Ook de macht van een judocoach kent zijn beperkingen

ROTTERDAM, 24 FEBR. De aanklacht die de drie (ex-)judoka's Anita Staps, Irene de Kok en Monique van der Lee bij de tuchtcommissie van de judobond tegen hun coach Peter Ooms hebben ingediend mag dan opmerkelijk zijn, als een verrassing komt die stap niet. In de judowereld is de wijze waarop Ooms zijn judoka's begeleid vaak met argwaan gevolgd. De Tilburger maakte er nooit een geheim van dat hij over de tolerantiegrens van zijn judoka's gaat. Hij is zo intens betrokken bij de prestaties van zijn pupillen dat remmingen spontaan kunnen wegvallen. Ooms' wil is wet. En dat is weliswaar een onaangename wet, maar ook een wet met aangename gevolgen, gezien de vele internationale titels die Staps, De Kok en Van der Lee veroverden.

De drie judoka's begonnen allen op zeer jonge leeftijd bij Ooms te judoën. Overweldigd door de prestatiedrang van hun coach lieten de meisjes zich gedwee de wet voorschrijven. Ooms toonde zich een vader voor zijn judoka's, vaak een overbezorgde vader. Hij week niet van hun zijde, niet in de judozaal en als het aan hem lag niet daarbuiten.

In 1990 zei Ooms in NRC Handelsblad: “Ik stop er al mijn tijd in, dan eis ik dat de judoka's dat ook doen. Geen drank, niet roken en geen vriendjes. Als je er voor kiest kampioen te willen worden, mag je niet afgeleid worden. Bij meisjes ligt dat anders dan bij jongens. Wanneer een meisje verliefd wordt, gaat ze zwijmelen, wanneer een jongen verliefd wordt wil hij scoren. Ik ben heel hard voor mijn judoka's. Anders halen ze niet wat ze willen.”

In hetzelfde vraaggesprek ('Peter Ooms en de vrouwen') vertelde Ooms dat hij Anita Staps “van boven naar beneden de trap afschopte” en dat hij eens bij de ouders van Monique van der Lee moest komen omdat ze bang voor hem was: “Ik schrik er niet van. Er moet discipline zijn. Waarom dan geen sancties als ze niet luisteren?”

Ooms had niet de indruk over de schreef te gaan. “Zij kiezen voor mijn systeem. Als ze niet meer met me willen werken, gaan ze wel naar een andere club.” Toen Irene de Kok stopte, liet de altijd emotioneel geladen Ooms zijn tranen de vrije loop: “Als je zo intensief met elkaar bent opgetrokken, tien jaar dag en nacht met elkaar bent bezig geweest, dan valt er een gat.” De Kok keerde terug bij Ooms - en niet bij een andere coach. “Achttien jaar bij Peter schept een intieme band”, zei ze in 1992 in NRC Handelsblad. Er waren veel irritaties, bekende ze. “Maar ik weet dat het bij hem uit een groot hart komt.”

Ooms is bang de greep op zijn topjudoka's te verliezen. Het kost hem moeite zijn 'dochters' volwassen te zien worden. Hij wilde niet dat De Kok er voor uitkwam dat ze homoseksueel is. Ze werkte mee aan een boek waarin tieners vertellen hoe ze op hun vijftiende, zestiende jaar er achter kwamen dat ze homoseksueel zijn. “Geen vriendin is voor hem goed genoeg voor mij”, zei De Kok. “Als je al achttien jaar met elkaar omgaat is het moeilijk een ander in de omgeving te dulden die de sfeer kan beïnvloeden.”

De Kok wekte altijd de indruk een onafscheidelijke band met Ooms te hebben en die ook te koesteren. De discipline haalde ze juist bij Ooms vandaan, zei ze. “Daar heb ik in Peter een goede in. Die vecht op leven en dood. Dan ga je het ook voor hem doen.” Monique van der Lee toonde zich afstandelijker en ging een half jaar geleden te rade bij een psycholoog van NOC*NSF, omdat zij zich afvroeg of Ooms niet te ver ging.

“Vrouwen voelen zich kennelijk tot mij aangetrokken door mijn aanpak: gewoon eerlijk en duidelijk, zonder bijbedoelingen, ze wisten waar ze aan toe waren”, zei de coach in 1990 in NRC Handelsblad. “Dat vertrouwen heb ik ook nooit beschaamd. Ik heb één keer mijn vingers gebrand en toen ben ik onmiddellijk met haar getrouwd. Een innige band hoeft geen probleem te worden als je maar op het juiste moment afstand bewaart.”

Judo is een sport waarin lichamelijk contact noodzaak is. Zodra judoka's in gevecht gaan, worden gauw grenzen van aanraking overschreden. Wie judoka's buiten de mat in elkaars nabijheid ziet, ziet lichamelijk contact. Ze plukken aan elkaar, ze knijpen elkaar, ze drukken elkaar aan de borst, ze omhelzen elkaar. Judo is zo'n lichamelijke sport dat remmingen spontaan kunnen wegvallen, zowel tussen mannen en vrouwen onderling als tussen mannen en vrouwen.

Wat precies is voorgevallen tussen Ooms en zijn judoka's, is niet bekend. Duidelijk is dat de macht van een coach zover gaat als zijn pupillen toestaan. Daarvan is niet alleen bij het judo sprake, maar ook bij zwemmen, tafeltennissen, turnen en zelfs de voetbalsport waarin al van jonge kinderen volwassen prestaties worden gevraagd. In dat licht heeft de klacht van de drie judoka's zeker waarde.