Pretparken verslikken zich in rooskleurige vooruitzichten

ROTTERDAM, 24 FEBR. Houdt de Nederlander niet van parken ter lering en de vermaeck? Het archeologisch themapark Archeon in Alphen aan den Rijn heeft in de eerste anderhalf jaar van zijn bestaan 450.000 bezoekers minder getrokken dan was verwacht. Het attractiepark Walibi Flevo, dat dezelfde tijd is geopend, trok met zijn wilde achtbanen al in het eerste jaar 100.000 bezoekers meer dan waarop de leiding van het park had gerekend.

“Archeon is vlees noch vis”, zegt docent vrijetijdsbesteding aan de Katholieke universiteit van Brabant, G. Richards. Archeon probeert volgens hem zowel een thema- als cultureel attractiepark te zijn. Geen van beide slaat tot nu toe aan. Directeur W. van der Weiden van het Nationaal natuurhistorisch museum in Leiden onderschrijft die mening. Hij deed vorig jaar onderzoek naar de problemen bij Archeon. Het park is volgens Van der Weiden vanaf het begin niet goed opgezet. “Er zaten te veel verantwoorde archeologen en te weinig mensen met verstand van attractieparken in het team.”

Daarnaast kent het park te veel “storende twintigste-eeuwse elementen”. De holbewoner bijvoorbeeld, die met zijn fiets over het terrein reed en voor Van der Weidens ogen zijn vehikel tegen het Romeins badhuis parkeerde. De aanwezigheid van het glazen paviljoen, dat Nederland ooit op de wereldtentoonstelling in Sevilla neerzette. Het uitzicht op een nabijgelegen ultramoderne woonwijk en een ringweg vol voorbijrazend verkeer. De asfaltwegen en de stalen boten in het park. En het plan van Archeon om de bezoekers vanaf het station van Alphen aan den Rijn via een monorail naar het park te vervoeren. “Nota bene het modernste vervoermiddel! Je moet die bezoekers natuurlijk met Romeinse strijdwagen ophalen.” Overigens is die monorail er nooit gekomen.

Maar alle modernismen ten spijt, gaat Archeon vooral gebukt onder financiële problemen. “Archeon is het slachtoffer geworden van zijn eigen financierings-constructie”, aldus Richards. De aanname van 750.000 bezoekers per jaar betekende dat het park direct een hoge omzet moest draaien van geldschieter ABN Amro. Andere deskundigen wijzen ook op de hooggespannen verwachtingen. “Ik heb de indruk dat om het plan sluitend te krijgen, Archeon is uitgegaan van het wenselijk aantal bezoekers. Van een reële aanname was geen sprake”, aldus directeur J. Bertus van de overkoepelende organisaties voor thema- en pretparken in Nederland, de zogeheten Club van Elf.

Pretparken zijn big business. Nederlanders brengen er graag een dag door; van alle Europese volkeren bezoeken zij het vaakst een attractiepark. De oorzaak ligt volgens docent Richards in vele korte vakanties en vrije dagen die Nederlanders hebben in vergelijking met omringende landen. Daarnaast kent Nederland een traditie als het om pretparken gaat; de Efteling begon veertig jaar geleden. In Engeland zijn attractieparken pas in de jaren tachtig in zwang gekomen, Frankrijk volgde nog later.

In Nederland is de Efteling de onbetwiste koploper. Het park trekt circa 2,6 miljoen bezoekers per jaar. Duinrell in Wassenaar en 'avonturenpark' Hellendoorn volgen op gepaste afstand met respectievelijk 1,2 miljoen 650.000 bezoekers. Op de wereldranglijst neemt de Efteling de 35ste plaats in. De top vijf van deze lijst is vergeven aan de diverse Disney-parken in de hele wereld: Disneyland in Tokyo voert de lijst aan met 15 miljoen bezoekers vorig jaar.

“De Efteling verkoopt, net als Disney, dromen. Het gaat daar niet om een bepaalde attractie, maar om de sfeer”, meent Richards. Archeon zou nog geen tijd hebben gehad om een sfeer te creëren. “De Efteling heeft er tenslotte ook veertig jaar over gedaan.”

Maar in hun haast om een graantje van deze booming bedrijfstak mee te pikken, verslikken parken zich in te rooskleurige vooruitzichten en de ongeduldige financiers. “Een park moet tegenwoordig elk jaar een nieuwe attractie hebben die miljoenen kost”, aldus Richards. “En de banken willen niet veertig jaar wachten voordat ze hun investering terug zien.”

Het Nederlands Research Instituut voor Recreatie en Toerisme (NRIT) constateert ook een enorme belangstelling voor de 'lucratieve' bedrijfstak. Uit een onderzoek dat het instituut vorig maand presenteerde, blijkt dat in bijna 400 gemeenten plannen bestaan voor nieuwe, recreatieve attracties. In 36 gemeenten gaat het om nieuwe parken. De ontwikkeling baart directeur Bertus van de Club van Elf zorgen. “Een aantal van hen gaat zich zeer doen. Daarnaast gaat in dergelijke projecten veel overheidsgeld om, dat na afloop dan weer vaak is verdwenen.”

Bertus meent dat er nog wel plaats is voor enkele parken in Nederland, mits origineel. Het Land van Ooit was zo'n nieuw concept, maar ook dit sprookjesland verkeerde al kort na de opening in financiële problemen. “Het belangrijkste is: wat houdt een park na het seizoen over in de kas. Iedereen staart zich blind op bezoekersaantallen. Maar zelfs zo'n enorm park als Eurodisney met miljoenen bezoekers heeft het zwaar.”

    • Yaël Vinckx