Ongeluk in Winterberg was 'zwart einde van gouden dag'

DEVENTER, 24 FEB. De sporthal zit vol. Op het podium hangt de vlag doodstil halfstok. Een koor zingt op gedragen toon het requim van Fauré. Ergens begint een jonge vrouw zacht maar indringend te huilen; na vijf minuten loopt ze de zaal uit, het hoofd diep gebogen.

In aanwezigheid van onder andere staatssecretaris Terpstra en de Overijsselse commissaris der koningin Hendrikx hebben meer dan vijfhonderd naaste familieleden, vrienden, bekenden en genodigden gisteravond de herdenking bijgewoond ter nagedachtenis van de zeven Nederlanders die op 12 februari bij een busongeluk nabij het Duitse Winterberg om het leven kwamen. De zeven werkten in het Deventer sport- en recreatiecentrum De Scheg, of waren familie van personeelsleden. Ze kwamen om het leven na een dagje langlaufen in Winterberg, toen de bus waarmee de personeelsvereniging van De Scheg vervoerd werd op de terugweg door de gladheid in een tien meter diep ravijn stortte en over de kop sloeg. Van de 50 inzittenden raakten er ook 22 zwaargewond.

Een aantal van hen is in zoverre hersteld, dat ze de herdenkingsbijeenkomst in de sporthal van De Scheg in een rolstoel of op een ziekenhuisbed kunnen bijwonen. Ze houden elkaar en anderen vast, leggen het hoofd op de schouder van een ander of vegen machinaal met een zakdoek de tranen weg.

De herdenking is voor een belangrijk deel literair ingevuld: er zijn voordrachten van gedichten van onder andere John Donne, Ida Gerhardt, Rutger Kopland ('Weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven. Niemand wacht, want je bent er nog').

En dan zijn er nog twee koren, die liederen zingen van onder andere Fauré en Schubert. Het ene koor is afkomstig uit Deventer zelf, het andere komt uit Elburg en heeft zichzelf uitgenodigd. Het betreft 'De Lofstem', dat een vergelijkbaar ongeluk meemaakte als de personeelsvereniging van De Scheg en de leden ervan met een optreden graag tot steun wilde zijn. Bij het busongeluk met 'De Lofstem', eind 1994, kwamen eveneens zeven mensen om het leven.

Volgens burgemeester J. van Lidth de Jeude van Deventer is de dag van het ongeluk een “gouden dag met een zwart einde”. “Uit de verhalen over de skidag zelf blijkt dat alle deelnemers deze dag als een heel bijzondere, vrolijke en gezellige dag hebben ervaren.” Het ongeluk, aldus Van Lidth de Jeude, “zorgde voor de versterking van de onderlinge banden. Het gemeenschappelijk beleefde ongeluk maakt van de inzittenden een grote familie. In de laatste twee weken heeft het begrip saamhorigheid een bijzondere betekenis gekregen”. Achter het podium staan grote borden met tekeningen, kaarten en brieven van mensen die de nabestaanden een blijk van medeleven wilden geven.

Het ongeluk was het zwaarste sinds vele jaren, zo zegt H. Kleff namens de Duitse regio Hochsauerlandkreis. Zijn medeleven moet als een 'teken van verbondenheid' worden beschouwd tussen het Sauerland, waar Winterberg ligt, en Deventer. De nabestaanden, tenslotte, spreken een dankwoord via pastor J. Dorst. Volgens de pastor zijn de nabestaanden zeer dankbaar over de vele vormen van hulp die geboden werden. “Deze dank is niet in woorden uit te drukken, maar het gevoel van dankbaarheid is intens, dwars door het verdriet heen.”

De afsluiting, het gezamenlijk zingen van Willeke Alberti's 'Samen zijn', wordt door de betrokkenen als zeer waardevol ervaren. Tijdens de coupletten pakt men elkaar vast, slaat armen om elkaar heen en zingt hardop door de tranen heen.

    • André Ritsema