BELLEN OP MIDDENSTIP VAN SAN SIRO

Leonard van Utrecht, ex-Cambuur, is een van de vier Nederlandse voetballers in de Italiaanse Serie A. Hij is bij Padova voornamelijk invaller en kwam gisteren tegen Lazio zelfs helemaal niet in actie. “Ik ga snel eens met de trainer praten.”

Hij dacht aan een grap. Er belde wel vaker een vriend uit Noordwijk die zich met een verdraaide stem voor een voetbalmakelaar uitgaf. “Ja, Rob, wat wil je, vroeg ik. Nee, hoorde ik aan de andere kant, ik ben Peter Gerards.” De vertegenwoordiger van de spelersvakbond VVCS meldde de interesse van het Italiaanse Padova. Leonard van Utrecht was net zo verbaasd als iedereen. “Zoiets geloof je toch niet!”

Zijn zelfvertrouwen is er niet minder om. “Ze halen hier echt niet iemand binnen die niets kan. Ze hebben me ook zes, zeven keer bekeken. Aanvankelijk waren ze naar Cambuur-FC Groningen gekomen voor Bombarda en Sion. Ik zat toen net in periode dat het goed ging. Lekker agressief spel, overal aanwezig.”

De VVCS trok vlak voor de afsluitende onderhandelingen haar handen af van Van Utrecht. Volgens voorzitter Theo van Seggelen waren verkeerde mensen betrokken bij de transfer en hij verbood Gerards mee te gaan naar Italië. “Heb ik daar vier jaar contributie voor betaalt?”, reageert de speler. “Het was toch vreemd dat ik daar in mijn eentje met die mensen van Padova zat. Gelukkig stond alles al op papier. We waren er snel uit.”

Van Utrecht haalt zijn schouders op. “Van Seggelen vond dat mijn salaris te laag was in vergelijking met andere spelers in Italië. Wat kan mij dat nou schelen! Ik zal best minder verdienen dan de anderen. Maar ik ben tevreden. Het is fantastisch, een jongensdroom. Ik geniet er elke dag van.”

Het moment dat hij zijn eerste Padova-shirt - nummer 28 - zag hangen, zal hij nooit vergeten. “Bari-thuis was mijn debuut. Ik kwam de kleedkamer binnen en wilde de materiaalman vragen waar ik zat. Maar toen zag ik mijn shirt al. Met groot Van Utrecht op de rug. Dan groei je, hé. Ik ben uitgebreid voor de spiegel gaan staan. Op zo'n moment besef je pas dat het allemaal echt is.”

Twee maanden later volgde tegen Atalanta zijn eerste, en tot nu toe enige, doelpunt. “In de eerste helft kreeg onze rechtsback een schop. Ik verving hem. In de rust kreeg ik te horen dat ik achter de twee spitsen moest spelen. Een vrije rol. Dat is ideaal voor mij. Binnen vijf minuten lag de 1-0 erin. Dat was een enorme bevrijding. Jezus, een goal in de Serie A, dacht ik.” Volgens gebruik trakteerde hij een dag later zijn ploeggenoten op champagne en gebak. Dat deed hij afgelopen zaterdag na de training weer. Want hij was gisteren jarig, 27 jaar.

Daarom had hij ter opluistering van het feest tegen Lazio graag zijn tweede doelpunt gemaakt. In de plaatselijke krant had hij vooraf het ideale scenario al bepaald. Kreek 1-0, Winter 1-1, Van Utrecht 2-1. Het kwam er niet van. 'Leonardo', zoals ze hem in Padova noemen, bleef de volle negentig minuten aan de kant. “Ik ga snel eens met de trainer praten. Anders gaat het aan me vreten en ga ik misschien foute dingen zeggen. Ik wil spelen. Ik kan het aan. Ook in dit 5-3-2-systeem.”

Padova was in het eerste half uur sterker dan Lazio, maar verzuimde de kansen te benutten. De thuisclub kreeg na acht minuten een strafschop nadat Lazio-doelman Marchegiani Kreek omver had gegleden, maar Longhi schoot mis. Van Utrecht: “Die raakt al weken geen bal. Hij heeft geen vertrouwen, niets. Daarom begreep ik niet waarom hij die penalty nam.”

Het werd een trieste middag voor Padova. International Signori maakte 1-0 voor Lazio. Middenvelder Nunziata kreeg binnen anderhalve minuut een rode kaart. Nadat Lazio op 0-3 was gekomen, werd het nog 1-3 uit een tweede strafschop in blessuretijd. Toch had Van Utrecht na afloop geen spijt van zijn voorspelling. “Ik moet die krant nog zien te krijgen voor mijn plakboek.”

Het enthousiasme van Van Utrecht is een verademing in een door geld beheerstevoetbalwereld. Hij waardeert alle aandacht, is oprecht verbaasd als hij op straat wordt gezoend door een vrouwelijke fan. Zijn familie en die van zijn vriendin genieten mee. Tegen Lazio zaten er drie logées uit Nederland op de tribune, komende zaterdag tegen Juventus zullen het er acht zijn. Van Utrecht moet flink vrijkaartjes bietsen bij zijn teamgenoten.

Het bezoek mocht zaterdag niet betalen voor het diner. In restaurant Pe Pen is het altijd gratis eten voor de Padova-spelers en hun gezelschap. Eigenaar Franco is een fanatiek supporter van de club. Van Utrecht en zijn ploeggenoten eten er gemiddeld vijf keer per week. Er hangt de sfeer van een kantine van een amateurclub. De zak drop gaat van hand tot hand. Teamgenoot Michel Kreek schoof aan tafel bij de familie Van Utrecht. Hij was de dag voor de wedstrijd bij Aron Winter in het trainingskamp langs geweest. “Die trainen een stukje harder dan bij ons”, meldde hij Van Utrecht.

“Michel is”, zegt Van Utrecht later, “een vriend aan het worden. Het klikte meteen. Hij helpt me, vertelt me hoe ik dingen het beste kan doen. Hij is onze beste speler. Michel kan hier niet meer kapot sinds hij verleden jaar een beslissende penalty tegen Genua maakte. Toch verdient hij meer waardering. Maar in Italië ben je alleen echt een held als je scoort.”

Padova wil Kreek graag behouden, maar de voetballer zal aan het einde van het seizoen vertrekken. Hij wil hogerop in de Serie A. Interesse is er volop. Kreek: “We spelen puur degradatievoetbal. Dat valt niet mee. Natuurlijk zal je deze onderlinge sfeer nergens anders vinden. Maar het heeft ook zijn nadelen. Ze vinden hier alles goed. Als je drie keer achter elkaar verliest, is er nog niets aan de hand.”

Van Utrecht zal met weemoed afscheid nemen van Kreek. Zijn eigen contract loopt nog tot en met volgend seizoen door. Desnoods degradeert hij met de club mee naar de Serie B. “Italië blijft Italië.” Het wil niet zeggen dat hij met elke minuut die hij speelt al tevreden is. “Ze zeggen dat ik de ideale speler ben om in te vallen. Dat is ook wel zo. Maar dat wil ik niet horen. Ik wil hele wedstrijden spelen. Ik kan wat toevoegen aan het elftal. Ik ben enthousiast. Dat slaat over op de andere spelers en het publiek. Ik kan het vlammetje aanwakkeren. Ik blijf lopen. Het ziet er soms wat chaotisch uit, maar dat is het niet. Al sta ik tegenover vier man, dan ga ik er nog achteraan.”

Hij stond twee keer vanaf het begin in het elftal. De laatste keer was tegen koploper AC Milan in het fameuze San Siro. “Ik kende het stadion alleen maar van tv-beelden en foto's. En nu moest ik er ineens spelen. Ik had het er in de bus nog met Michel over gehad. Je zal het wel merken hoe het is, zei hij. Het was fantastisch. Daar kan je niet slecht spelen. Ik heb voor de wedstrijd vanaf het veld heel Nederland afgebeld. Wat zijn jullie aan het doen? Nou, ik sta hier op de middenstip van San Siro!”

Hij belde onder anderen met Bram Marbus. Zijn bij Cambuur achtergebleven vriend vraagt zich af wanneer hij nu eindelijk iets van Padova zal horen. Want bij de clubs waar Van Utrecht speelde, kwam Marbus mede op voordracht van zijn maatje ook terecht. Na Noordwijk volgden Excelsior en Cambuur. “Maar op Padova kan ik lang wachten, denk ik”, zegt Marbus. Daar gaat Van Utrecht niet zo maar van uit. “Ik ga zijn naam hier nog wel een keer noemen.” Niets is onmogelijk, weet Van Utrecht inmiddels.

Zo heeft hij er vertrouwen in dat Padova zich in de Serie A toch nog weet te redden. De club staat momenteel vierde van onderen en verkeert in degradatiezorgen. “We kunnen goed voetballen. Beter dan veel andere ploegen. Thuis pakken we veel punten. We moeten alleen eens van het gezeik af met die uitwedstrijden. Daar gaan we met de broek vol naartoe.” Van de twaalf wedstrijden die de ploeg buiten de eigen stad speelde gingen er elf verloren.

Ineens kan het avontuur voorbij zijn, beseft Van Utrecht. Maar dan staat hij wel op een lijst met vele illustere namen van Nederlanders die in de Serie A voetbalden. Wilkes, Van Basten, Gullit, Rijkaard, Bergkamp, Jonk enzovoort. Toen hij voor het eerst in het vliegtuig naar Italië zat, schreef hij al die namen eens op. Onderaan krabbelde hij met koeienletters zijn eigen naam. Het is keun, zeggen ze in zijn geboorteplaats Noordwijk. Het is fijn.

    • Hans Klippus