Kinderen zijn niet handig met computers

Kijk ze toch eens tekeer gaan op het toetsenbord. Kleine, driejarige vingertjes trommelen onnavolgbaar heen en weer, en het figuurtje op het scherm dat ze besturen ontwijkt monsters en projectielen alsof het eigen zintuigen heeft.

Men zegt dat kinderen handig zijn met computers. Ik zeg u dat dat niet waar is. Vijf jaar lang heb ik mijn eigen kinderen geobserveerd wanneer ze aan de pc zaten. Ze waren niet handig en ze zijn het nog steeds niet.

Ah, zegt u nu, dat is wat anders, er mankeert iets aan jouw kinderen. Nee, zo is het niet, het is ingewikkelder. U zou vinden dat mijn kinderen (6 en 8) informatici in de dop zijn. Ze kunnen overweg met een viertal verschillende besturingssystemen, sluiten zelf de bedrading van een eenvoudig systeem aan, gebruiken elektronische post en draaien programma's van floppies, harde schijven en cd-rom's alsof het zo hoort. Toch zijn ze, en dat zeg ik nogmaals in volle ernst, niet handig met computers.

Het punt is dat kinderen makkelijk iets uit het hoofd leren. Geen dingen die motorisch ingewikkeld zijn, zoals het strikken van de veters, en ook geen vervelende dingen zoals de tafel van zeven, maar wel domme reeksen toetsaanslagen aan het eind waarvan een beloning wacht in de vorm van een flitsend spelletje. Ik herinner me nog de openvallende mond van mijn buurman toen mijn zoon, drie jaar oud, zonder één aarzeling het commando BLOAD'CAS:',R intikte. Aap-noot-mies kende hij niet, maar dit wel.

De mythe van de virtuoze computerkindertjes is ontstaan doordat je met simpele kunstjes makkelijk indruk maakt op volwassenen, zeker als die zelf van computers geen sjoege hebben. De vingervlugheid die je vanzelf opdoet als je vijfentwintig keer hetzelfde spelletje speelt, doet de rest. Als u geen enkel verstand hebt van schaken vindt u het waarschijnlijk heel wat wanneer een kleuter de spelregels blijkt te kennen. Wat u niet ziet en een willekeurige schaker wel, is dat zo'n kind volmaakt onzinnige zetten doet. Daar is niets verkeerd aan; ik beweer alleen dat het blote feit dat kinderen een paar regels in hun kop kunnen stampen nog niet wijst op een magische relatie tussen kinderen en het schaakspel. En zo is het met computers ook.

Kinderen kunnen uit het hoofd leren, maar ze hebben geen ervaring. En als je geen ervaring hebt val je door de mand zodra er iets onverwachts gebeurt. Dáár heb ik volop ervaring mee. Dan blijkt er achter de automatismen geen enkel begrip te schuilen. Mag je van kinderen ook niet verwachten, maar het is wel een feit. “Pappa kun je even komen, m'n verhaal is weg.” (Door een verkeerde klik is de tekst uit beeld geschoven.) “Pappa, waarom kan de cursor dáár niet heen?” (Er is verschil tussen een open regel, gemaakt met alleen een Return, en een open regel gevuld met spaties.) “M'n wachtwoord klopt niet meer.” (Tikfoutje, opnieuw proberen.) “Ik wil stoppen, hoe moet dat?” (Control + Q, het staat er, maar hoe weet een kind wat dat betekent?) “Het spelletje werkt niet.” (Verkeerde cd.) “Niks werkt meer!” (Er ligt een boek op een knop in de hoek van het toetsenbord.) Zo gaat dat maar door. Noemt u dat handig?

Zeker, er zijn kinderen die echt handig zijn met computers. Die schrijven vóór hun tiende programma's in Basic of Logo, besturen daar robotjes of modelspoorbanen mee en doen moeilijke examens bij de Leidse Onderwijs Instellingen. Zo zijn er ook kinderen die op die leeftijd in de gaten lopen op het voetbalveld, achter de piano of in de omgang met dieren. Maar de meeste kinderen trappen een balletje, spelen de 'Vlooienmars' en knuffelen hun cavia. Of ze doen een spelletje Super Mario. Daar hoef je als volwassene niet van onder de indruk te zijn.