Sleutelen aan het lokale bestuur is een heilloze strategie

In Rotterdam is een bestuurscrisis uitgebroken nadat de bevolking zich tegen plannen keerde om de stad op te delen. Dat komt doordat de plannen zo onrealistisch waren, vinden Boele Staal en Patrick Poelmann. Maar Harry Grosveld ziet nog een kans voor de stadsprovincie.

Het is niet anders, in de politieke discussie staat de stadsprovincie schaakmat. Een realiteit waarbij zelfs partijprogramma's verbleken. Zoiets werkt als een fuik waaruit ontsnappen alleen maar mogelijk is als je bereid bent nieuwe haalbare stappen te zetten.

Het heeft wat tijd en geld gekost, maar de constatering dat sleutelen aan de bestaande bestuurlijke structuren een heilloze weg is, is ook een resultaat. Vroeger ging het steeds om gebrek aan draagvlak in de Tweede Kamer, deze keer was het ontbreken van draagvlak bij de bevolking van Rotterdam en Amsterdam directe aanleiding voor de opstelling van de Kamer. Het is niet allemaal voor niets geweest. Onder druk van de komst van nieuwe structuren, gericht op versterking van bovenlokaal bestuur, is ook vooruitgang geboekt. Een voorstel voor herverdeling van gelden tussen 'rijke' en 'arme' gemeenten ligt nu bij het parlement. Gemeenten, provincie en rijk hebben voor de stedelijke gebieden akkoorden gesloten over woning- en bedrijfslokaties en verkeer en vervoer. Wel moeten we beseffen dat de bonte rij van vermeende structuuroplossingen in de afgelopen dertig jaar - van samenwerkingsregio's voor gemeenten tot stadsprovincies - in feite verdoezelt dat we de bestaande instituties niet effectiever hebben kunnen maken. Of misschien niet effectiever hebben willen maken.

Waarom eigenlijk? Kabinet en Kamer houden zich graag zo direct mogelijk met de grote steden bezig en slaan daarbij de provincies zo veel mogelijk over, zo is het de laatste dertig jaar steevast gegaan. Dus laten de politici van de grote steden op hun beurt de provincies links liggen, in het dagelijkse werk, in hun uitingen over de provincie en in de politieke partijen zelf bij kandidaatstellingen voor Provinciale-Statenverkiezingen. De provinciale bestuurders en die van de randgemeenten gaan vervolgens met hun rug naar die arrogante grote steden staan. Dat hebben we willen oplossen met het bedenken van nieuwe structuren. Goede bedoelingen, maar wellicht is te veel uitgegaan van bestuursbelangen, en is te weinig rekening gehouden met het feit dat de bestaande structuur in de basis deugt en aan effectiviteit kan winnen, door bijstellingen zonder de structuur als zodanig te wijzigen. Stelselherziening als antwoord op slechte uitvoering van een bestaand stelsel is ook op andere terreinen vaak niet de oplossing gebleken.

Waar gaat het nu verder om? Er is niets mis met de gemeentelijke autonomie, maar complexiteit van taken, veranderende territoriale grenzen en grensoverschrijdende belangen nopen tot niet-vrijblijvende gemeentelijke samenwerking om nieuwe uitdagingen aan te gaan en problemen op te lossen. Daarbij is nodig bovenlokale coördinatie (regie) en conflictbeheersing (arbitrage). De regie, indien niet mogelijk vanuit de samenwerkende gemeenten zelf, en de arbiterrol is voor het naasthogere bestuursorgaan weggelegd. De provincie had van oorsprong meer een toezichthoudende taak. Wat is er op tegen om, gegeven de veranderde situatie sinds de tijd van de trekschuit en de mislukte stelselherzieningen, de provincie uit te rusten met de instrumenten die zijn toegesneden op de noodzakelijke regie en bovenlokale conflictoplossing? Waarom zouden de regio's, getuige de brochures van diverse regiobesturen, zich wel kunnen bemoeien met ruimtelijke ordening, vervoer, veiligheid, milieu, werkgelegenheid, en de provincie niet? In de vorm van de provincie staat een kant-en-klaar, democratisch gekozen bestuursorgaan gereed. Aan dat instrumentarium kunnen in de Provinciewet en andere wetten zeker ook goede belangenafwegingsprocedures worden verbonden, van een zodanig karakter dat de termijn tussen principe-besluit en startuitvoering weer redelijk wordt.

Misschien is het goed om nog eens in herinnering te roepen dat ons land globaal 180 kilometer breed is, 350 kilometer lang en 15 miljoen inwoners telt. Drie democratisch gekozen bestuurslagen moeten voldoende zijn. Aanwijzingsbevoegdheden op provinciaal niveau en wat meer bestuurslef bij nijpende grensproblemen, kunnen ons weghouden van onnodige en naar nu ook blijkt nutteloze structuurdiscussies. De kwaliteit van het bestuur moet het winnen van bestuurdersbelangen. Geen nieuwe stelsels, geen grootschalige gemeentelijke herindelingen, geen nieuwe grootse plannen in de bestuursorganisatie. De aandacht van het ministerie van Binnenlandse Zaken kan in de komende jaren beter uitgaan naar het effectiever maken van besluitvorming van overheden, door het stroomlijnen van procedures en het voorkomen van stapeling van beroepsmogelijkheden. De termijnen worden bekort zonder de belangenafweging in hoger beroep geweld aan te doen. Nu komt het aan op enig lef om te besturen en beter gebruik te maken van de kant-en-klare, democratisch gekozen en gecontroleerde bestuursorganen.

Wat er na het sneuvelen van de stadsprovincie in de Tweede Kamer moet gebeuren is het volgende: - gemeenten werken samen op onderwerpen van gemeenschappelijk belang; - gemeentelijke herindeling daar waar sprake is van knelpunten waar het gaat om volkshuisvesting of economische ontwikkeling; - wettelijk wordt de basis gelegd voor het hanteren van aanwijzingsbevoegdheden voor provincies, daar is geen ingewikkeld wetgevingstraject voor nodig, maar een aantal wetswijzigingen in de Provinciewet en andere van toepassing zijnde wetten; - stapeling van beroepsmogelijkheden tegen overheidsbesluiten wordt opgeruimd, waarmee de termijnen van besluit naar uitvoering redelijk worden en waarmee recht wordt gedaan aan het primaat van het rechtstreeks gekozen bestuur.

Zo'n instrumentarium laat alle ruimte om het in Friesland anders te doen dan in de Randstad. Laten we de lappendeken snel opruimen en met de bestaande structuur effectief besturen in het belang van burgers en economie.