CITO-toets basisvorming is 'reinste volksverlakkerij'

Veel Mavisten blijken in de basisvorming even goed als VWO'ers. Worden VWO'ers wel voldoende uitgedaagd?

ARNHEM, 26 FEBR. Op het VWO leer je in de basisvorming bij Nederlands niets wat je niet al geleerd hebt op de basisschool, is het oordeel van dr. H. van den Bergh van de Universiteit Utrecht. De toetsdeskundige vergeleek vijf jaar geleden de prestaties van basisscholieren met een VWO-advies met de eisen van de basisvorming. Wat bleek? Nog voordat zij een voet over de drempel van de middelbare school zetten, weten deze scholieren al voldoende af van de basisvorming. De onderzoeker bracht zijn onderzoek onder de aandacht van de Tweede Kamer. Maar antwoord kreeg hij nooit.

“Nu blijkt alsnog mijn vooruitziende blik”, zegt Van den Bergh. Het CITO maakte een week geleden de toetsresultaten bekend van de scholieren die vorig schooljaar als eersten de basisvorming afsloten. Een kwart van de Mavo-leerlingen in de eerste twee klassen presteerde ten minste evengoed als de gemiddelde VWO'er. Een 'opvallende overlap in schoolprestaties', aldus het CITO.

Maar die conclusie vindt Van den Bergh “je reinste volksverlakkerij”. “Het CITO baseert zich op een door henzelf gemaakte toets voor alle niveaus aan het eind van de basisvorming. Die toets deugt niet. Die meet de middelmaat, maar zegt helemaal niets over onderwijspeil of kennisniveau. De eisen van de basisvorming zijn zo opgesteld dat de zwakkere broeders en de allerbesten buitenboord vallen. Het is als een schoenmaker die alleen schoenen van maat veertig lapt. En dan mensen met maat 36 en 44 de schoen aanpraat en vaststelt dat iedereen maat veertig heeft.”

In de Tweede Kamer zaait de vergelijking van het CITO verwarring. De 'overlap' kan er op wijzen dat een kwart van de Mavo-scholieren op een te 'laag schooltype' zit. Maar die leerlingen kunnen ook goed lijken, omdat in de 'middelmatige basisvorming' een Mavo-leerling het al gauw even goed doet als een VWO'er.

Voor Van den Bergh staat vast dat de toetsen het intellect van slimmere scholieren niet prikkelen, net zo min als de praktijk van de basisvorming dat doet. “Het CITO moet hardop zeggen dat ze zo geen onderwijspeil kunnen meten. Ze moeten voor elk niveau een aparte toets maken.”

In 1993 werd in de laagste klassen van het voortgezet onderwijs de basisvorming verplicht. Sindsdien krijgen alle leerlingen, van voorbereidend beroepsonderwijs tot gymnasium, dezelfde lessen in dezelfde vijftien vakken. In twee of drie jaar, dat mogen scholen zelf weten. Zolang alle leerlingen aan het eind van die periode maar precies dezelfde toetsen maken, die voor iedereen gelijk zijn. Ze bepalen niet of iemand zakt of slaagt. Maar zo kan wel gemeten worden of het onderwijspeil van de jongeren stijgt.

Vorig jaar werden de toetsen voor het eerst afgenomen. Verplicht waren 37 van de 62 toetsen. De belangrijkste zorg van staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) was of de toetsen aan het eind van de basisvorming geschikt zijn voor alle leerlingen, maar scholen spraken smalend van een 'circus'.

Op grond van de toetsresultaten van leerlingen op de 905 scholen (92 procent van het totaal) die strikt de toetsvoorschriften hebben opgevolgd, concludeert het CITO daarover weinig nieuws: voor VWO-leerlingen zijn de opgaven goed te doen, maar voor leerlingen van het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (IVBO) bleken de opgaven bijna allemaal te moeilijk. Toen de Onderwijsinspectie vorig jaar al precies hetzelfde vaststelde drong de Tweede Kamer er bij Netelenbos op aan af te stappen van één toets voor alle onderwijssoorten. Maar de staatssecretaris weigerde dat. Een commissie zal haar voor half april adviseren.

Het CITO-rapport lijkt de Kamer nu gelijk te geven. De toetsen zijn inderdaad te moeilijk voor de zwakste leerlingen. Maar voor de rest van de scholieren “bleken de uniforme toetsen tot dusver goed”, zegt CITO-onderzoeker E.J.J. Kremers. Definitieve conclusies wil hij pas na dit schooljaar trekken, omdat dan de hele eerste generatie leerlingen de basisvorming heeft afgesloten.

Waarom zijn die overlappende prestaties dan toch opvallend?

Kremers: “Op zichzelf is overlap niet nieuw. Die was er ook in de jaren tachtig. Toen werden incidenteel schoolprestaties van tweedeklassers door alle typen voortgezet onderwijs heen vergeleken, voor wiskunde en Nederlands, aan de hand van één-toets-voor-allen. Maar nooit kwam er zo'n grote overlap uit de bus.”

Hoe per vak de schoolprestaties van de scholieren overlappen zocht Kremers vorige week uit. Vooral in Engels en verzorging excelleerden de Mavisten. Bij wiskunde presteerde het beste kwart van de Mavo-scholieren vorig jaar beter dan het slechtste kwart van de VWO'ers. Bij Nederlands streefde het beste kwart van de Mavo-scholieren veertig procent van de VWO'ers in prestaties voorbij. En voor het nieuwe vak verzorging en ook Engels scoorde het beste kwart van de Mavo-scholieren zelfs beter dan zestig procent van de VWO'ers.

Meet de toets geen intellectuele extra's en komen die Mavisten daarom zo goed uit de bus?

Kremers: “Nee, dat denk ik niet. In geen enkel vak bleken de toetsen te gemakkelijk voor VWO'ers. De toetsen zijn deugdelijk, per vak toegesneden op alle 'kerndoelen' en ze zijn een betrouwbaar instrument. We hebben ze ge-pretest bij 80.000 leerlingen in alle onderwijstypen. Tachtig procent van de docenten vond de toetsen goed aansluiten op de kerndoelen, en een overgrote meerderheid vond dat de toetsen ook passen bij de lesmethodes. Dat is heel behoorlijk. Wat de toetsen natuurlijk niet meten is wat de scholieren hebben opgestoken van de 25 procent lestijd die scholen zelf mogen invullen.”

Wijst de overlap dan op verkeerde basisschooladviezen?

Kremers: “Dat kan ik niet zeggen. Het enige wat het overlappende prestatieniveau nu bloot legt is dat de leerlingen zich dezelfde kerndoelen van de basisvorming hebben eigen gemaakt.”

Kan de keuze voor het schooltype dan maar niet beter tot na de basisvorming worden uitgesteld?

“Hierover doe ik nu geen uitspraken. Eerst wil ik de toetsresultaten afwachten van dit schooljaar.”

Maar of die resultaten nog vergeleken kunnen worden is ongewis. Want staatssecretaris Netelenbos heeft de toetsvoorschriften veranderd. Waren scholen vorig jaar verplicht stuk voor stuk dezelfde 37 toetsen aan het einde van de basisvorming af te nemen, dit jaar krijgen leerlingen voor elk vak maar één toets voorgelegd, welke mogen de scholen zelf kiezen. Het CITO is bezorgd.