Spanning in Latijns Amerika over drugsoordeel van VS

MEXICO-STAD, 24 FEBR. De betrekkingen tussen de Verenigde Staten en verschillende Latijns-Amerikaanse landen bevinden zich in een staat van verhoogde spanning, een week voor de uitkomst van de zogenoemde certificering: een oordeel over de mate waarin verscheidene landen de VS geholpen hebben bij de strijd tegen de internationale drugshandel. Uiterlijk volgende week vrijdag moet de regering-Clinton op voorspraak van het State Department dit oordeel aan het Amerikaanse Congres voorleggen, voorzien van een serie aanbevelingen.

Binnen de groep van in totaal 31 landen die 'gecertificeerd' wordt, bevinden zich verschillende Latijns-Amerikaanse naties. Met name Mexico en Colombia kijken dit jaar met de nodige spanning uit naar de certificering door de Amerikaanse regering. Colombia kreeg vorig jaar een ontheffing van certificering, evenals Peru en Bolivia, twee van de belangrijkste coca-producerende landen in Zuid-Amerika.

Wanneer een land wordt gecertificeerd, kan het rekenen op voortgezette ontwikkelingshulp, gunstige handelstarieven en andere steun van de Amerikaanse overheid. Decertificering, of een opschorting van een oordeel, kan betekenen dat een land er aanzienlijk op achteruit gaat. Behalve het onthouden van directe bilaterale steun stemmen de VS in geval van 'decertificering' ook tegen leningen voor deze landen door multinationale financiële instellingen zoals de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF). De invloed van de VS op beslissingen in deze instellingen is enorm, zoniet doorslaggevend.

Het criterium voor certificering is niet helemaal duidelijk. In het algemeen dient een land zich in Amerikaanse ogen verdienstelijk te hebben gemaakt in de strijd tegen de drugshandel. Zowel voor Colombia als Mexico gaat dit op. In Colombia werd het afgelopen jaar vrijwel de gehele top van het cocaïnekartel van Cali gearresteerd. De Mexicanen wisten vorige maand Juan García Abrego, één van de meestgezochte tien misdadigers op de lijst van de FBI, te arresteren èn uit te leveren aan de VS.

Maar wat tegen beide landen pleit is de mate waarin de drugsmisdaad heeft weten te infiltreren in justitie en politiek. Colombia spant wat dat betreft de kroon. Een speciale commissie van het Colombiaanse Huis van Afgevaardigden besloot deze week om voor de tweede keer een onderzoek in te stellen naar de mogelijke rol die president Ernesto Samper heeft gespeeld bij een schandaal rondom de financiering van zijn verkiezingscampagne in 1994 door de drugsmafia. Naaste medewerkers van de president hebben verklaringen afgelegd waarin Samper ervan wordt beschuldigd actief een rol te hebben gespeeld in het verkrijgen van financiering door het kartel van Cali. De president ontkent dit.

In Mexico wordt steeds meer bekend over de mate waarin drugshandelaren invloed hadden op de regering van ex-president Carlos Salinas de Gortari. Diens broer Raúl zit momenteel gevangen op verdenking het brein te zijn achter de moordaanslag op een vooraanstaande Mexicaanse politicus. Daarnaast bestaat de verdenking dat Raúl Salinas fungeerde als een tussenpersoon voor de contacten tussen de regering van zijn broer en het kartel van de Golf (van Mexico), dat onder leiding stond van de vorige maand aangehouden Juan García Abrego. Bovendien vermoeden de Amerikaanse autoriteiten dat ook onder het gezag van de huidige Mexicaanse regering sommige drugshandelaren vrij spel hebben. Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben de Mexicaanse regering publiekelijk geprezen voor haar acties tegen de drugshandel. Maar intussen laten instanties als het Drugs Enforcement Agency (DEA) er geen twijfel over bestaan dat er weinig ten goede is veranderd sinds de vorige Mexicaanse regering.

Een chronisch probleem in zowel Colombia als Mexico is de corruptie bij politie en strijdkrachten. Deze week werden in de Noordmexicaanse stad Monterrey drie hoge functionarissen van de politie gearresteerd op verdenking een advocaat die banden met de drugshandel had in een café te hebben doodgeschoten. In Colombia kon één van de gevangen genomen drugsbaronnen van het Cali-kartel op relatief eenvoudige manier ontsnappen. Hij is nog steeds voortvluchtig.

Zowel Mexico als Colombia verwerpen het proces van certificering als inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Gisteren had de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, in Washington een ontmoeting met zijn Mexicaanse collega Angel Gurría. Voorafgaand aan het gesprek liet Christopher zich lovend uit over de inzet van de Mexicaanse regering in de strijd tegen de drugshandel. Maar waarnemers in beide landen geloven dat de Amerikaanse dreiging om Mexico een certificering te onthouden vooral een drukmiddel is om concessies van Mexicaanse zijde te krijgen. De twee partners binnen het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA verschillen van mening over een hele reeks van onderwerpen, van wegtransport tot tomaten. Een ander conflictpunt is de illegale Mexicaanse migratie naar de Verenigde Staten.

De voorverkiezingen in de Verenigde Staten voor een Republikeinse presidentskandidaat vormen een complicerende factor. De recente overwinning van de conservatieve kandidaat Pat Buchanan in de voorverkiezingen in New Hampshire - gekoppeld aan een door de Republikeinen gedomineerd Congres - zouden de regering-Clinton tot een harde lijn tegen landen als Mexico en Colombia kunnen dwingen.

De Amerikaanse ambassadeur in Mexico-Stad, James Jones, heeft de Mexicanen al gewaarschuwd voor een ongemakkelijke tijd. Waarnemers in beide landen menen dat het onthouden van certificering aan Mexico niet erg waarschijnlijk is, gezien de belangen die op het spel staan. Voor Colombia ziet het er net zo slecht uit, nu het tij definitief tegen president Samper lijkt te zijn gekeerd. Vooral de exporteurs van snijbloemen in Colombia - één van de belangrijkste legale deviezenverdieners in het land - vrezen eventuele Amerikaanse heffingen op hun produkten.

    • Reinoud Roscam Abbing