Prometheus in Evin: gruwelen in alle naaktheid

Voorstelling: Prometheus in Evin van Iraj Ataie door De Nieuw Amsterdam. Vertaling: Jenny Mijnhijmer; regie: Maarten van Hinte; spelers: Felix Burleson, Paulette Smit ea. Gezien 22/2 Theater De Brakke Grond, Amsterdam. Te zien t/m 2/3 aldaar. Tournee t/m 26/4.

Evin is de beruchte staatsgevangenis van Iran; daarheen wordt door een revolutionaire organisatie de naamloze dichter uit Prometheus in Evin verbannen, en daarin wordt hij uitgehoord, murw geslagen, gebroken. Schrijver van het stuk, de Iraan Iraj Jannatie Ataie, heeft nadrukkelijk politiek theater willen schrijven zónder een politiek standpunt in te nemen, zelfs zonder een aanwijsbaar goede of slechte partij. Het gaat hem om de in al haar naaktheid gruwelijke situatie dat iemand, zonder opgave van redenen, gearresteerd en gemarteld kan worden door een anonieme groepering.

De dichter uit het stuk spiegelt zich aan Prometheus, die in een daad van roekeloze overmoed het vuur van de goden stal en het aan de mensen gaf. Zo zou ook deze dichter willen zijn, een schenker van licht. Maar om zijn intellectuele houding wordt hij achtervolgd.

Politiek theater is steeds meer een zeldzaamheid in het Nederlandse toneel. De politiek van eigen bodem, met al haar gekonkelfoes en gedraai, komt al helemaal niet aan bod; daar krijg je 'hersenverweking' van, zoals een schrijver het eens terecht uitdrukte. Een gezelschap als De Nieuw Amsterdam, waaraan multiculturele invloeden een on-Nederlandse moed geven, durft het wel aan zaken als gijzeling, terreur en het monddood maken van iemand die leeft van het woord aan de orde te laten komen.

Toch zouden de op pure esthetiek gerichte grote gezelschappen zich kunnen spiegelen aan De Nieuw Amsterdam. Hiermee zeg ik niet dat Prometheus in Evin een grootse voorstelling is, wel bewonder ik het gezelschap om de keuze voor dit stuk. In een decor dat nauwelijks een decor wil zijn, eerder een samenraapsel van boekenkast plus bankstel, speelt de voorstelling zich af. Auteur Ataie heeft de abstractie, of liever de artistieke distantie, vergroot door de hele ondervraging annex gijzeling als een quizmastershow te presenteren. De dichter wordt voor de agressieve tv-camera's geplaatst alsof het een vuurpeleton is. “U hoeft niet bang te zijn”, roept de gladjakkerige quizmaster telkens uit; en intussen zijn de pistolen geladen en schietklaar. En intussen wordt zijn vrouw verkracht en geterroriseerd door telefoontjes; intussen heeft hij zijn kind al maanden niet gezien. En uiteindelijk gaat hij zover te bekennen dat hij lid is van een groepering die de perfide machthebbers ongunstig gezind is, en nog een stap verder: in een woest gebaar smijt hij alle boeken uit de kast en wil hij niets meer te maken hebben met het pathos van schrijvers. Uiteindelijk blijft hij zonder een enkele illusie vereenzaamd achter.

Een voorstelling als deze draait om slechts één gegeven: het mechanisme van de fysieke en mentale terreur. Wat kan de ene mens de andere aandoen? De dichter, gespeeld door Felix Burleson, verliest elke greep op zijn bestaan; hij wil leven maar omdat híj wil leven, wordt zijn vrouw mishandeld. Beiden zijn opstandig, maar hun verzet wordt allengs gebroken. Hoofdrolspeler Burleson treft de juiste toon in zijn spel, waarin hij het midden houdt tussen naïviteit, vertwijfeling en artistieke roeping. Hij heeft de wat rauwe, slepende stem van iemand die veel heeft meegemaakt. In contrast daarmee staan de scènes met de quizmaster, erg opzichtig gedaan, maar ongetwijfeld naar de werkelijkheid van dat opdringerige medium, de tv.

Het is jammer dat de voorstelling wat structuur betreft niet af is; het slot, waarin de vrouw van de dichter een monoloog houdt, is in dramaturgisch opzicht slecht voorbereid. Er vindt uiteindelijk geen katharsis plaats, wel een geleidelijk uitdoven en verglijden van de verhaallijnen. Op spankracht komt het aan, zeker bij een politiek onderwerp. Ik zou, als schrijver en regisseur, de dichter Burleson de slotmonoloog over Prometheus gegeven hebben; gloedvol en tegelijk schuchter gebracht, voortkomend uit een onuitputtelijke bron van rebellie.