Mexicaanse harp twinkelt

Concert: Het trio van de Mexicaanse harpiste Graciana Silva. Gehoord: 23/2 RASA, Utrecht. Verder: 24/2 Evenaar Rotterdam, 25/2 Soeterijn, Amsterdam (16u), 27/2 Janskerk, Maastricht.

'Wat had ik moeten doen met een schooldiploma?' vraagt Graciana Silva retorisch in de tekst bij haar cd La Negra Graciana (Corason 109). Ze keek de kunst van het harpspelen af van de leraar van haar oudere broer Pino en trad al op haar tiende op in de straten en parken van de Mexicaanse havenstad Veracruz, om haar brood te verdienen, of beter gezegd haar geliefde maaltje van o.a. 'pichichi'-vis, leguaan, witte reiger en garnalen.

Dat het haar goed bekomen is, blijkt in het Utrechtste RASA waar de in maagdelijk wit gestoken Graciana, inmiddels 60, zich niet alleen goed gevuld maar ook goedlachs toont.

Dat de tournee geen toeval is, evenmin als haar cd, wordt duidelijk wanneer Silva haar harp in stelling brengt en 'El Siguisirí' inzet. Met haar rechterhand speelt ze twinkelende figuurtjes op de dichtbij gelegen dunne snaren, voor degelijke begeleidingspartijen reikt ze naar de bassnaren veraf. Ze zingt er ook nog bij, absoluut niet lieflijk, eerder snibbig en snauwerig, in elk geval heel doordringend.

Vormt Graciana Silva dus een éénvrouwsorkest om U tegen te zeggen, ze heeft toch twee mannen meegenomen. Haar grijze en rijzige broer Pino doet de aankondigingen, bewaart de stemsleutel en zorgt voor slag-gitaarachtige bijdragen op de achtsnarige jarana. De extra-corpulente Daniel Valencia speelt razendsnelle staccato's op de requinto, meestal dwars geplaatst op Graciana's eigen metrum.

Ze spelen 'son jarocho', poly-ritmische dansmuziek met veel Spanje plus een scheut Afrika en alles wat daar zo bijhoort: herhaalde figuren, vraag-en antwoordzang en als het zo uitkomt een uitroep van bijval, synoniem met 'olé'. De zaal bevat zoveel Spaanstaligen dat de boodschap makkelijk overkomt, ook dankzij de grappen van broer Pino.

Maar ook ouderwetse Hollanders voelen zich gaandeweg steeds meer thuis. Want lijkt dit trio niet een beetje op Los Paraguayos, in de jaren vijftig razend populair met 'Malagueña', in Nederland door Tobi Rix 'gecovered' als 'Malle vent, ja'? En was het slotstuk 'La Bamba' geen hit van het in 1959 omgekomen tieneridool Ritchie Valens, zelf op dat moment pas zeventien jaar oud?

Bij Graciana Silva spelen waarschijnlijk andere emotie's; vijftig jaar lang broodmuziek spelen en dan als kunstenaar worden erkend, dat moet een schok van jewelste zijn.

    • Frans van Leeuwen