Een iets beter regeerakkoord

De glorie van dit regeerakkoord is de duidelijke afspraak over de totale uitgaven van de overheid. Tijdens de drie kabinetten van Lubbers was er een regel voor het feitelijke financieringstekort, en dat werkte zo lang het tekort schrikbarend hoog was, zoals in 1983 en 1984, maar had een pervers effect in de vette jaren 1988-'90 toen de economie snel groeide en de belastingontvangsten daardoor steeds meevallers lieten zien. Het tekort slonk vanzelf en dus lieten de ministers in het kabinet-Lubbers II elke discipline op de uitgaven varen. Daarom is het zo goed dat er nu in het regeerakkoord een duidelijke regel staat voor de uitgaven, want dan weten ministers waar ze aan toe zijn.

Met zo'n vierjaars plan voor de totale uitgaven zijn er nog steeds mee- en tegenvallers, maar die komen nu terecht in het financieringstekort. Dat geeft niet, want de wereldkapitaalmarkt is heel groot en Nederland kan altijd iets meer of iets minder lenen dan was voorzien. Het is ook helemaal niet nodig dat VVD'er Hoogervorst twist met PvdA'er Van der Ploeg over het precieze tempo waarin het financieringstekort nog verder terugloopt. Als het voor de PvdA makkelijker is om strikt vast te houden aan het vierjaars plan voor de uitgaven door ook eens iets leuks te doen voor de mensen in de vorm van een lager belastingtarief of een lagere sociale premie, dan is dat voor de VVD een concessie die alleszins de moeite waard is. Voordeel van lage belastingen en premies is trouwens dat de overheid zó zichzelf dwingt om de tering naar de nering te zetten.

Waar het echt om gaat is discipline bij de uitgaven en als dát maar lukt is de afweging tussen iets lagere belastingen of een nog iets lager tekort van weinig belang. Daarom doe ik hier één voorstel om méér geld uit te geven, maar koppel het direct aan een tweede voorstel om eventueel te sparen. Zo blijft het totale budget van de overheid ongewijzigd en staat het financiële fundament van dit regeerakkoord nog steeds ongeschonden overeind.

Méér geld is nodig voor minister Borst van Volksgezondheid. Niet omdat de dokters hebberig zijn, maar om de feestelijke reden dat wij steeds ouder worden en ons voor de ongemakken van de oude dag beter en duurder laten behandelen. Volgens de statistiek kost een bejaarde van 80 jaar gemiddeld acht keer zoveel aan medische zorg als iemand van 45 jaar. En dat verhoudingsgetal stijgt trouwens nog steeds; in 1979 was een hoogbejaarde nog maar vijf maal duurder voor de medische sector dan een 45-jarige. Bovendien komen er steeds meer hoogbejaarden. De behoefte aan medische zorg stijgt snel en tegelijkertijd is er in sommige delen van de medische sector een ongunstige prijsontwikkeling.

Nu is inflatie in de rest van de economie meestal het gevolg van hogere kwaliteit (auto's kunnen meer dan twintig jaar geleden, maar zijn ook duurder) of stijgende loonkosten (het Concertgebouworkest kan moeilijk ieder jaar sneller spelen, en dus worden de toegangskaarten duurder). Inflatie in de medische sector ontstaat niet omdat een behandeling tegen bijvoorbeeld longontsteking tegenwoordig zoveel duurder is dan vroeger, maar heeft vaak een heel andere achtergrond. Researchers ontwikkelen een nieuw medicijn en kunnen nu een ziekte behandelen waartegen vroeger geen kruid was gewassen. Als econoom zeg ik dan: de prijs van een behandeling was vroeger oneindig hoog en dus onbereikbaar, maar nu gelukkig niet meer. Dat is eigenlijk een prijsdaling, maar in de statistiek lijkt het alsof de medicijnen gemiddeld weer duurder zijn geworden.

Voortdurend komen er ook nieuwe, kostbare apparaten die vroegtijdige diagnose van gevaarlijke ziekten mogelijk maken. Méér preventieve zorg kan veel leed besparen, maar komt opnieuw in de medische statistiek tot uitdrukking als een stijging van de kosten. Het regeerakkoord stipuleert dat de totale uitgaven aan medische zorg per jaar met 1,3 procent mogen stijgen. De logica van zo'n regel is niet sterk. Naarmate de welvaart stijgt willen burgers gemiddeld meer uitgeven aan bijvoorbeeld buitenlandse vakanties, en daarvoor hebben ze geen toestemming nodig van het kabinet. Zo willen in een steeds rijker land de mensen ook meer geld besteden aan hun lichamelijk comfort, en waarom is daarvoor opeens dan wél toestemming van de regering vereist?

Nu bovendien blijkt dat de extra kosten van de hoogbejaarden en van nieuwe innovaties in de medische zorg het financiële plafond onhoudbaar maken, is het beter om dat maar eerlijk onder ogen te zien. Laten we ons verheugen over de langdurige aanwezigheid van opa en oma en over de wonderen van de medische wetenschap, en daar ieder jaar wat meer geld voor over hebben. De daarvoor vereiste besparing kan komen uit het budget van minister De Boer (Ruimtelijke Ordening). Die is druk bezig met plannen voor woningbouw in de provincie Zuid-Holland maar heeft zich laten bedwelmen door allerlei taboes en misverstanden over het Groene Hart. Bij Rijnswoude liggen verliesgevende weilanden die voor zo'n 10 gulden per vierkante meter beschikbaar kunnen komen voor woningbouw. De gemeenteraad van Rijnswoude heeft echter geen interesse in meer woningbouw, want dan zouden weleens de prijzen van bestaande woningen in de vrije sector kunnen dalen. Zo komen er zelfs dwaze voorstellen om mensen 'van buiten' te verbieden om daar een huis te kopen van minder dan 300.000 gulden. Allemaal begrijpelijk vanuit het eigenbelang van de huidige bewoners, maar knap elitair. Minister De Boer mag het grondbeleid in Zuid-Holland niet overlaten aan lokale belangen, noch van de grote steden noch van de dorpen, en moet woningbouw toestaan op de meest geschikte lokaties, inclusief lelijke stukken van het Groene Hart zoals bijvoorbeeld in Rijnswoude.

In plaats daarvan geeft mevrouw De Boer toe aan grote politieke druk vanuit Den Haag om op heel dure grond in het Westland te gaan bouwen voor meer dan 400 gulden per vierkante meter. Dat betekent kleinere kavels en op elkaar gepropte huisjes die geheel overbodig 20.000 gulden te duur zijn. Een popperig kavel in Wateringen kost 73.750 gulden, en het Rijk moet in totaal 460 miljoen gulden subsidiëren om op zulke super dure lokaties toch nog sociale woningbouw te kunnen plegen. En intussen willen de boeren uit Rijnswoude graag vertrekken als iemand hen een tientje per vierkante meter biedt. Dat is echt de onzin gekroond en het kabinet zou er wijs aan doen om wat meer kostenbesef te eisen van de ambtenaren bij minister De Boer. Het gespaarde geld kan dan naar haar collega Borst. En daarna leefde iedereen nog lang en gelukkig en stonden de nieuwe huizen wat verder uit elkaar.