Gooise vergadertijger in Rotterdams wespennest

Vrijdag nam Jan Haasbroek na 29 jaar afscheid als hoofdredacteur radio van de VPRO. Al bijna een jaar was hij tevens hoofdredacteur van de Rotterdamse televisiezender Stads TV. Maar hij verloor het vertrouwen van zijn ondergeschikten. De overstap van Hilversum naar Rotterdam bleek die van slangenkuil naar wespennest. Nu assisteert hij zijn tweelingbroer Nico bij het opzetten van een regionale televisiezender in Rotterdam.

De Koude Oorlog in het Rotterdamse Media Centrum West laat Jan Haasbroek niet onberoerd. Zijn kopje cappuccino rinkelt op de schotel; een balpen tikt nerveus op de leestafel van café Westerpaviljoen. In de vensterbank zit een bozige Nico Haasbroek, zijn tweelingbroer, te mopperen. “De verkramptheid is hier enorm”, vindt Jan Haasbroek.

Vorige maand verloor hoofdredacteur Jan Haasbroek het vertrouwen van de redactie van de lokale zender Stads TV, de zender waarvan zijn broer directeur is. Een béétje vertrouwen geniet de hoofdredacteur nog wel, want hij mag blijven werken aan een regionale televisiezender. Zolang hij zich maar niet bemoeit met de dagelijkse gang van zaken. Maar dat deed hij toch al nauwelijks. Onderhandelen met zakenpartners en de redactie ongehinderd laten werken, dat ziet hij als zijn taak. Terwijl de redactie bij monde van redacteur Jeroen Kortschot zegt een hoofdredacteur te zoeken die leiding geeft, niet te beroerd is zelf een reportage te monteren of de telefoon aan te nemen. Jan Haasbroek: “Volstrekt hypocriet. Alsof ze echt op leiding zitten te wachten.”

Jan Haasbroek zal zich de laatste maanden wel hebben afgevraagd voor welk wespennest hij de VPRO heeft verruild. Niet dat hij in Hilversum anders gewend was. De anekdotes in zijn laatste 'radiorede' suggereren dat hij al niet meer zo enthousiast meekronkelde in de Hilversumse slangenkuil. Lange vergaderdagen met programmaleiders en zendercoördinatoren om een omroepbestel overeind te houden dat in zijn ogen stervende was. Haasbroek, wonend tussen woorden als randvoorwaarden, beleidsopties, stuurgroepen, vervolgtrajecten. Beloerd door een achterdochtige achterban, die vermoedde dat Haasbroek bezig was de eigenheid van de VPRO te verkwanselen. Nota's schrijvend om “zijn beleid een schijn van samenhang geven”, of aanbevelingen voor de toekomst van het omroepbestel die toch niemand las. Lezingen in het land houdend over 'Radio, hoe nu verder?' of 'Omroep waarheen?'. Zelfs voor hem is het moeilijk uit te leggen wat hij al die jaren in Villa 63 heeft gedaan.

Jan Haasbroeks afscheidsrede bij de VPRO is niet vrij van zelfbeklag, en is doordrenkt van het vermoeide cynisme van een anti-autoritaire baas. Eens op de barricades tegen machthebbers, merkte zijn generatie, eenmaal op het pluche gezeten niet zonder het machtswoord, de kongsi's, de achterkamers, het vergaderen en ritselen te kunnen. Dus speelden ze de baas met enige gêne en zelfspot.

De macht is in Haasbroeks ogen een zware last. Terwijl zijn oude vrienden bij de VPRO leuke programma's mochten maken, was het zijn dagtaak ze van de autoriteiten af te schermen. En eindeloos te vergaderen. “Niet veel rampzaliger dan afwassen op een camping of eieren pellen met je vingers in het gips”, aldus Haasbroek. Intern deed hij vooral aan fake-management: je nergens mee bemoeien, vooral niet met programmamakers. “Mijn deur stond vanzelfsprekend altijd open”, noteert Haasbroek in zijn afscheidsrede. “Veel tocht kwam erdoor, mensen zelden.”

Dat is in Rotterdam anders. Daar sluipen allerlei mensen zijn kantoortje binnen, liefst als hij op pad is. Om notities of notulen te onderscheppen, die even later op de fax van nieuwsredacties, in zwartboeken en op het Internet verschijnen. Het kwetst Haasbroek buitengewoon dat hij en zijn broer door de lokale Stadspartij van Manuel Kneepkens worden uitgemaakt voor “Berlusconi's aan de Maas”, voor corrupte mediamagnaten die via slinkse wegen een eind willen maken aan de pluriformiteit van de lokale media. Met veel nadruk memoreert Jan Haasbroek in zijn afscheidsrede bij de VPRO hoe hij begin jaren negentig in VPRO-zendtijd werd uitgemaakt voor omroepklootzak en majoretteneuker die de “mayonaise uit de vagina van Tineke de Nooy lepelt”. Dit omdat hij ervan werd verdacht te veel toenadering tot de andere zuilen te zoeken. Niet prettig, maar die “heerlijke vrijmoedige rakkers” van de VPRO moesten hun gang maar gaan. Hoe kunnen ze hem bij Stads TV nu als onderdrukker zien?

In de lente van vorig jaar trad Jan Haasbroek bij zijn tweelingbroer in dienst als hoofdredacteur van Stads TV. In Hilversum was Haasbroek van de jongste radiodirecteur in 1974 verworden tot de langst zittende radiodirecteur in 1995. De “onbekookte stokebrand” van 1970 was sinds 1980 in andermans ogen een “moegestreden zonderling” geworden, zo signaleert hij zelf. Hij had geprobeerd weg te komen uit Villa 63, solliciteerde naar de leiding van VARA-televisie, tweemaal naar de leiding van VPRO-televisie, bij de Haagse Post, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Amsterdamse zender AT5. Alles liep op een of andere manier spaak, zodat de nieuwe wending in zijn loopbaan plaatshad zoals dat altijd ging: op uitnodiging van tweelingbroer Nico.

Jan Haasbroeks radioloopbaan begon tijdens een protestmars van Amsterdamse studenten op Den Haag in 1967. Nico, toen al reporter bij de VPRO, onderschepte de stoet, nam wat interviews af, en zei, voordat hij naar Hilversum terugreed: “Joh, doe niet zo maf. Kom toch gewoon bij de radio.” Aldus geschiedde. Haasbroek werkte mee aan de baanbrekende programma's van die tijd, zoals het jongerenprogramma Hee. Met items als 'glazenwassers en geslachtsziekten' of een realistisch aandoend verslag van revolutie in Amsterdam. Na een korte expeditie bij de Haagse Post en als kabouter in de Amsterdamse gemeenteraad werd hij eindredacteur bij Vrij Geluiden, de omroepbode van de VPRO. Daar experimenteerde hij met taalvernieuwing en het weglaten van hoofdletters.

De gebroeders Haasbroek, een eeneiige tweeling, kwamen in 1943 ter wereld in Amersfoort, in een “beetje christelijk, beetje socialistisch” nest. Nico ging naar de Mulo, Jan naar de HBS. Sindsdien bleef Nico zijn broer altijd een stap voor. “Ik was dommer dan mijn broer”, zei Nico eens in een dubbelinterview. “Sindsdien heb ik altijd geprobeerd om hem een slag voor te zijn. Pas als ik dacht: nu kan ik je hebben...” Jan Haasbroek: “Dan liet hij me toe.” Zo haalde Nico zijn broer naar de plaatselijke krant in Amersfoort, naar de VPRO in Hilversum en ten slotte naar Stads TV in Rotterdam.

Nico geldt in het duo als de doener, de creatieveling, spontaan en emotioneel, Jan als theoreticus, bespiegelend en een beetje indolent. “Een schriftgeleerde”, zegt Daan Dijksman, die uit dezelfde Haagse Post-clan stamt. “Meer een bestuurlijk dan programmatisch talent. Jan heeft ook altijd iets paljas-achtigs gehouden.” In het collectief jonge programmamakers van de VPRO mocht Jan degelijke reisreportages uit Zuid-Amerika maken - om de dominees die bij de VPRO de scepter zwaaiden ervan te overtuigen dat de jonge garde naast ludieke gein ook over enige levensernst beschikte, herinnert eindredacteur Wim Noordhoek zich. Begin jaren zeventig besloot het collectief, dat inmiddels de macht had overgenomen, dat Jan Haasbroek maar baas moest worden. Iemand moest het saaie werk doen.

Het 'Haasbroek-syndicaat', de term die journalist Martin van Amerongen begin jaren zeventig gebruikte voor de VPRO-clan, is de broers altijd blijven achtervolgen. Voor Van Amerongen stonden de Haasbroeken model voor programmamakers die harde, goed gedocumenteerde interviews met autoriteiten beloofden, maar wier maatschappijkritiek niet verder kwam dan flauwe grappen, schelden en het kleineren van glazenwassers, kantoorklerken en koffiejuffrouwen. Pseudo-anarchisten die de baas wilden zijn.

Baasjes werden de Haasbroeken. Nico Haasbroek trok na correspondentschappen in Bonn - waar hij rondhing in het Umfeld van de Rote Armee Fraktion - en in New York, begin jaren tachtig naar Rotterdam als hoofdredacteur van Radio Rijnmond. Na een nooit opgehelderde ruzie met zijn directeur Henk Tiesma werd hij er directeur-hoofdredacteur. Formeel geen goede combinatie, maar best handig.

Begin 1993 vond de lokale tv-zender Stads TV onderdak in Haasbroeks Media Centrum West. Oud-compaan Tiesma was die zender in 1989 begonnen, maar zijn Omroepbedrijf Rotterdam kampte in 1992 al met miljoenentekorten. Stads TV wist ternauwernood uit Tiesma's failliete boedel te ontsnappen. De redactie, die driemaal was ontslagen en zich soms met fysiek geweld toegang tot de burelen moest verschaffen, kwam gelouterd uit de strijd. Met Haasbroek als nieuwe interim-directeur sprak men af dat Radio Rijnmond en Stads TV apart bleven functioneren, maar dat gewerkt zou worden aan integratie van de bedrijfsculturen.

Die integratie bleef uit, ten dele omdat Nico Haasbroek de zaak op zijn beloop liet. Stads TV en Radio Rijnmond bekeken elkaar in Media Centrum West argwanend, beide bang de melkkoe van de ander te worden. Stads TV bleef functioneren op basis van wat de redactie zelf als arbeiderszelfbestuur omschrijft. Eind 1994 besloot Nico Haasbroek pas ernst te maken met de integratie van de omroepbedrijfjes. Wie zou dat beter kunnen dan zijn tweelingbroer?

Jan Haasbroek moest Stads TV laten uitgroeien tot een regionale tv-zender. Daarvoor leek een mooie toekomst weggelegd. Aan de ene kant werd onderhandeld met de Dagbladunie en het energiebedrijf Eneco, die in de Rijnmond wilden uitzenden volgens de zogenoemde 'AT5-constructie', waarbij een commerciële omroep via een listige omweg gebruik maakt van de publieke zendmachtiging van Stads TV. Anderzijds lonkte vanuit Hilversum de geldpot van de NOS. Die stelt miljoenen beschikbaar voor de zogenoemde vensterprogrammering, waarbij regionale zenders elke avond een uur met plaatselijk nieuws 'inbreken' bij de landelijke zender. Al deze geldstromen moesten naar Media Centrum West stromen. Het leek precies het soort complexe onderhandelingen waar Jan Haasbroek in Hilversum bedreven in was geraakt.

Maar tussen Jan Haasbroek en Stads TV boterde het niet. Bij binnenkomst liet Jan Haasbroek weten de zender op afstand te leiden, zoals hij dat bij de VPRO had gedaan. Stads TV wilde Haasbroek echter stage laten lopen, omdat hij niets van televisie zou weten. “De enige mensen in Nederland die daar zo over denken”, zegt hij kribbig. Men mopperde over zijn hoge salaris, en probeerde uit te zoeken of dat niet te zwaar drukte op het redactiebudget.

Het zwartboek met een kleine zeventig bijlagen dat de redactie van Stads TV vorige maand verspreidde, roept een beeld op van zure vergaderingen vol principiële discussie over de vraag wie de notulen opmaakt, van gesteggel over parkeerplaatsen en plaatsen in het kinderdagverblijf. Stads TV vermoedde dat de Haasbroeken van plan waren de redactie zozeer te tergen dat men in staking ging. Dan zou men de macht grijpen en de redactie vullen met eigen mensen.

Het conflict escaleerde. In de herfst kwamen de spanningen tot ontlading toen het contract met een bij Stads TV gedetacheerde administrateur werd beëindigd en de administratie bij Radio Rijnmond werd ondergebracht. Voor de Haasbroeken een eerste poging hun omroepbedrijfjes te integreren, voor Stads TV een machtsgreep. Daarop besloten de Haasbroeken vriend Gerard Krul in te schakelen, een voormalig hoofdredacteur van het Vrije Volk die naam had gemaakt met harde saneringen in noodlijdende bedrijven. Nico Haasbroek noemt in een vertrouwelijke brief de cultuur van Stads TV “gesloten, argwanend en polariserend”. De schuld zou liggen bij een 'harde kern' van dwarsliggers, die elke vergadering tot een machtsstrijd maakte.

Via de media liet Krul medio januari weten dat de redactie bemand was door “amateurs” en “kamikaze-piloten”. De sfeer deed hem denken een “ranzige welzijnsinstelling in het Nijmegen van 1970”. Freelancer Henk Wijtgaart, eindredacteur Wiert Omta en redacteur Ron van Rhee moesten verdwijnen: de 'harde kern'. De redactie reageerde door het vertrouwen in Jan Haasbroek als hoofdredacteur op te zeggen.

De rust is nu even terug bij Media Centrum West. De tijd voor totale oorlog is niet daar, want de regionale televisie lonkt, weet ook de redactie. Dat betekent miljoenen voor Stads TV; afscheid van het kleine kantoortje, de oude bureaustoelen, de aftandse computers. De gebroeders Haasbroek vrezen dat de onrust hun onderhandelingen over regionale televisie negatief beïnvloedt. Maar men houdt elkaar in de gaten in Media Centrum West. En de Stadspartij blijft in de gemeenteraad stennis maken tegen het Haasbroek-syndicaat. “Vóór Pasen worden de Haasbroekjes geslacht”, zegt partijleider Kneepkens.

Mocht de regionale televisie niet doorgaan, dan neemt de loopbaan van Jan Haasbroek een treurige wending in Rotterdam. Zijn redactie ziet hem voorlopig als machtshongerige, overgesalarieerde omroepbons. “Vervelend voor Jan, dat conflict”, vindt Daan Dijksman. “Gelukkig is het iemand die conflicten goedgeluimd ondergaat.” Maar zolang de miljoenen voor de regiotelevisie niet naar Media Centrum West stromen blijft Jan Haasbroek in Rotterdam een walvis in een vissenkom.