Kerk Polen zoekt een rol in de democratie

KRAKOW, 24 FEBR. De katholieke kerk in Polen is na de presidentsverkiezingen van oktober in grote verwarring. Aleksander Kwasniewski van het ex-communistische Verbond van Democratisch Links, en dus de vroegere aartsvijand van de kerk, won de verkiezingen ten koste van Lech Walesa, de kandidaat die tamelijk openlijk de kerkelijke zegen kreeg. Hoe kon in een land waar 97 procent van de bevolking zich katholiek noemt, de mening van de kerk zo gemakkelijk worden genegeerd?

Marian Soyka, Redemptorist en Krakóws correspondent van de katholieke zender Radio Maria, noemt verschillende redenen voor de 'nederlaag': “Mensen gaan op zoek naar het vertrouwde als het nieuwe tegenvalt. Bovendien heerst er vanouds in het linkse kamp een betere discipline en organisatie, die kiezers er gemakkelijker toe brengt hun stem uit te brengen. En ten slotte was er bij rechts sprake van een chaos.”

Soyka doelt op de vele kandidaten die, koketterend met hun katholiciteit, over elkaar heen buitelden. Hij zegt er niet bij dat de kerk, en vooral Radio Maria, mede aan die chaos hebben bijgedragen door eerst Hanna Gronkiewicz-Waltz te steunen, de president van de Nationale Bank, en later over te stappen op Walesa. Vooral het radioprogramma waarin luisteraars live hun mening geven heeft kwaad bloed gezet. Mensen kregen de kans om onbecommentarieerd allerlei leugens over politici te verkondigen.

Zijn dat soort programma's niet gevaarlijk, juist in een prille democratie als Polen? Soyka beschouwt zich niet verantwoordelijk voor de mening van zijn luisteraars. Die paar gevallen waarin duidelijk werd gelogen noemt hij een 'bedrijfsongeval'.

Intussen maakt bisschop Tadeusz Pieronek, secretaris van het Poolse episcopaat en woordvoerder van kardinaal Glemp, zich ernstige zorgen over Radio Maria. De orthodox-katholieke radiozender dreigt 'een Kerk binnen de Kerk' te worden. Pieronek geeft toe dat de kerk bij de verkiezingen fouten heeft gemaakt. “Maar dat recht hebben we, net als ieder ander,” voegt hij er onmiddellijk aan toe. “Het is in Polen, zes jaar na de val van het communisme, nog steeds niet gemakkelijk om met de vrijheid om te gaan. Maar de kerk leert van fouten.”

Pieronek is vooral onder jonge katholieken geliefd door zijn openheid. Hij heeft zojuist voor studenten van de Pedagogische Hogeschool in Kraków een lezing gehouden over de gevoelige relatie tussen kerk en politiek. Hij windt zich nog op over de docente die na afloop iedereen opriep het Onze Vader te bidden. “Dat had u niet moeten,” zei hij haar, “dit was een openbare lezing, geen religieuze bijeenkomst.”

Pieronek bevindt zich binnen de kerk tussen twee vuren. Als woordvoerder van Glemp moet hij vaak alle zeilen bijzetten om diens conservatieve uitspraken enigszins te nuanceren. Dat wordt hem niet in dank afgenomen door de steeds militantere orthodoxe katholieken. Anderzijds vragen progressieve stromingen in de kerk om een veel krachtiger optreden van Pieronek.

Volgens Pieronek is voor de kerk als instituut geen grote politieke rol meer weggelegd. “Nu Polen een democratie is, moeten we de politiek aan de partijen overlaten. Ook al sluit zelfs de democratie niet helemaal aan bij de kerkelijke structuur, want geloofszaken worden nu eenmaal niet bij meerderheid van stemmen beslist. In de huidige verhoudingen is het ongewenst dat de kerk zich met partijpolitiek bezighoudt. Priesters moeten niet vanaf de kansel stemadviezen geven. Maar ze hoeven ook niet te zwijgen als iemand hun ernaar vraagt. De kerk is een instituut én een gemeenschap van mensen, die net als alle burgers het recht hebben zich uit te spreken.”

Adam Szostkiewicz, redacteur van het kritische katholieke weekblad Tygodnik Powszechny, verklaart de huidige houding van de kerk uit het verleden: “Tijdens het communisme was de kerk de enige zichtbare vorm van oppositie. Daardoor werd de vrije vakbond Solidariteit in het begin van de jaren tachtig haar natuurlijke bondgenoot. Maar later, ten tijde van de militaire dictatuur, vonden velen de kerk te voorzichtig. Ze sprak zich niet openlijk uit tegen de staatsterreur, riep niet op tot burgerlijke ongehoorzaamheid.”

“Na de omwenteling van 1989 ging de kerk zich wel met politiek bemoeien. Ze gaf stemadviezen en oefende druk uit om christelijke politici op hoge overheidsposten te krijgen. Ook begon ze zich te bemoeien met de post-communistische wetgeving, zoals die over christelijke waarden in de media, de abortuswet en over geboortenbeperking. De kerk heeft daardoor veel autoriteit en prestige verloren. De Polen zijn katholiek, maar ook anti-clericaal.”

Van de kant van Solidariteit is de vraag om kerkelijke steun altijd blijven bestaan. De leiders van de vakbond vinden dat de kerk zich moet uitspreken ten gunste van de veranderingen die door hen zijn ingezet. Maar intussen krijgen priesters in hun dagelijkse werk andere signalen. Veel mensen vinden de prijs die moet worden betaald voor de vrijheid te hoog. Ze worden geconfronteerd met een snel groeiende werkloosheid en met een nieuwe welvaart die alleen voor een kleine minderheid betaalbaar is.

Op het laagste kerkelijke niveau, in de parochies, heeft men zijn handen vol aan steun voor degenen die maatschappelijk buiten de boot dreigen te vallen. Groepen met namen als 'Beweging voor een betere wereld' en 'Licht en leven' ontwikkelen sociale programma's voor kinderen van alcohol- en drugsverslaafden, voor gehandicapten, bejaarden en het groeiende aantal mensen dat moet leven van een schamele uitkering.

De parochie van de Heilige Familie-kerk kent veel van die probleemgevallen. De kerk vormt het hart van de Krakówse buitenwijk Nowy Biezanów uit de jaren zeventig, die bestaat uit een onafzienbare reeks grauwe flats. Józef Jakubiec is pastoor van ongeveer 14.000 parochianen. Hij beschouwt de huidige tijd als een uitdaging voor de kerk: “In het verleden eisten de communisten een strikte scheiding van kerk en dagelijks leven. De kerk was iets waar je op zondag naar toeging en dat was dat. En wij zijn dat gaan geloven. Het was eigenlijk niet alleen voor de communistische leiders een comfortabele situatie, maar ook voor de priesters.”

Met de democratie kwamen volgens Jakubiec ook bedreigingen: een stijgende armoede, een materialisme dat veel mensen in een isolement brengt, een 'amerikanisering' van de samenleving, demoralisatie onder de jeugd en een groeiend 'erotisme'. Vroeger bestonden die verschijnselen weliswaar ook, maar ze waren minder zichtbaar. En ze werden deels buiten de deur gehouden door de hermetisch gesloten grenzen.

Als de kerk op deze nieuwe ontwikkelingen een antwoord wil hebben, kan ze volgens Jakubiec niet helemaal buiten de politiek blijven staan: “Als de politiek sociale en ethische kwesties aanroert, moet de kerk haar stem laten horen.” Zo blijft er een groot schemergebied binnen de politiek, waarover de kerk zich openlijk uitspreekt. Tijdens het vorige week gehouden referendum over de privatisering werd nadrukkelijk de kant van Solidariteit gekozen, met als argument dat het hierbij ging om de sociale toekomst van Polen.

Ook bisschop Pieronek vond dat de kerk zich hierover moest uitspreken. “Het referendum had een morele kant,” zegt hij. “Het ging over bezit dat van de Poolse burgers was gestolen door de staat. Daarover hebben we een uitspraak gedaan, niet over hoe mensen moesten stemmen. In een van de vragen werd voorgesteld om die gestolen goederen terug te geven. Als iemand ze vervolgens niet wil hebben, moet hij dat zelf maar weten.”

Een van de komende confrontaties tussen de kerk en de door de ex-communisten overheerste politiek zal gaan over het Concordaat. Daarin is de relatie tussen Polen en het Vaticaan (en daarmee indirect ook tussen kerk en staat in Polen) geregeld. Het Concordaat werd eind 1945 eenzijdig opgezegd door de Poolse staat. Het kerkelijk bezit werd in de jaren vijftig door de communisten geconfisqueerd. Inmiddels ligt er een volledig nieuw en door de (vorige) regering ondertekend Concordaat op parlementaire goedkeuring te wachten. President Kwasniewski, die zich tijdens de verkiezingscampagne heftig tegen het Concordaat keerde, heeft inmiddels gezegd dat hij erover wil praten.

Maar volgens Pieronek valt er niets meer te praten. Er hoeven alleen nog maar handtekeningen te worden gezet: “Bij de kerk is het gebruikelijk om de verhouding met de staat in een Concordaat te regelen, ook andere landen doen dat. Het Concordaat betekent voor Polen stabiliteit in de verhouding tussen kerk en politiek. Als de huidige regering het Concordaat afwijst, keert ze zich daarmee ook tegen die stabiliteit. Het heeft geen zin om de onderhandelingen opnieuw te openen. De kerk heeft op dit moment wel belangrijker problemen die om een oplossing vragen.”