Sfeervol hoorspel over een gepassioneerde liefde

Er stroomt water door de goten van Parijs, zondag 25 febr., Radio 4, 17.00-18.00u.

Hoorspelen zijn zelden woest, brutaal of seksueel getint. Met Er stroomt water door de goten van Parijs schreef Bert Kommerij een hoorspel dat aan geen van de traditionele verwachtingen voldoet. Het spel opent en eindigt met een liefdesscène, hard en ook teder getoonzet, geen lieflijk gezucht en gesteun in elk geval. Kommerij's voorbeeld, zo blijkt uit de hele opbouw en strekking van het liefdesspel, is de onthutsende film Last Tango in Paris met Marlon Brando en Maria Schneider. En dan vooral de seksuele kracht die van deze film uitgaat vertaald voor de radio: een medium zonder beeld, waarbij de luisteraar maar zijn of haar eigen fantasie de ruimte moet gunnen.

In Er stroomt water door de goten van Parijs blikken een jonge vrouw en haar geliefde terug op hun hevige gepassioneerde verhouding, een verhouding die, net als Last Tango in Paris, puur dreef op de lust. Zij, Mathilde, gespeeld door Wilke Durand en hij, Richard, vertolkt door Hein van der Heijden, ontmoetten elkaar in Parijs en konden elkaar niet meer loslaten. Maandenlang raakten ze verslaafd aan elkaar, nacht na nacht, tot zich de verwijdering, het afscheid, aandiende. Tijdens het hoorspel beluisteren we het terugzien van hen beiden, terwijl een verteller, Bram van der Vlugt, hun belevenissen in het heden weergeeft.

Kommerij, die in samenwerking met Marlies Cordia de regie voert, heeft zich welbewust niet aan een realistisch verhaalstramien gehouden. De man en vrouw laten zich leiden door associaties, waarbij opvalt dat Mathilde een poëtisch-lyrisch taalgebruik hanteert en Richard de hardere, hedendaagse taal gebruikt. De vrouw adoreert Richard; zijn lichaam, zijn stem, hun speelse manier van liefhebben; in hem herkende zij alle mannen, rauw, ruw, gloedvol, en daarom was hij de enige goede man voor haar. Richard is meer het rusteloze, romantische type, gekweld, en in het bezit van een literaire belangstelling voor Parijs.

Volgens Kommerij is het hoorspel een autobiografisch verhaal over een stukgelopen liefde. Hij liet zich tot de autobiografie verleiden door de hausse aan literaire boeken van de laatste tijd, waarin de zelfbekentenis de boventoon voert. Dat klinkt gevaarlijker dan het is. Er kleeft geen enkele larmoyantie aan het verhaal, integendeel, het is zuiver en sfeervol opgebouwd. In de herinneringen van het tweetal zal bijna iedereen zich herkennen die eens verwikkeld is geraakt in een stormachtige liefdesaffaire.

Een enkel detail zegt veel. De jongeman zegt tegen de vrouw dat hij haar liefheeft 'met heel mijn huid'. Daarover is ze verbaasd, en ze piekert erover wat dat toch betekent. Zo zijn er meer mooie voorbeelden van trefzekere beeldspraak. Voeg daarbij de geluiden van de grote stad, Parijs, waar de opnamen zijn gemaakt (en dus niet in de studio), en het zal onmiskenbaar zijn dat Kommerij een boeiend hoorspel schreef. Wat bovendien interessant is aan deze schrijver, die totnogtoe drie toneelstukken schreef, is dat hij het medium hoorspel helemaal naar zijn eigen hand zet. De beperkingen ervan transformeert hij tot voordelen.