El Pais contra El Mundo: bericht van het Madrileense front

MADRID, 26 FEBR. Bericht uit de loopgraven. “Wij tonen aan dat er een concentratie bestaat van zakelijke en politieke belangen rondom de socialistische regering. Het dagblad El País maakt daar deel van uit”, zegt Pedro Ramírez, hoofdredacteur van het dagblad El Mundo in een buitenwijk van Madrid. In de kantoorbunker van El País, een paar kilometer verderop, zegt adjunct-hoofdredacteur José Maria Izquierdo: “We laten ons niet bedreigen en afpersen door het misdaadsyndicaat rond El Mundo.”

Zij beschuldigen elkaar van samenzweringen, machtsmisbruik en het bedrijven van “kerosinejournalistiek” - terwijl de socialistische premier Felipe González verbeten vecht om op 3 maart de ondergang van zijn veertienjarige regering te voorkomen, strijden de twee toonaangevende Madrileense kranten El País en El Mundo hun eigen oorlog op leven en dood.

El País, het eerste onafhankelijke Spaanse dagblad sinds Franco's dood in 1975, is groot geworden onder González. El Mundo bestaat nu zeven jaar en is altijd een dissident geweest. Het blad wordt geleid door Pedro J. Ramirez, die in 1989 na een serie kritische stukken over de regering werd ontslagen als hoofdredacteur van de krant Diario 16, waarna hij met een groepje getrouwen zijn eigen dagblad begon.

Dat het niet botert tussen de 'kwaliteitskrant' (oplage 420.000) en de relatieve nieuwkomer (oplage ruim 300.000) is een gegeven. Ramírez, bij vriend en vijand bekend als 'Pedro J.', voert al jaren een bonte coalitie aan van linkse en rechtse opponenten tegen de regering González. El Mundo liet geen kans voorbijgaan om El País af te schilderen als publicitaire kruiwagen van de socialisten, ja, als onderdeel van het 'systeem-González', een “onvolwassen democratie” waarin de corruptie zijn kans heeft gegrepen en geen onafhankelijke kritiek functioneert - behalve die van El Mundo, natuurlijk.

El País deed meestal krampachtig of zijn jonge concurrent niet bestond. Maar de ventielen begaven het toen El Mundo vorige maand een serie artikelen publiceerde over Jesús de Polanco, de machtige topman van het Prisa-mediaconcern waarvan El País het vlaggeschip is. De Polanco, schreef El Mundo, had waardeloos onderwijsmateriaal geleverd aan Uruguay en hiervoor in het voorbijgaan miljoenen aan subsidies voor ontwikkelingssamenwerking van de Spaanse staat opgestreken.

El País sloeg ten slotte terug. Met een reusachtig hoofdcommentaar, en door twee dagen lang pagina's te publiceren met door Ramirez geschreven commentaren waaruit zou blijken dat hij hypocriet is. Ramirez heeft de afgelopen twee jaar alles in het werk gesteld om te bewijzen dat González in zijn eerste regeringen illegale doodseskaders heeft ingezet in de strijd tegen de Baskische militante afscheidingsbeweging ETA. Maar uit de door El País afgedrukte stukken bleek dat Ramirez destijds had betoogd dat de regering “van tijd tot tijd naar irregulaire methodes moet grijpen” bij het bestrijden van de ETA-terreur.

“Normaalgesproken reageren we niet op de aantijgingen van El Mundo”, zucht José María Izquierdo van El País, die de door een lichte hartaanval gevelde hoofdredacteur Jesús Ceberio vervangt. “Maar nu is het genoeg geweest.”

In de kamer van Izquierdo - klein, kogelrond en met zorgelijke ogen achter zijn zware brilmontuur - heerst de gebruikelijke chaos van een krantenredactie: papier, beeldschermen en een dartspel. In zijn boekenkast deelt De magische wereld van Mickey Mouse broederlijk de plank met Het Duitsland van de nazi's. “Ramírez heeft het zich in zijn kop gezet om González ten val te brengen. En in zijn denkwijze betekent dat automatisch dat hij ook ons zwart moet maken omdat wij een verlengstuk van de regering zouden zijn. Maar de enige hoofdredacteur die de socialisten in verband met zijn commentaren op de affaire voor de rechter hebben gedaagd is ónze hoofdredacteur.”

El País geldt als de meest betrouwbare krant van Spanje en het journalistieke symbool van de overgang naar de democratie. Dat de hoofdredactionele lijn altijd dichtbij de sociaal-democratische middenkoers van premier González lag, heeft het dagblad wel vaker het verwijt opgeleverd een “regeringskrant” te zijn. Sinds kort ligt echter ook de persoon van eigenaar De Polanco onder vuur. Deze zou dankzij de goede contacten met González op de valreep van diens politieke bestaan nog een belangrijke concessie op het gebied van het exploiteren van kabelnetwerken in de wacht hebben gesleept.

“De feiten spreken voor zich: het is een belangenverstrengeling”, zegt Pedro Ramírez in zijn werkkamer op de El Mundo-redactie. De 43-jarige hoofdredacteur gaat gekleed in zijn Angelsaksische outfit die zijn handelsmerk is geworden: een bont streepjeshemd, brede, rood-blauw gestreepte bretels en een loszittende das. Aan de wand hangt de inaugurele rede van John F. Kennedy: 'Vraag niet wat uw land voor ú kan doen, maar ...'

“De Polanco onderhoudt nauwe banden met de regering en weet zo te profiteren van gemeenschapsgelden en een mediamonopolie op te bouwen”, zegt Ramírez. “De Financial Times heeft al geschreven dat zijn positie vergelijkbaar is met die van Berlusconi in Italië. Prisa heeft de helft van alle commerciële radiostations in handen. Het is een verarming van de pluriformiteit van de pers.”

Ramírez kletst, zo klinkt het enkele kilometers verderop. “Monopolie? Een belachelijke beschuldiging. Prisa heeft eén landelijke krant in handen”, zegt Izquierdo terwijl zijn wijsvinger trillend in de lucht priemt. “En maar één zakelijk dagblad, Cinco Dias. En één radiostation, maar één, de SER-radio - een groot succes trouwens. En daarnaast heeft hij 25 procent in handen van Canal+, een filmzender zonder enige politieke pretentie.”

En over journalistieke onafhankelijkheid kan Ramírez maar beter helemaal zijn mond houden, zegt Izquierdo. “De Polanco bemoeit zich nooit met onze hoofdredactionele commentaren. Maar Pedro J. heeft zelf aandelen in zijn krant. Misschien dat hij daarom de rol van eigenaar en hoofdredacteur moeilijk uit elkaar kan houden. En wat monopolies betreft: de grootste aandeelhouder van El Mundo is de Italiaanse Rizzoli-groep, die weer deel uitmaakt van Fiat, een van de grootste multinationals.”

Ramírez, zo zeggen zijn tegenstanders, lijdt aan “het Watergate-syndroom”: zijn “obsessie met de ondergang van González” gaat terug tot 1989, toen hij als hoofdredacteur van Diario 16 werd ontslagen in verband met de socialisten onwelvallige publicaties. Maar in zijn wraakzucht tegen González struikelt Ramírez wel eens over de feiten, zeggen zij. De breed gebrachte schandalen blijken in de kolommen van de krant niet zelden later een zachte dood te sterven.

Zoals het afluisterschandaal dat El Mundo vorige zomer bracht. Journalisten, zakenlieden en zelfs de koning werden bespioneerd door de Spaanse geheime dienst, zo bleek uit geheime documenten die El Mundo in handen had. “Dat waren documenten die waren meegeroofd door de voormalige spionage-topman Perote”, zegt El País-adjunct Izquierdo.

Perote was goed bevriend met de beruchte ex-bankier Mario Conde en zij hebben dezelfde advocaat. Conde zag zijn glansvolle loopbaan - in zaken en de politiek - getorpedeerd sinds hij wordt vervolgd wegens grootscheepse fraude en oplichting bij de zakenbank Banesto. Via Banesto was Conde weer mede-eigenaar van El Mundo. “Perote, Conde, Ramírez - het is een kliekje van mensen die allemaal een rekening met González hebben te vereffenen. Ramírez is de stormram van het gezelschap”, zegt Izquierdo.

“Wij hebben altijd ontkend dat we die documenten van Perote hebben gekregen”, antwoordt Ramírez, die verder in het midden laat wie dan wel de goede gever was. “Het enige wat je als journalist te doen staat als je zulke papieren krijgt, is beoordeen of publikatie een algemeen belang dient. Dat laatste zal niemand ontkennen. Maar in plaats daarvan zeurt Izquierdo over de herkomst.”

Duidelijk meer plezier beleeft Ramirez met de politieke omslag die Spanje eind deze week tegemoet lijkt te gaan. De laatste voorspellingen wijzen er op dat González een verpletterende nederlaag zal worden toegebracht door de conservatieve oppositiepartij onder leiding van José María Aznar.

Maar het kost wel moeite om Aznar als alternatief voor González te propageren, verzucht de hoofdredacteur van El Mundo. “Aznar heeft kwaliteiten”, zegt Ramírez na enige aarzeling, “Al steek ik niet mijn hand voor hem in het vuur. Maar Spanje krijgt eindelijk weer een kans zijn democratie nieuw leven in te blazen. En wij zullen Aznar met dezelfde maten meten als we met González hebben gedaan.”

    • Steven Adolf