Esten oefenen met Nederlandse handvuurwapens

Minister Voorhoeve (Defensie) was vrijdag en zaterdag in Estland. De Esten willen haast zetten achter hun aanvraag van het lidmaatschap van de NAVO. Maar voorlopig moeten ze het doen met een schenking van Nederlandse veldkeukens en handvuurwapens.

PALDISKI, 26 FEBR. Bij de poort van de kazerne liggen Estse soldaten in de sneeuw. Als de bus met Nederlandse bezoekers binnenrijdt houden zij hun wapens gericht. Deze stad was tot voor kort afgesloten voor Esten. Pas enkele maanden geleden zijn de Russische militairen uit Paldiski vertrokken.

Toch schuifelen oude Russen nog door de sneeuw naar een markt die niet veel te bieden heeft. Zij bleven achter samen met invaliden en, zoals burgemeester Jaan Mölder zegt, 'die mannen die te veel alcohol in hun bloed hebben'. Het is onzeker of Moskou hun uitkeringen wil betalen. De Esten nemen een deel van de verantwoordelijkheid op zich om de vijfendertighonderd mannen en vrouwen een bestaansminimum te geven.

De twee nucleaire reactors die gebruikt werden om Russische onderzeebootbemanningen op te leiden zijn vol beton gegoten. Er zou geen gevaar voor straling meer bestaan. In de oude kazerne traint nu een infanteriecompagnie voor het vredesbataljon van de Baltische staten dat VN-taken verricht en ook in Bosnië aanwezig is. Na de schenking van tien veldkeukens uit Nederland, dertig generatoren en meer dan honderd handvuurwapens vraagt commandant Aivar Jaeski om transportmaterieel. Hij heeft maar één vrachtwagen. Ook munitie is welkom. De Esten dragen Amerikaanse veldtenues maar schieten met Russische AK-47 geweren.

De landen die Estland willen helpen zijn niet zo scheutig met zwaardere wapens en munitie. Een grote Finse zending is enkele maanden geleden spoorloos verdwenen. Militairen, ambtenaren en politici worden er van verdacht de wapens te hebben verkocht aan de mafia, die zich een gewelddadige nieuwe vrijheid heeft toegeëigend sinds de Russen zijn vertrokken.

Onder Britse leiding schieten twee groepen van het Estse peloton elkaar met losse flodders uit de bosjes. Luitenant Jaeski roept dat het allemaal vlugger moet. In vier minuten is de oefening dan beëindigd en minister Voorhoeve krijgt een lijstje mee van de spullen die de compagnie nog goed kan gebruiken.

Na een helikoptervlucht naar Tallinn beginnen de besprekingen met collega öOvel. Voor de kust van Estland liggen nog torpedo's uit de Tweede Wereldoorlog, gifgasgranaten en mijnen. öOvel vraagt zijn Nederlandse bezoeker of een van de twee mijnenvegers die Estland bezit in Nederland gerepareerd kan worden. Er is jarenlang niet mee gevaren; Voorhoeve vraagt een opgave van wat er allemaal aan mankeert.

öOvel legt hem daarna het vuur na aan de schenen: “Na alle beloftes, wanneer is er nu een kans op lidmaatschap van de NAVO? En wat belangrijker is, wanneer zullen de zestien landen van de NAVO instaan voor de verdediging van Estland?”

De Nederlandse minister reageert met zijn ingeboren omzichtigheid. “Tussen lidmaatschap en het onderhouden van betrekkingen met NAVO-landen ligt een ruim veld voor samenwerking”, zegt Voorhoeve. Hij is van mening dat de Esten geduld moeten hebben met de NAVO. Er bestaat in Brussel geen unanimiteit over uitbreiding. Maar intussen zou Estland zelf een grotere reserve van strijdkrachten kunnen opbouwen naar het Finse model, zegt hij. Daarin kan een groot aantal reservisten worden opgeroepen. Zou ook de samenwerking tussen de Baltische staten onderling op militair gebied niet kunnen worden vergroot?

Voorhoeve belooft later dit jaar Nederlandse experts naar Estland te sturen om met Estse officieren te bespreken hoe de herstructurering van de krijgsmacht (3.500 man op een bevolking van 1,5 miljoen) vorm kan krijgen. Aan het eind van de eerste dag is er een concert door het Tallinns Jongenskoor. Na een reeks Ave Maria's van diverse componisten neemt minister öOvel het woord in de kerk die nu een kaal museum is.

“Wij zijn trots op onze onafhankelijkheid die we dit weekend herdenken. Wij zijn in staat ons land zelf te verdedigen en de vijand te weerstaan. Maar wij hebben de hulp nodig die telkens wordt toegezegd. Dat is onze hoop.” Het wordt even stil in de kerk, maar daarna vallen de vijftig jongensstemmen weer snel in.