Rusland: einde aan sancties tegen Serviërs

MOSKOU/SARAJEVO, 24 FEBR. Rusland heeft gisteren besloten de internationale sancties tegen de Bosnische Serviërs te beëindigen. Dit is in kringen van president Jeltsin vernomen.

Volgens resolutie 1022 van de Verenigde Naties moeten de economische sancties tegen de Bosnische Serviërs worden opgeheven zodra deze zich hebben teruggetrokken uit de 'scheidingszones' die in de akkoorden van Dayton zijn afgesproken. Maar de NAVO-vredesmacht IFOR in Bosnië adviseerde de Veiligheidsraad van de VN donderdag de sancties tegen de Servische republiek binnen Bosnië niet voor het weekeinde op te schorten. Rusland neemt niettemin alvast een voorschot op een volledige opheffing van de sancties. De Russische VN-gezant Lavrov zei dat de Serviërs aan alle voorwaarden hebben voldaan en de sancties automatisch zijn opgeschort.

Een Amerikaanse woordvoerder bij de VN noemde de Russische stap “voorbarig”. Hij zei dat de Veiligheidsraad van de VN “spoedig” een brief verwacht van het opperbevel van IFOR over de vraag of de Serviërs zich voldoende houden aan het Dayton-akkoord.

De Bosnische Serviërs komen volgens IFOR wel de militaire eisen van het Dayton-akkoord na, maar IFOR wil eerst zien of de Serviërs ook hun samenwerking over de rest van het vredesproces zullen hervatten. De Serviërs verbraken twee weken geleden de contacten met IFOR, nadat de Bosnische regering twee van oorlogsmisdaden verdachte Bosnisch-Servische officieren had aangehouden en overgedragen aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.

Gisteren had generaal Michael Jackson, de commandant van de Britse divisie van IFOR, in Banja Luka een ontmoeting met de Bosnisch-Servische generaal Momir Talic. Het was het eerste contact op zo hoog niveau sinds de overdracht van de officieren. Jackson verklaarde na afloop dat overeenstemming is bereikt over de heropening van de luchthaven van Banja Luka voor IFOR- en commerciële vluchten.

Intussen is er kritiek gekomen van de VN op het optreden van de moslim-Kroatische politie, die vanaf gistermorgen is begonnen te patrouilleren in de Servische voorstad Vogosca van Sarajevo. Volgens de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR), schendt de politie de afspraken. De weinige Servische inwoners die zijn achtergebleven zouden met eigenmachtige patrouilles en zoekacties schrik zijn aangejaagd. De meeste van de 17.000 Servische inwoners van de wijk vluchtten de afgelopen dagen, bevreesd voor represailles voor de 43 maanden durende Servische belegering van Sarajevo.

De acties van de politie vormen een inbreuk op de afspraken over hun houding en zullen de exodus van inwoners uit de Servische woonwijken waarschijnlijk nog doen toenemen, zo zei Kris Janowski, woordvoerder van het UNHCR. “Ze doen dingen die ze niet moeten doen, ze patrouilleren zonder enig toezicht van de IPTF, de internationale politiemacht”, zei hij.

“Ze begonnen een checkpoint op te zetten op de weg tussen Vogosca en Ilijas (twee voorsteden) en hielden auto's aan en controleerden identiteitsbewijzen, inspecteerden kofferruimtes. Serviërs klaagden bij ons dat ze bang waren, hoewel ze zeiden dat de politie beleefd optrad”, aldus Janowski.

Vogosca is een van de vijf voorsteden van Sarajevo die worden overgedragen aan de moslim-Kroatische federatie. Vooruitlopend op de overdracht, in maart, nam de politie van de federatie het gezag in Vogosca gisteren al over.

(AP, Reuter, AFP)