (Reddende Broeders) werd vijf jaar geleden in Miami opgericht door José Basulto, een veteraan van de door de CIA georganiseerde Varkensbaai-invasie van 1961. Oorspronkelijk probeerde de groep steun te verlenen aan Cubaanse bootvluchtelingen tijdens hun levensgevaarlijke oversteek van Cuba naar Florida, meer dan honderd kilometer ver.

Vanuit gehuurde vliegtuigjes en helikopters wierpen leden van Hermanos flessen drinkwater en reddingsvesten naar de bootvluchtelingen die vaak op zeer wrakke vaartuigen de Straat van Florida probeerden over te steken. Tijdens de crisis rond de bootvluchtelingen in augustus en september 1994 zou Hermanos volgens eigen opgave meer dan 6.000 Cubanen het leven hebben gered.

Na de omslag in de politiek van de VS ten opzichte van Cubaanse bootvluchtelingen in mei 1995, waarbij niet langer asiel werd verleend, veranderde ook Hermanos van strategie. Zo organiseerde de groepering vorig jaar juli een flottielje van schepen en vliegtuigen die een protestactie hielden voor de kust van de Cubaanse hoofdstad, Havana. De actie was ter herdenking van het feit dat een jaar eerder een vaartuig met Cubaanse bootvluchtelingen door de Cubaanse marine was getorpedeerd. Daarbij kwamen veertig mensen om het leven.

Daarnaast zijn vliegtuigjes van de groepering sinds vorig jaar september herhaaldelijk het Cubaanse luchtruim binnengedrongen. In januari dit jaar gebeurde dat opnieuw, toen toestellen van Hermanos pamfletten boven Havana afwierpen met daarin een oproep aan de Cubanen om in opstand te komen tegen Fidel Castro. Cuba protesteerde twee keer bij Washington tegen deze schendingen van het luchtruim door in de VS geregistreerde vliegtuigen.

Hermanos-leider Basulto nam deel aan de tragische vlucht van afgelopen zaterdag. Zijn vliegtuig was het enige van de drie dat niet door de Cubaanse luchtmacht werd neergeschoten. De acties tegen Castro zullen doorgaan, zo heeft Basulto gezworen.